Verloren verleden.

imageslos boliches, spanje.‘Verloren verleden’

In een ligstoel op een zonovergoten terras van een appartementencomplex  dwalen mijn gedachten af naar augustus 1968.

LOS BOLICHES.

Mijn toenmalige verloofde Gerard, onze getrouwde vrienden Edward en Jacqueline en ik zelf besloten voor het eerst een buitenlandse reis te maken naar Los Boliches, een klein dorp in de streek Andalucia. Gerard en ik waren beiden zeventien jaar en onze vrienden één jaar ouder. Edward en Jacqueline waren vier maanden getrouwd en zagen deze vakantie als hun huwelijksreis. Met een taxi reden wij naar Amsterdam en werden afgezet voor de ingang van vliegveld Schiphol. Het inchecken ging vlot bij de paspoortcontrole. Wij zouden landen op het vliegveld van Malaga. Onze koffers werden op een lopende band gezet en verdwenen uit zicht. Vanuit de hal zagen wij het vliegtuig van maatschappij Transavia al staan. Via een sluis kwamen wij door een smalle deur binnen in een voor mij claustrofobische ruimte. Door het gangpad van het vliegtuig zag ik links en rechts kleine ramen. Gerard en ik namen plaats bij de linker vleugel. De vlucht zou twee uur en drie kwartier duren. Voor mijn gevoel duurde de reis wat langer, maar dat kwam omdat ik erg nerveus was en niet wist wat er gebeuren ging. Toen het vliegtuig net was opgestegen, voelde ik mij wat duizelig worden, omdat hij draaide en koers zetten richting Spanje.

‘Sonja! wat ben je stil? vroeg Gerard onverwachts aan mij. Ben je nog steeds zo nerveus?’

‘Praat er alsjeblieft niet over Gerard, het voelt niet goed, gaf ik als antwoord.’

Op hetzelfde moment begon het vliegtuig opeens te zakken en kwam vrij snel weer omhoog. Het gaf mij een gevoel dat mijn maag omkeerde en ik misselijk werd. Een passerende stewardess met een serveerwagen met drank en versnaperingen, zag het gebeuren en gaf mij direct een plastic bekertje met cola.

´Drink maar snel op. Het is tegen de misselijkheid en ik bedankte haar voor de gulle gave.

Onze vrienden zaten één rij achter ons en vermaakten zich prima met elkaar. Als twee verliefde tortelduiven keken ze elkaar aan en zaten aan elkaar te plukken.

Enkele weken voor de vakantie hadden wij met z´n vieren deze reis geboekt bij een groot reisbureau in de Randstad en kozen voor een gezamenlijk appartement. Wij hadden er geen problemen mee hetzelfde appartement te delen en hadden per stel aparte slaapkamers. De medewerkster van het reisbureau vertelde dat het appartementencomplex zo goed als nieuw was. Alleen het zwembad dat bij het complex hoorde, was nog niet in gebruik.

Eindelijk waren wij geland en moesten nog langs de douane. De douaniers waren niet zo gemakkelijk als in Nederland. Wij werden van top tot teen bekeken en onze paspoorten werden doorgelicht. Misschien was het onze leeftijd wel! Van de lopende band pakten wij onze koffers en liepen naar een wit personenbusje, die zijn beste tijd had gehad en ons naar Los Boliches zou brengen. Samen met een handje vol toeristen stapten wij in het busje en werden sommigen van onze medepassagiers afgezet bij verschillende accommodaties die wij onderweg tegenkwamen. Daar ging veel tijd inzitten. Het was erg warm in de bus. Daar moest ik aan wennen. Volgens de Spaanse chauffeur, die goed Engels sprak, waren wij aangekomen in het dorp Los Boliches. Het was een klein dorp en zo te zien was er niet veel te beleven toen wij door het centrum reden. Bijna aan de rand van het dorp stonden een viertal hoge appartementen, waarvan er één nog in aanbouw was. Het was 10.00 uur in de ochtend en er klonk lawaai uit de bouwput. Gelukkig bleek ons appartement iets verder weg te staan. Wij moesten er niet aan denken om veertien dagen lang in de herrie te zitten.

