VLIEGANGST (GEPUBLICEERD)

imagesCAI9GR9E

Na jaren niet meer te hebben gevlogen, was nu het moment aangebroken dat Irene zou gaan vliegen naar Denemarken. Haar oudste broer Chris  was, toch nog geheel onverwachts na een ziekbed van acht weken, aan een longembolie overleden. Hij woonde sinds zijn huwelijk met de Deense Mette in Kopenhagen samen met hun enige zoon Mats. Over twee dagen was de begrafenis vertelde haar schoonzus haar in het Engels door de telefoon. Via de computer zou haar man Bob de tickets regelen en liet haar met hoofdpijn achter in de woonkamer van hun appartement in Utrecht.

          Negentien jaar had ze niet meer gevlogen. Haar leven lang wilde ze altijd het heft in eigen handen houden, maar nu moest ze zich overgeven aan een vliegtuig hoog in de lucht. Allerlei scenario’s spookten door haar hoofd en voelde ze wat transpiratiedruppels langs haar rug lopen, die bleven steken ter hoogte van de tailleband van haar tricot rok.

          ‘Ik heb inmiddels de tickets geboekt Irene, zei Bob, die de woonkamer weer was binnengelopen, vanavond rond 19.45 uur vertrekken wij met de KLM vanaf Vliegveld Schiphol in Amsterdam!’

          ‘Zullen wij dan samen onze koffers inpakken Bob, vroeg ze ietwat nerveus?’

‘Dat is goed Irene, ik haal ze meteen van zolder. De kleding werd ingepakt en even later stonden de koffers in de hal.

‘Jeetje, wat gaat de tijd toch snel Bob het is al 17.30 uur!’ Hij keek haar aan en zag hoe haar tengere handen beefde. Hij wist dat ze vliegangst had, want het was alweer wat jaren geleden dat ze een reis hadden geboekt naar het eiland Madeira. Ee vlucht naar Madeira die hun was tegengevallen. Het regende en onweerde die middag in augustus en had het vliegtuig last van turbulentie. Even rilde hij. Irene was in paniek geraakt en besloot bij thuiskomst nooit meer te zullen vliegen. 

‘Gaat het schat?’

‘Eerlijk gezegd niet Bob, weet je nog die reis van wat jaren geleden, ik had gezworen nooit meer te gaan vliegen?’

          Hij pakte haar liefkozend vast om haar tengere middel en voelde een vochtige plek.

‘Blijf  dichtbij mij Bob en ze streek hem door zijn gitzwarte haar?’ Hij zag er nog jongensachtig uit, ondanks hij de vijftig net was gepasseerd.

          Onderweg naar het vliegveld ging alles langs haar heen en voelde zij zich mat. Bob praatte maar aan een stuk door, waarvan de helft van het gesprek langs haar heen ging. Angst hield haar in de greep. Op een zeker moment stonden ze onderaan de trap van het verschrikkelijke vliegmonster. Er was geen weg meer terug, want ze moesten naar hun schoonfamilie toe om haar broer nog een keer te zien. Als ze nu niet zou gaan, dan zou ze dat zichzelf nooit vergeven. Gelukkig was Bob bij haar en liepen ze langzaam de trap op naar boven. Het duurde, voor haar gevoel, een eeuwigheid voordat ze in de cabine van het vliegveld stapte. Daar stond ze dan met in haar kielzog een corpulente passagier die een penetrante geur bij zich droeg en een ongeduldig heersschap bleek te zijn. Snibbig mompelde de man tegen haar of ze niet sneller kon doorlopen?

          Bij binnenkomst overviel haar een claustrofobisch gevoel want ze zag een smal interieur met kleine raampjes. Was dat jaren geleden ook ze, mompelde ze? Transpiratiedruppels gleden door haar blonde, gekrulde haar naar beneden en een straaltje liep langs haar hals.

