Ziekenhuisperikelen.

naamloosllz

Donderdag 10 oktober 2013. Een geplande blaasoperatie staat voor de deur. Mijn man heeft verlof genomen op zijn werk en brengt mij zo dadelijk met onze auto naar het Lange Land Ziekenhuis. Met een kleine bruine, reistas en mijn handtas willen wij vertrekken. Onze dochter wenst mij het beste en zegt: ‘tot morgen mam!’ Ik geef haar een kus, sluiten de schuifpui en even later rijden wij richting het ziekenhuis. Het heeft geregend zie ik, de straat is nat en een waterig zonnetje probeert door het grijze wolkendek heen te schijnen. Het is de eerste keer sinds tijden dat het heeft geregend.

Bij aankomst parkeert mijn man de auto, lopen het ziekenhuis binnen en gaan met de lift naar de derde etage. Linksaf had iemand van het ziekenhuis mij gisterenmiddag telefonisch medegedeeld. Fout dus, want bij aankomst bij de balie met het bordje Urologie, vertelt de baliemedewerkster dat ik op dezelfde etage naar de dagopname moet zijn van de afdeling Urologie en dat is rechtsaf.

De baliemedewerkster van de dagopname ontvangt ons en zegt: ‘wilt u hier nog even wachten het is erg druk vandaag.’

Ze loopt met ons mee naar een zithoek en een leestafel. Er zit een jong Hindoestaans echtpaar met een oudere dame aan de leestafel. Ik zeg gedag en zij knikken bevestigend. Wij lopen door richting een zithoek waar een ouder echtpaar heeft plaatsgenomen en vragen of wij plaats mogen nemen. Ja, hoor zegt de vrouw. Mijn man neemt plaats naast haar en ik ga zitten op een fauteuil naast haar man. Wij raken met elkaar in gesprek. Op enig moment vertelt de vrouw dat zij in Berkel en Rodenrijs wonen en zij vandaag wordt opgenomen voor een operatie aan haar blaas. Net als ik dus, denk ik.

Het waterige zonnetje priemt in het gezicht van mijn man. Hij staat op van de oranje tweezitsbank, pakt een stoel van de leestafel en gaat uit de zon zitten. Er komt een verpleegkundige aan en vraag het Hindoestaanse stel of ze met  haar mee willen lopen. Ze gaan met haar mee en zegt tegen hun dat de jonge vrouw een kamer krijgen aangewezen.

‘Hoe laat wordt u verwacht mevrouw, vraag ik aan de oudere dame?’

‘Ik had een afspraak om 09.00 uur, maar het is intussen al 9.45 uur, zegt ze.’

‘Dat is de tijd waarop ik aanwezig moest zijn zeg ik weer tegen haar.’

‘Geen idee hoelang ik nog moet wachten, zegt ze weer.’

Ze vertelt dat ze al jaren last heeft van ‘apneu’, waardoor in de nacht soms een tel haar adem stokt en haar hart hierdoor onregelmatig slaat.’

‘Ik heb er weleens over gelezen verteld ik haar. Het lijkt mij griezelig om met deze kwaal volledig onder narcose te gaan.’

‘Dat vind ik nou ook mevrouw, zegt haar man. Thuis doe ik al geen oog dicht, omdat ik maar bang ben dat mijn vrouw niet mee wakker wordt.’

Ons gesprek wordt verstoord, omdat een andere verpleegkundige het echtpaar verzoekt om met haar mee te gaan. ‘U wordt namelijk om 11.00 uur geholpen zegt ze weer.’

Dan kijkt ze naar mij en zegt, mevrouw, zo dadelijk komt mijn collega u halen. Ze is onderweg van de OK naar de afdeling.’

‘Dank u, mompel ik.’

Mijn man en ik zijn nu alleen. Hij pakt een bekend damesblad en leest. Het lezen is van korte duur. Er komt een jonge verpleegkundige aangelopen. Zo te zien heeft ze mijn medische dossier in handen en ik denk: ‘check, check, dubbel check, en dat klopt.’