Het busje stopte bij een appartement dat twaalf etages hoog was. Boven de ingang prijkte een naam in neonletters ´Playa del Sol´. Bij binnenkomst was er een grote hal met diverse zitjes, een bar, restaurant, een brede trap en twee liften. De vloer bestond uit wit marmer. Bij de balie ontvingen wij de sleutels van de receptioniste van het hotel, schreven onze namen in het gastenboek en gingen met de lift naar de achtste etage naar onze kamer. Bij het naar binnen gaan keken wij onze ogen uit, een vrij grote kamer met een bankstel, eettafel en stoelen, twee slaapkamers, keuken en een mooie badkamer met douche en toilet. Over de volle breedte van de woonkamer was een terras dat uitkeek op de bergen. Het zwembad bleek aan de achterzijde van het complex te liggen. Vier opvouwbare strandstoelen stonden op het terras. Met zoveel luxe waren wij in onze nopjes. De receptioniste had ons verteld dat het complex recent was gebouw.

Jacqueline zwaaide de openslaande deuren open, liep meteen het terras op en ontvouwde de strandstoelen. Ze zagen er leuk uit met hun fel gestreepte kleuren.´

‘Ziezo, zei ze, het was een lange reis. De koffers pakken wij zo dadelijk wel uit Edward en ze ging zitten.’

Ik was ook moe, maar wilde niet gaan zitten, er was nog wat werk te doen. Onze koffers moesten nog worden uitgepakt. De hitte van buiten viel als een deken in het woonkamergedeelte. De reis was vermoeiend geweest, vooral de busrit van Malaga naar Los Boliches. Onderweg zag ik wel veel en reden wij soms langs de kust met de daaraan liggende plaatsen. Ik had dorst gekregen. Het blikje cola wat ik op het vliegveld had gekocht was leeg. Ook Gerard had niets meer. Ik liep richting de aanrecht en deed de kraan open. Onverwacht deed ik de kraan weer dicht. Wat had die reisadviseur van het reisbureau ook weer tegen ons gezegd: ‘geen water uit de kraan drinken, want het water was niet zo gezuiverd als in Nederland en er zat teveel chloor in.’ Als je water wilde drinken, dan moest het eerst worden gekookt en dan af laten koelen, alvorens je het kon opdrinken. Wat een gedoe, dacht ik bij mijzelf. Dat was geen optie. Wij moesten vanmiddag nog boodschappen doen en op zoek gaan naar een winkel of supermarkt. Het appartement was geboekt met alleen logies, dus moesten wij zelf zorgen voor alle maaltijden. Ik zocht naar een fluitketel in een van de kastjes, die naast een nest schalen en wat simpel serviesgoed stond. Ik deed het gas aan, tapte kraanwater in de fluitketel en liep de slaapkamer weer in. Gerard was intussen bezig zijn kleding uit zijn koffer op te hangen in de slaapkamerkast die wij samen moesten delen. De kast was helaas niet zo groot en wij besloten om een gedeelte van de kleding maar in onze koffers te laten zitten. Na het opruimen schoof ik onze koffers onder het tweepersoonsbed.

Ik liep de woonkamer weer in, omdat de fluitketel zijn deuntje speelde en zag dat de koffers van Edward en Jacqueline nog steeds naast een zwart, houten salontafeltje stonden. Op hun gemak zaten ze op het terras en lieten de koffers voor wat het was. Ik had mijzelf beloofd om niet teveel op hun te letten, want ik was nogal kritisch ingesteld en hield de boel graag netjes. Het kokend hete water schonk ik in een glazen kan, die eigenlijk bestemd was voor de koffie, maar ik moest toch wat. Het zou nog even duren voordat het water was afgekoeld.

Edward keek vanaf het terras de woonkamer in, zag mij staan en kwam naar binnen.

‘Zou die televisie het doen Sonja? vroeg hij aan mij.

‘Probeer het maar, zei ik tegen hem.’ Hij liep regelrecht naar het apparaat toe die op een dressoir stond. Hij drukte op een paar knoppen en bekeek een paar zenders.

´Allemaal buitenlandse zenders, daar heb ik niets aan mompelde hij.´

´Wat dacht je dan Edward! Wij zitten in Zuid Spanje. Nederlandse zenders kun je voorlopig vergeten, zei ik wat droog.´

Jacqueline stond eindelijk op uit haar stoel en vroeg aan Edward of hij met haar mee wilde gaan naar hun slaapkamer en neem de koffers ook even mee schat?´ Hij deed de televisie uit en liep haar achterna de slaapkamer in.

Eerlijk gezegd zou het voor ons ook wel even goed zijn om te gaan rusten, dan doen wij vanmiddag de boodschappen, zei ik tegen Gerard toen ik onze slaapkamer inliep. Dat lijkt mij een prima idee. Het was intussen 12.00 uur zag ik op mijn zilveren horloge. De zon stond hoog aan de hemel.