‘Ik wil eruit’ riep ze opeens hardop!, maar ze stond midden in het gangpad opeen gepropt tussen een aantal passagiers en kon alleen maar voorruit lopen, want achter haar stonden meer mensen die ongeduldig werden en haar sommeerde om nu eindelijk eens te gaan zitten. Net achter de linkervleugel namen ze beiden plaats. Even later bracht een stewardess hun een dagblad en vroeg of ze iets wilde drinken.

‘Doet u mij maar een Tonic met een heleboel ijsklontjes, en jij Bob?’.

‘En voor mij een zwarte koffie mevrouw, mompelde Bob, die met een zucht ging herzitten.’

Ze voelde de temperatuur stijgen, of lag dat aan haar? Bob probeerde haar weer eens af te leiden met zijn misplaatste grappen, waar ze nu helemaal geen zin in had. Ondanks de vlucht niet zo lang duurde, had ze toch het gevoel dat ze al uren in het vliegtuig zat. Even hapte ze naar lucht en voelde zich nog niet helemaal fit. Door het geronk van de motoren en een kleine luchtverzakking, sloeg opeens de schrik om haar hart. Het deed haar meteen weer herinneren aan de reis van toen.

‘Help Bob, ik wil eruit, straks storten wij neer!’

‘Welnee paniekvogel, doe nu eens rustig aan en denk aan de mensen om ons heen?’

Een stewardess kwam snel naar haar toegelopen en bleef ter afleiding even met haar staan praten.

‘Wilt u alsnog iets drinken mevrouw?’

‘Geeft u mijn vrouw nu maar een stevige borrel stewardess, misschien wordt ze daar rustig van?’

Chagrijnig keek ze naar Bob, maar nam even later het glaasje port van de stewardess in ontvangst.

Voorzichtig keek ze om haar heen en zag dat een paar verontwaardigde gezichten  haar aankeken. Snel draaide ze zich weer om, ging onderuit zitten, streek haar rok glad en na verloop van tijd merkte ze dat ze slaperig begon te worden.

          Opeens schrok ze wakker door een indringende stem van een van de stewardessen die vertelde dat ze waren geland op het vliegveld van Kopenhagen. Ze keek op haar horloge en zag dat ze een half uur had geslapen. Zodra het vliegtuig stil stond, pakte ze haar zwarte schoudertas  en wist niet hoe snel ze van de trap van het vliegtuig naar beneden was gekomen, met een gniffelende Bob achter haar aan. Ze gingen snel met een taxi, die voor het vliegveld geparkeerd stond, naar hun hotel in het centrum van Kopenhagen.

‘Gaat het nu al wat beter Irene, na die stevige borrel?’

‘Ja Bob, en doe niet zo lollig? Eerlijk gezegd ben ik best wel een beetje trots op mijzelf, maar de vliegangst is nog niet helemaal verdwenen, merk ik.’

          Na het inchecken in het hotel stapte ze hun hotelkamer binnen, die er netjes, doch klassiek ingericht uitzag. Doodmoe van alle emoties gingen ze naar bed. Het was inmiddels al middernacht. Uitgerust kwamen ze de volgende dag bij de schoonfamilie aan die net buiten de stad Kopenhagen woonde. Chris lag opgebaard in een van de logeerkamers van het grote huis. Hij zag er mager uit vond ze. Op een warme dag brachten ze hem naar het kerkhof in Kopenhagen. Bob ondersteunde zijn schoonzus Mette en Irene bood Mats een arm aan. Het was druk op het mooi aangelegde kerkhof. Naast familie van zijn vrouw Mette, waren er ook veel vrienden en collega’s van Chris, die de laatste negen jaar op het Nederlandse Consulaat had gewerkt. Na drie dagen stonden ze weer op het vliegveld van Kopenhagen en vlogen terug naar Nederland. Ze merkte dat ze haar emoties wat beter onder controle had, waardoor het vliegen al een stuk rustiger was verlopen. Bijna waren ze thuis. Het vliegtuig had zijn koers al uitgezet om te gaan landen. Haar vliegangst had ze deze zomer overwonnen.

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s