Zij vraagt aan ons om aan de leestafel plaats te nemen om alsnog mijn gegevens te checken. Na de controle doet ze een wit plastic armbandje om mijn pols voorzien van mijn naam en geboortedatum. Ze staat op en wijst ons de weg naar kamer nummer 310. Bij het binnenlopen ligt er rechts een Indische man en links de Hindoestaanse vrouw van vanochtend. Het bed naast haar is van mij en ik lig bij het raam. De Indische man stelt zich voor als Ron en zij vertelt dat ze Sanischa heet. Ik stel mij aan hun voor. Haar echtgenoot en de oudere vrouw, waarvan ik later te horen kreeg dat zij haar schoonmoeder was, zitten naast haar bed. Ik kijk door het raam en zie dat ik aan de achterzijde van het ziekenhuis ligt en kijkt op een parkeerterrein met een bijgebouw en twee containers. In de grote container liggen een partij armleunstoelen met bordeaux zittingen. Ze zien er nog puik uit. Waarschijnlijk zijn ze gedumpt wegens een nieuw interieur. Intussen loop ik naar de mij toegewezen kast en zet mijn reistas neer. Ik hang mijn taupe kleurige regenjas aan de kledinghanger, loop naar mijn nachtkastje en doe wat andere zaken erin. De verpleegkundige vraagt mij om mij snel om te kleden, omdat ik om 11.45 uur klaar moet zijn. Ze legt een kort lichtblauw operatiehemd neer op bed en doet de gordijnen dicht. Mijn man staat wat onhandig naast mijn bed en ik verzoek hem om te gaan zitten. Ik mompel vanachter het gordijn tegen mijn man of hij bij mij wilt blijven tot aan de behandelkamer.

‘De verpleegkundige hoort dit en zegt: ‘helaas dat mag niet, u mag meegaan tot aan de liften mijnheer.’

Met mijn operatiehemd aan stap ik in het bed en de gordijnen worden weer opengeschoven.

‘U moet nog even wachten mevrouw u wordt vanzelf opgehaald.’

‘Dank u, roep ik haar nog na.’

Ik raak even in gesprek met de Hindoestaanse vrouw en ze vertelt dat ze wordt geholpen aan het verwijderen aan een cyste die in de buurt van een van haar eierstokken zit. Kort er na komen en twee verpleegkundigen binnen die haar meenemen naar de OK. Haar man en schoonmoeder lopen met haar mee.

Nu zit ik alleen met Ron en begint meteen zijn verhaal en vertelt dat hij sinds maandag is opgenomen wegens ontstoken aambeien en dat hij het net heeft overleeft, aldus de arts.

‘Hoelang moet u nog blijven denkt u, vraag ik?’

‘Geen idee zegt hij, ik voel mij nog erg ziek en heb nog veel pijn.’

Mijn man zit rustig in een stoel en hoort het gesprek aan, maar zegt niets. Kort erna is het tijd dat ik wordt opgehaald. Ron wenst mij succes en wij rijden met bed en al de gang op richting de liften met mijn man in mijn kielzog.

‘Hier moet u afscheid nemen van uw vrouw zegt een verpleegkundige en ik krijg van mijn man een vluchtige kus. Wij rijden de lift in richting de behandelkamer. Binnen is het er hectisch merk ik. Er is veel medisch personeel aanwezig. Er komt een allochtone vrouw naar mij toe en ze zegt: ‘ik ken u nog van een andere operatie.’ Haar gezicht komt mij inderdaad bekend voor en ik glimlach. Tegen een andere collega in haar nabijheid zegt ze: ‘deze mevrouw is een hele gemakkelijke patiënt’ en ik moet glimlachen. Even raken wij in gesprek.

Er komt een anesthesist aangelopen. Hij heeft een rond brilletje op zijn neus en stelt zich voor. Net als hij bezig is om een infuus in mijn linkerhand aan te leggen, gaat zijn GSM. Hij moppert dat regelmatig een aantal keren zijn GSM  rinkelt. Elke keer als ik met iemand bezig ben zegt hij, gaat die GSM zegt hij geïrriteerd. Marion neemt de telefoon over van hem. Hij probeert de infuus aan te leggen, maar dat mislukt. Nu probeert hij het in mijn linker onderarm en dat lukt gelukkig.

Persoonlijk vind ik het aanleggen van een infuus het ergste dat er is en is het een pijnlijke geschiedenis. Waar hij nu zit doet de infuus niet zeer.  Ik krijg een hoestaanval en er zit slijm in mijn slokdarm dat steeds kriebelt. Ongelukkigerwijs heb ik twee weken voor de operatie een chronische voorhoofdholte ontsteking. Om de haverklap loopt er slijm in mijn slokdarm die ik niet meteen wegkrijg. Ik moet daarom meer kracht zetten om de slijm uit mijn slokdarm op te hoesten.

Omdat er een zogenaamd T.O.T.-bandje wordt geplaatst is hard hoesten en niezen niet verantwoord, maar ja, wat kan ik er aan doen, vraag ik mij af. Alsof de duivel ermee speelt ontstaat er, totdat ik naar de operatiekamer gaat, steeds opnieuw een hoestaanval. Ik voel een doemscenario bij mij opkomen en ben bang dat, na het plaatsen van het bandje om mijn blaas, door het hoesten het bandje misschien zou gaan zakken. Ik vertel het aan Marion. Zij roept voor dat ik naar de OK gaat specialist dr. Minnee erbij, die mij gaat opereren en vertelt hem mijn situatie. Bij binnenkomst adviseert hij mij om rustig te hoesten, maar ik vertel de Uroloog dat het echt niet gaat lukken. Uiteindelijk rijden ze mij naar de OK. Bij binnenkomst lijkt de OK erg klein en voelt fris binnen. Ik wordt op de operatietafel neergelegd. Als ik uiteindelijk lig wordt er gesproken met de anesthesist. Zij vraagt aan mij waarom ik eigenlijk een roesje wil naast mijn ruggenprik. Ik vertel haar dat het niet mijn bedoeling was, maar dat het bij een intakegesprek is genoteerd. Liever ben ik bij kennis, vertel ik haar.