Blijkbaar waren wij in slaap gevallen. Opeens schrok ik wakker en keek in eerste instantie verbaasd in de rondte. Waar was ik eigenlijk? Ik had zo vast geslapen, dat ik mij niet realiseerde dat ik in Spanje was met mijn lieve Gerard. Wij waren nu bijna één jaar verloofd. Toen ik hem leerde kennen viel ik als een blok voor hem. Hij was slank, had donkerblond, licht golvend haar. Hij was behulpzaam, maar hij had toch ook een negatieve karaktertrek en dat was dat hij gauw jaloers was. Zelf was ik volslank en had lang, blond haar. Ik wist dat jongens graag naar mij keken, maar maakte er geen misbruik van. Door mijn spontaniteit legde ik ook vrij snel contact.

Ik ging op de rand van het bed zitten. Gerard lag nog te slapen. Mijn zwarte teenslippers schoof ik aan mijn voeten en liep de woonkamer weer in, die wij gezamenlijk veertien dagen moesten delen. Uit mijn zwarte handtas haalde ik een rol ‘kaakjes’, nam er twee en legde de rol op het tafeltje neer. Ik ging zitten op het terras. Licht glooiende bergen doemden op. Het landschap bestond uit wat lage dorren struiken, zon gebleekte grasvlakten en zanderige wegen. Hier en daar zag je een boom die wel bestand zou zijn tegen de felle zon.

In de nabij gelegen slaapkamer hoorde ik wat gestommel en besloot om de woonkamer binnen te gaan.

‘Hoi Sonja, zei Angelique tegen mij, die in de slaapkamerdeur verscheen. Ik heb toch heerlijk geslapen?

‘Nou ik ook hoor! Eerlijk gezegd zat ik al op jou te wachten, want wij gaan vanmiddag op zoek naar een winkel om de nodige boodschappen te doen. De receptioniste had tegen ons gezegd dat de winkels pas in de namiddag open zouden gaan vanwege hun siësta.

´Wat is een siësta nou eigenlijk Sonja?’

‘In verband met de hitte van de zon, gaan de Spanjaarden rusten tussen 12.00 en 14.00 uur. De zon staat dan hoog aan de hemel. De meeste mensen sluiten dan hun winkels en staken met buiten werkzaamheden.

‘Laat de mannen dan maar even verder slapen, ik leg wel een briefje voor ze neer dat wij boodschappen aan te doen zijn, Sonja.’

‘Een ding moeten wij niet vergeten, zei ik weer: flessen met water. Water drinken uit de kraan is slecht dat wij het risico lopen om diarree te krijgen.’

Jacqueline fatsoeneerde met haar smalle vingers haar donkerblonde, halflange haar. Ondanks ze stevig van postuur was volgde ze de mode op de voet. Zelf had ik het niet zo met mode. Eigenlijk waren wij tegenpolen. Zij hield van kleding en ik droeg kleding vaak uit noodzaak en liep hoofdzakelijk rond in spijkerbroeken. Gerard had weleens tegen mij gezegd: ‘koop eens een leuke, korte, rok?’

‘Wat sta je in gedachten Sonja; kom wij gaan? Wij moeten nog uitvinden waar de dichtstbijzijnde winkel is. Jacqueline krabbelde snel iets op een stukje papier dat ze uit haar agenda had gescheurd en legde het op de kleine salontafel neer. Wij pakten onze handtassen en gingen op weg.

Vanaf het hotel liep de weg glooiend naar beneden richting het dorp. Er was nog geen winkel te zien, maar wel Spaanse mensen die ons groeten en voor hun deuren zaten op houten stoelen met biezen matting. Er waren niet veel oudere kinderen op straat. Die waren blijkbaar nog op school. Halverwege de weg was er een kleine benzinepomp, maar nog steeds was er geen winkel te zien. Hier en daar zag ik een wirwar van straatjes met witgekalkte huizen. De middenweg was niet geasfalteerd, maar bestond uit verhard zand, dat opstoof als er een auto passeerde. Een gedrongen man met een zwarte, platte pet passeerde ons met een ezel, die er net zo stoffig uit zag als de straat. Het dier had een strooien hoed op, waarvan de rafels zichtbaar waren. Tussen zijn oren zat de hoed geklemd. Het was zo’n grappig gezicht dat ik bijna moest lachen. Het lastdier droeg aan weerszijden middelgrote kruiken die vastzaten aan diverse touwen in twee manden.

‘Wat zou er in zitten vroeg ik mij af? Wijn misschien?

‘Kijk daar eens Sonja, riep Jacqueline. Aan de linkerkant is volgens mij een kleine supermarkt.’

‘Het wordt tijd, want wij zijn nu al drie kwartier onderweg.’

Een allervriendelijkste Spaanse verkoopster van middelbare leeftijd zei ons gedag toen wij haar supermarkt binnenstapte en wij zwaaiden naar haar. Tussen de schappen zochten wij naar de boodschappen en namen het hoognodige mee. Ook harde broodjes namen wij mee, die de vrouw zorgvuldig in een plastic zak deed. Ze mompelde iets in het Spaans, maar ze had al gauw in de gaten dat wij toeristen waren. Na het betalen van de benodigde peseta’s kreeg ik de kassabon, die ik zorgvuldig bewaarde voor mijn plakboek thuis. Het leek mij een leuk aandenken om kassabonnen te bewaren.

Met een korte knik zeiden wij de vrouw gedag en gingen de lange weg terug omhoog.

‘Wat zijn die waterflessen zwaar, zei Jacqueline tegen mij en wat heb ik het warm.’

‘Ik heb het ook warm hoor, zei ik met een afgezakt gezicht. De volgende keer halen de mannen maar boodschappen.’

De receptioniste van ons complex riep ons, bij het zien van het dragen van de boodschappen en zei keurig in het Engels, dat er een paar keer per dag een busje naar het dorp reed om toeristen te vervoeren. Wij bedanken haar en vonden het jammer dat wij er zojuist geen gebruik van hadden gemaakt.

‘Dat had ons wat voetstappen gescheeld, mompelde ik.’

Jacqueline moest lachen en wij stapten de lift in. Ik deed de kamerdeur open en zag dat de mannen al in de kamer zaten. Edward kamde zijn rossige haar en Gerard zat onderuit op de bank televisie te kijken.

‘Kom maar hier dames, ik pak de boodschappen wel aan en ruim ze op bood Edward aan. Ik zie dat jullie ook broodjes hebben meegebracht. Dan smeer en beleg ik ook nog wat broodjes voor ons. Tot heden hebben wij nog niet veel gegeten.

‘Gerard, wil jij voor ons wat water inschenken; dat hebben wij wel verdiend, vroeg ik aan hem. Natuurlijk doe ik dat. Weet je dat het afgekoelde water wat op de aanrecht staat niet te drinken is, het smaakt naar chloor.

‘Gatver…! riep Jacqueline. Thuis heb ik in een tijdschrift gelezen dat je last krijgt van je darmen als je ervan drinkt.’

‘Dat zei ik toch Jacqueline.’

‘Nou vanaf vandaag is dat afgelopen. Wij hebben ons gesjouwd aan zes flessen water en de nodige boodschappen. Kijk maar de striemen staan nog in mijn handen van het handvat van de plastic tasjes en liet mijn handen aan Gerard zien.

Edward nam de boodschappentasjes aan en ik liep naar de slaapkamer, pakte uit mijn koffer wat brochures en las dat er op de boulevard van Torremolinos, een stad in de regio, wat restaurants waren en cafés. Daar gaan wij vanavond dineren zei ik tegen de anderen en nam een flinke teug van het gekoelde water dat Gerard had neergezet. Het chloorwater dat op de aanrecht stond goot ik in de gootsteen.

‘Heerlijk zeg, wat heb ik daar naar verlangd, koel water. Ik nam een hap van het broodje met worst. Het broodje was wel vrij hard.’

In de namiddag vertrokken wij met het hotelbusje naar Torremolinos met zijn mooie strand, boulevard en palmbomen. De chauffeur vertelde ons, dat hij een paar keer per dag het strand bezocht tot 23.00 uur. Daarna moesten wij een taxi nemen om terug te gaan naar het restaurant. Op het warme zand legden wij onze badlakens neer en bleven er tot de avond. Na een paar uur was het tijd om een restaurant te zoeken op de boulevard.

Zo’n honderd meter verder zag Gerard een restaurant. Het terras had leuke gekleurde stoelen en tafels.

‘Zullen wij hier maar plaatsnemen, vroeg Gerard? Ik zie de ober al aankomen lopen, grapte hij’.