‘Dan doen wij het niet mevrouw, zegt ze tegen mij.’

Ze geeft mij een kleine verdoving en vrijwel erna de ruggenprik. Hiervoor moet ik rechtop gaan zitten en daarna voorover buigen. Wonderwel voel ik niets van de ruggeprik. Na een paar seconden wordt mijn rechterbeen warm en voelt mijn been zwaar aan. Het lijkt wel of er een zandzak aan mijn been hangt, een vreemd gevoel. Daarna volgt mijn linkerbeen en voor ik het weet lig ik achterover op de operatietafel. Er wordt een schot geplaatst ter hoogte van mijn borstbeen met groen doek ter hoogte van mijn borstbeen. De anesthesist praat intussen met mij. Ik weet dat dat een afleidingstactiek is. Het is een aardige belangstellende vrouw merk ik. Zij vraagt het een en ander aan mij. Ik vertel haar over mijn hobby’s en vertel haar ook dat ik verhalen schrijf. ‘Ik ben van plan om mijn ziekenhuisperikelen om te schrijven.’

‘Dat is leuk zegt ze tegen mij.’

‘Ik wil u een exemplaar sturen als u wilt?’ en dat vind ze leuk zegt ze.

Op enig moment zegt de Uroloog dat de operatie klaar is en het bandje is geplaatst ook deels om mijn heiligenbeen, zegt hij.

Ik bedank hem en het medisch personeel op de kamer. Net, nadat ik de operatiekamer wordt afgereden krijg ik een hoestaanval die maar niet doorzet, omdat het net lijkt of er iemand mijn keel heeft dichtgedrukt. Ik krijg het benauwd en raak enigszins in paniek. Een collega van de anesthesist roep haar en zij mompelen iets onverstaanbaars. Later blijkt dat mijn bovendruk van mijn bloeddruk 230 aanwees en mijn onderdruk ook boven de 200 uitkwam. Uw zuurstof staat bijna op 100% mevrouw hoorde ik haar zeggen. Even was er een moment dat ze met een klein slangetje het slijm uit mijn slokdarm wilde halen, maar door het gekriebel mislukte het en kreeg ik het nog benauwder.

Ondertussen werd ik wat kalmer en werd ik naar de verkoeverkamer gereden. Omdat ik aanspreekbaar was, zag ik dat er op de kamer al drie bedden stonden met patiënten. In één van de bedden herkende ik de oudere dame van vanochtend. Ik zag dat ze nog niet helemaal uit de narcose was gekomen. Zelf werd ik ook nauwlettend in de gaten gehouden vanwege mijn te hoge bloeddruk, die zojuist behoorlijk was gestegen. Gelukkig werd de bloeddrukwaarde snel erna weer normaal.

Na 20 minuten kwam het medisch personeel mij weer ophalen en reden wij naar mijn kamer, waar intussen de Hindoestaanse al was binnengekomen en blijkbaar net uit haar narcose was gekomen. Tijdens de operatie was er een katheder aangelegd waar ik niets van heb gevoeld. In de uren die daarop volgden praatte ik met mijn kamergenoten over onze operatieperikelen.

De thee en koffie werd bezorgd. Ik koos voor koffie en een glas ijswater en kon ik een menu kiezen voor het avondeten. Ik koos voor een babi-pangang gerecht. Ik had sinds woensdagavond rond 18.00 uur niets meer gegeten en had dus wel trek. Ron, onze kamergenoot koos als Indisch man voor hetzelfde en de Hindoestaanse mocht alleen maar een broodmaaltijd.

Na het diner kwam er bezoek binnen bij Sanischa en bij Ron. Bij mij kwam mijn man en dochter pas om 18.40 uur.  Al die tijd heb ik liggen wachten. Het bezoekuur zou tot 19.30 uur zijn. Man en dochter wilde natuurlijk weten hoe het was gegaan. Ron kreeg zijn Chinese vrouw op visite en wat kennissen en Sanischa haar man met haar schoonmoeder. Wat later kwam ook haar oudste zus op visite.