De man met een smalle snor, mompelde iets onverstaanbaars en gaf ons de menukaart. Onder een Spaanse tekst stond gelukkig met Engels geschreven, wat het menu betekende. Wij kozen gezamenlijk voor een eiergerecht, tortilla genaamd en een kleine karaf met Sangria. Het duurde nog vrij lang voordat het eten werd gebracht. Vanaf het terras, keken wij richting de zee en keuvelden wij over wat deze eerste dag ons had gebracht. De tortilla smaakte ons goed.

Het busje bracht ons weer terug naar ons appartement en namen nog plaats op ons eigen terras. Het was al vrij donker buiten en in de verte hoorde wij het geluid van wel honderden krekels. Mijn oogleden voelde zwaar aan. Het was tijd om naar bed te gaan.

De volgende ochtend was ik vroeg wakker en besloot ons ontbijt klaar te maken. Met het flessenwater dat ik in de fluitketel deed, zetten ik wat koffie, smeerde de broodjes en plaatste een bord met Spaanse worst, kaas, chocopasta en jam op tafel. De kaas zag er wat gebleekt uit en bleek bij het lezen op de verpakking uit Spanje te komen. Bij nader inzien was de kaas wel lekker, maar anders dan thuis. Eén voor één kwam iedereen uit bed en aten wij ons ontbijt op. Edward en Jacqueline besloten om vandaag naar Fuengirola te gaan een andere grote stad in de nabijheid van Los Boliches. Jacqueline had gehoord, dat daar meer winkels waren, want ze was dol op winkelen. Dat wist ik van haar. Gerard en ik besloten om eerst eens te gaan kijken of het zwembad van ons complex al gereed was om daarna met het busje weer naar Torremolinos te gaan. Het strand daar was ons goed bevallen. Met een fles water en wat versnaperingen gingen wij op weg. Op de terugweg zouden wij wat boodschappen meenemen voor de komende dagen.

De Spaanse chauffeur parkeerde zijn busje naast een potsierlijke open koets met een paard die geel met blauw gekleurde pluimen op zijn hoofd had. Aan zijn leidsels hingen rode kwasten en hij had oogkleppen voor. Op de bok zat een keurig geklede man in een zwart jacquet met op zijn hoofd een platte zwarte hoed. Bij het uitstappen grijnsde hij naar mij met zijn witte tanden, waardoor ik een gouden tand zag zitten. Snel liep ik Gerard achterna die al op het strand liep. Niet ver van de boulevard verwijderd vonden wij een leuk plekje. Net voordat ik de badhanddoeken wilde neerleggen zag in een aantal strandstoelen staan, die er gisteren niet stonden.

‘Zullen wij een strandstoel huren? vroeg ik aan Gerard die bezig was om zich om te kleden in zijn blauwe zwembroek. Ik zie alleen die strandstoelenverkoper nergens.’

‘Hier heb je mijn portemonnee Sonja, ik neem intussen een duik in zee.’

Ik nam plaats, pakte een tijdschrift uit mijn tas die ik vanuit mijn ouderlijk huis had meegenomen. Na enige tijd stond er opeens een corpulente man voor mijn neus, mompelde wat in het Spaans, maar ik begreep wat hij bedoelde. Drie vingers stak hij op en ik betaalde drie peseta’s. Hij stopte het geld in een juten zak die hij aan zijn broekriem had vastgemaakt, grijnsde en liep verder naar een echtpaar die een paar stoelen verwijderd van mij zaten. Met Edward had Gerard afgesproken dat hij en Jacqueline na hun bezoek aan Fuengirola, naar ons toe zouden komen op het strand. Wij zouden dan gezamenlijk weer gaan eten in een nieuw te ontdekken restaurant.

Wat later in de middag arriveerden ze en vertelden hoe ze de stad Fuengirola hadden beleefd. Ik moest lachen om Jacqueline. Ze vertelde honderduit over de nodige kledingwinkels. Ik kende haar al een tijdje. Ze woonde voor haar trouwen in de buurt van mijn ouderlijk huis en wij werden vriendinnen. Voor ze Edward leerde kennen op een schoolfeest gingen wij de zaterdagmiddagen regelmatig naar de stad om te winkelen. Vergeleken bij mij was ze koopziek en kocht ze regelmatig kleding. Edward had moeite met haar koopgedrag, maar nam het soms voor lief nu ze waren getrouwd.

Er passeerde een leuke, vlotte jongen van onze leeftijd en hij bleef onverwachts staan. Hij had zwart, gekruld haar dat op zijn schouders viel. Zijn donkerbruine ogen keken mij aan van top tot teen. Ik werd er bijna verlegen van. Uit een koelbox haalde hij een blikje cola tevoorschijn en met een glimlach gaf hij het aan mij. Ook de anderen gaf hij een blikje. Voordat wij wat konden zeggen stak hij een paar vingers op om aan te geven hoe duur de blikjes waren. Edward betaalde hem de peseta’s. Nadat hij het geld had aangepakt wees hij met zijn wijsvinger naar zijn borst en zei: ‘Manuel!’en gelijk wees hij naar mij en ik zei:

‘Sonja!’

Hij probeerde mijn naam na te zeggen, maar het kwam er zo stuntelig uit, dat wij allemaal moesten lachen, op één iemand na: Gerard. Verontwaardigd keek hij mij aan, er viel een stilte. Manuel had het blijkbaar in de gaten en droop af. Hij vervolgde zijn weg.

‘Waarom ben jij met die Manuel aan het flirten Sonja? vroeg hij geïrriteerd aan mij.

‘Flirten, hoe kom je erbij, je hebt toch zelf gezien hoe het ging. Het is gewoon een gewiekste zakenman, die ons overrompelde met zijn frisdrank. Ik moest alleen lachen hoe hij mijn naam uitsprak. Jij moet toch beter weten, wij zijn verloofd Gerard, weet je nog?

Jacqueline keek beteuterd mijn kant op, maar zei niets. Ze had zo’n reactie van Gerard zeker niet verwacht.

‘Zullen wij eens een restaurant opzoeken? vroeg Edward aan Gerard. Mijn maag begint onderhand te rammelen. Kijk niet zo droevig man, er is niets aan de hand.’

Wij sprokkelden onze spullen bij elkaar en kozen een nieuw restaurant uit op de boulevard. Enigszins in mijn eer getast, liep ik op gepaste afstand achter Gerard aan. Hij was altijd zo gauw jaloers en dat verpestte vaak de sfeer. Bij aankomst konden wij helaas niet buiten op het terras zitten en besloten om naar binnen te gaan. Het restaurant was in een typisch Spaans interieur opgetrokken met zwarte houten meubels. Hier en daar hingen kleine wijnkruiken in een groot visnet aan het plafond. Rondom de bar lag de stenen vloer bezaaid met schillen van garnalen, die sommigen Spanjaarden, na het eten ervan op de grond gooide. Wat smering dacht ik bij mijzelf en ging deels met mijn rug naar hun toe zitten. Deze keer bestelden wij een pan paella, wat frisdrank en sangria voor Edward, die er verslaafd aan bleek te zijn.

‘Ik slaap er lekker op Sonja, grapte hij, toen hij zag dat ik naar de karaf keek, die even later op tafel werd gezet. De ober bracht een grote pan paella binnen en vertelde in wat gebrekkig Engels dat wij gezamenlijk uit deze pan moesten eten.

‘Elk land heeft zo zijn gewoontes Edward, zei Jacqueline tegen hem.’

Na het heerlijke diner wandelden wij terug over de boulevard en kocht ik bij een souvenirwinkeltje een paar ansichtkaarten voor mijn ouders en zus. Ik vond twee leuke geborduurde kaarten met een voorstelling van een typisch Andalusisch danspaar erop. Ook nam ik een schattige, kleine ezel mee van stro gemaakt, die er uit zag als de ezel die ik eerder had gezien, met zijn strooien hoedje. De bus stond al te wachten en voor wij het wisten waren wij alweer gearriveerd bij het appartementencomplex.

De dag was alweer om. Edward keek nog televisie en Jacqueline pakte een boek en was even later verzonken in een verhaal. Gerard kriebelde opeens in mijn nek toen wij op de bank zaten. Ga je mee naar bed schatje, vroeg hij lief.

‘Hij had zeker iets goed te maken, mompelde ik binnensmonds.’

‘Wat zei je Sonja?’

‘Laten wij maar naar bed gaan, loog ik.’

De dagen vlogen voorbij en wij hadden veel ondernomen met of zonder elkaar. In de directe omgeving was er veel historie te zien. Wij hadden deze tips te danken aan een Spaanse gids die om de dag beneden in de lounge van het complex aanwezig was voor de toeristen. Hij stond ons met raad en daad bij. Bijna zat onze vakantie erop.