In de namiddag gebeurde er nog iets hilarisch, althans zo vond ik dat. Omdat ik naast het raam lag kon ik van alles zien. Op enig moment zag ik een magere man aankomen lopen met een wit petje op. Aan zijn hand had hij een fiets. Naast hem liep een vrouw. Ze liepen naar één van de containers die op de parkeerplaats stonden, waar een partij eetkamerstoelen in lagen, zoals ik eerder had geschreven. Vijf stoelen viste de vrouw uit de container met lichtblauwe zittingen. De andere container met stoelen met een bordeaux kleurige zitting liet ze links liggen. Ik vroeg aan mijn twee kamergenoten  of ze het tafereel ook wilde zien en gezamenlijk bekeken wij het stel. Eén voor één stapelde ze de stoelen achterop de bagagedrager  van de oude fiets en bond ze met een stuk dun touw vast. Wat ik dacht gebeurde. De stoelen vielen meteen van de fiets af. Aan de lichaamstaal van de man was te merken dat hij dat niet erg leuk vond en sommeerde de vrouw opnieuw de stoelen op de fiets te plaatsen. Zelf was hij blijkbaar lui en hielp niet mee. Uiteindelijk lukte het. De vijfde stoel plaatste ze op de stang van de gammel uitziende fiets. De man hield de stoelen in balans en de vrouw liep naast de fiets en ze gingen weg.

‘Het geld ligt op straat zei ik en wij moesten lachen.’

Van lezen kwam die dag niets terecht. Ik had wat damesbladen bij mij, maar die waren het nachtkastje nog niet uit geweest. Sanischa vroeg aan mij of ik TV wilde kijken en dat deed ik zo af en toe. Rond 23.00 uur begonnen mijn ogen te prikken en was ik moe. Zij wilde nog even TV blijven kijken. Ron lag al te slapen en ik had steeds korte hazeslaapjes. Op een gegeven moment werd ik wakker en zag dat Sanischa rond middernacht nog TV zat te kijken. Ik zei tegen haar dat ik niet kon slapen vanwege de schittering van de TV in het raam. Ze maakte haar excuses en deed de TV uit. Helaas kon ik die nacht niet meer slapen en schrok wakker om 05.00 uur, omdat er een mevrouw werd binnengereden, die een tijdje beneden op de spoedeisende hulp had gelegen. Ze bleek een drainagebuis te hebben voor haar galblaas die verstopt zat. Ze had hevige pijn. Ze was onderzocht door een arts en er moest een foto worden gemaakt. Ze wist nog niet of ze moest worden geopereerd, vertelde ze mij. Ik was klaarwakker en samen praten wij over haar kwaal en dat ik was geopereerd. De nacht kroop voorbij. Inmiddels was het 08.00 uur toen de nachtzuster ons allen kwam wekken. Ik was doodmoe omdat ik niet had geslapen. Het ontbijt werd gebracht en ik koos voor drie volkorenbrood. Eén met kaas, ham en gekleurde muisjes. Een kop koffie, jus orange en weer een glas ijswater met een paracetamol. Het ontbijt smaakte heerlijk. Ik nam mijn medicijnen in die ik van huis had meegenomen.

Na het ontbijt moest ik drie keer een plastest doen. Mijn katheder werd losgekoppeld. Eerder mocht ik niet naar huis. Elke keer werd er urine opgevangen in een metalen po, die door de verpleegkundige werd nagekeken, op kleur, gewicht etc. Na de derde keer mocht ik mij douchen, aankleden en werd mijn dochter gebeld die mij met de auto op kwam halen. Mijn man moest namelijk werken. Na een bloeddrukmeting en de goede uitslag van de urinetest mocht ik uiteindelijk naar huis. Ik kreeg een brief mee voor de volgende afspraak bij de Uroloog en tips wat ik wel of niet mocht doen, zoals zwaar tillen, niet autorijden enz. Net voordat mijn dochter mij kwam ophalen ging Sanischa naar huis. Ron, Sanischa en ikzelf bleken in hetzelfde wijk te wonen. Wat een toeval. Wij namen afscheid van elkaar, maar helaas mocht Ron nog niet naar huis. Hij lag al veertien dagen in het ziekenhuis. Rond 11.45 uur kwam mijn dochter mij ophalen en liepen wij de gang in. Langs een openstaande kamer zag ik de oudere dame weer waar ik nog even een praatje mee maakte toen mijn man en ik voor de eerste keer binnenkwamen in het ziekenhuis. Zij mocht ook naar huis, maar moest de plastest nog doen zei ze. Daarna stapten mijn dochter en ik in de auto en reden naar huis. Zij ging aan haar huiswerk en ik meteen naar bed. Ik had een gebroken nacht gehad en viel weldra in slaap. Tijdens het diner, die door mijn dochter was verzorgd,  had ik mijn man en dochter nog het een en ander te vertellen. De tijd van revalideren was nu aangebroken na een goede verzorging in het Lange Land Ziekenhuis.

12 oktober 2013.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s