Vanonder zijn hoofdkussen van ons bed haalde Gerard zijn portemonnee tevoorschijn.

‘Wij zijn zuinig geweest Sonja en niet teveel geld uitgegeven, wij hebben namelijk nog een paar dagen te gaan.

‘Ik ga vanochtend niet met je mee naar de supermarkt, zei ik tegen hem. Vraag anders of Edward met je mee gaat?

‘Die ligt zijn roes nog uit te slapen van de Sangria van gisterenavond’.

‘Alweer! die drinkt dat spul als limonade, zei ik weer.’

‘Vraag of Jacqueline met je meegaat? Hier heb je het boodschappenbriefje.

Die middag vertrokken Gerard en Jacqueline met het busje richting de supermarkt. Op de terugweg zouden ze nog een kijkje nemen bij het zwembad. Ik wilde mij douchen deze ochtend en liep naar de badkamer toe. Er hing een penetrante lucht van vochtige handdoeken, die hier en daar rondslingerde. Er hing er zelfs een in de wasbak. Ik pakte het boeltje bij elkaar en legde het neer in een hoek van de badkamer. Vanavond zou ik het met de anderen bespreken. Een beetje opruimen kon toch wel vroeg ik mij af. Ik keek op mijn horloge, het kamermeisje had er al moeten zijn met de schone handdoeken. Ik liep naar de slaapkamer waar Edward lag te slapen, deed de deur op een kier en hoorde een gesnurk.

‘Die is voorlopig niet wakker te krijgen, mompelde ik.’

Opeens herinnerde ik mij dat rond deze tijd onze gids José in de lounge aanwezig was. Ik moest schone handdoeken hebben, ook voor de anderen. Ik stapte in mijn zwarte teenslippers die onder de salontafel lagen, deed zachtjes de deur achter mij dicht en liep door de gang richting de lift. Toen ik uit de lift was gestapt zag ik José in een animerend gesprek met een echtpaar. Wat verderop aan de lange tafel zaten twee jongens, die mij iets ouder leken dan ik zelf was.

´Hebben jullie zo dadelijk ook een gesprek vroeg ik aan een van de jongens met rood piekhaar en zijn gezicht vol sproeten? Jazeker, antwoordde zijn vriend. Maar het echtpaar is al drie kwartier met de gids in gesprek.

‘Het is niet anders, fluisterde ik zacht. Ik ga even wat te drinken halen aan de bar. Als jullie José gesproken hebben willen jullie mij dan even roepen, vroeg ik beleefd. Ik blijf even bij de bar.

´Akkoord! zei hij weer en ik liep richting de bar en nam plaats op een met rood fluwelen zitting van de barkruk.

Nadat ik een tweede tonic had genuttigd, stapte ik van de kruk af en zag in een hoek van de lounge een bekend persoon zitten in gesprek met de manager van het appartementencomplex. Het was ´Manuel` de drankverkoper uit Torremolinos. Maar wat deed hij hier? Hij zag mij niet en ik liep terug naar de jongens die net opstonden en mij wenkte dat zij klaar waren met het gesprek.

‘Hallo Sonja, vertel! wat kan ik voor je betekenen, vroeg José aan mij?’

‘Het is mij opgevallen dat er gisteren en vandaag geen schone handdoeken zijn gebracht door een van de kamermeisjes. Ik wilde mij gaan douchen en trof alleen vochtige handdoeken aan.´

‘Je bent al de zoveelste van vanochtend Sonja, wij zijn sinds twee dagen onderbezet, omdat één van de kamermeisjes ziek is geworden en de andere heeft niets meer van zich laten horen. Maar ik zal meteen zorgen dat je schone handdoeken krijgt.’

‘Bedankt José en ik ging snel weer naar boven. Net toen ik was uitgekleed en in mijn korte badjas door de kamer liep, werd er op de deur geklopt. Dat is snel en liep naar de deur. In mijn haast vloog een van mijn slippers van mijn voeten en belandde in de buurt van de deur. Een stem zei: ‘ik heb hier een stapel handdoeken voor u.’

´Komt u maar binnen hoor en opende de deur zonder te kijken wie het was en liep meteen de woonkamer weer in.

‘Waar kan ik de handdoeken neerleggen antwoordde de persoon weer?’

Edward was intussen wakker geworden door luidruchtig gepraat en ging zitten op de rand van zijn bed. Wat was dat voor een onbekende stem. Nieuwsgierig opende hij de deur en keek voorzichtig, zonder dat iemand hem zag, de kamer in. Op hetzelfde moment hoorde hij een gil en een manspersoon lag languit met een partij handdoeken in de kamer. Eduard en ik zagen de man overeind krabbelen, wat niet direct lukte. Ik zag dat hij was gevallen over een van mijn slippers die nog bij de deur lag. Op het moment dat ik hem overeind wilde helpen, viel de bovenzijde van mijn badjas open, waardoor mijn borsten zichtbaar werden en keek ik in de ogen van Manuel. ‘Sonja! en hij mompelde iets onverstaanbaars in het Spaans, draaide zich om en rende de nog openstaande deur uit. Hij liep Gerard bijna omver, die aan de grond genageld in de deuropening stond. Snel verborg ik mijn borsten achter de kraag van mijn witte badjas. Gerard begon meteen te schelden en riep: ‘wat een mooie verloofde ben jij, vreemd gaan met die Manuel. Zie je nou wel dat je niet te vertrouwen bent. Heb je soms een stoeipartij gehad met die drankverkoper van het strand met al die handdoeken. Je borsten hingen als rijpe appels uit je badjas.’

Ik wilde wat tegen hem zeggen, maar kreeg geen woord uit mijn keel. Door zijn onverwachte reactie was ik overdonderd. Edward hoorde wat Gerard tegen mij zei, kwam de woonkamer binnengelopen en schoot mij te hulp.

‘Gerard! Niets is wat het lijkt! Er is helemaal niets gebeurd, want ik heb alles vanuit mijn slaapkamer zien gebeuren.´

Maar Gerard was boos en liep meteen de deur weer uit en passeerde Jacqueline, die net naar binnen wilde komen met een tas met boodschappen.´

De andere tas met boodschappen staat nog bij de lift Gerard!´, riep ze hem nog na, omdat ze niet wist wat er aan de hand was. Ik ruimde de handdoeken op en begon opeens onbedaarlijk te huilen.

‘Ga zitten Sonja ik zet wel even koffie, zei Edward.´

De rest van de dag zag ik Gerard niet meer. Rond middernacht kwam hij binnen. Maar Edward was streng en beval hem te gaan zitten en te luisteren wat hij te zeggen had. Zelf hield ik mij samen met Jacqueline afzijdig op het terras van ons appartement en sloten de openslaande deuren. Binnen ging het er heftig aan toe. De schellen waren van mij ogen afgevallen. Met deze jaloerse jongen kon ik niet gaan trouwen en ik vertelde tegen Jacqueline dat ik van plan was een punt achter onze relatie te zetten als ik weer in Nederland was.

‘Weet je het zeker Sonja, vroeg Jacqueline aan mij?’

‘Heel zeker, ook al biedt hij zijn verontschuldigingen aan, mijn besluit staat vast.’ Rond middernacht verontschuldigde hij zich, maar ik nam het voor kennisgeving aan.

Onderweg naar het vliegveld verontschuldigde hij zich opnieuw voor zijn woedeaanval en zijn onuitstaanbare gedrag, maar ik was niet te vermurwen en vertelde hem dat het over en uit was tussen ons. Bij aankomst op Schiphol ging hij weg zonder afscheid van mij te nemen en ging ik samen met Edward en Jacqueline met de taxi naar huis. Nooit heb ik meer iets van Gerard gehoord. Jaren later trouwde ik met mijn lieve man Cees.

Edward en Jacqueline verloor ik na jaren uit het oog, tot op het moment dat ik een rouwadvertentie in een landelijk dagblad las. Jacqueline was overleden. Ik was zelf sinds twee jaar weduwe van Cees en wist wat Edward nu moest meemaken en nam mij voor om naar de begrafenis te gaan. Ik had hem in jaren niet gezien. Zo kregen wij onverwachts weer contact met elkaar. Vier jaar na de dood van Jacqueline trouwden wij met elkaar en verbleven elk jaar in de winter in ons koopappartement in Spanje.

Opeens hoorde ik voetstappen, keek omhoog en zag twee blauwe ogen die naar mij lachten en hij zei: Wat zit je toch in gedachten Sonja? ´

´Ach, ik dacht weer even aan vroeger tijden Edward, vooral aan het moment dat jij tegen Gerard zei: ‘Niets is wat het lijkt! Toen wist ik hoe Gerard werkelijk was en met een jaloerse man kon ik niet leven.

Wat een verloren verleden was, is nu een nieuwe toekomst voor ons beiden!

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s