NIEUWJAAR IN DE POLDER.

imagesmist

 

Het is Nieuwjaarsdag 1993. Samen met mijn man Cor steek ik  vuurwerk af voor de woning van zijn oudste broer Piet en zijn vrouw Els en hun drie jongens aan de Westgaag in Maasland. Zij wonen in een vrijstaande woning. De woning ligt aan een landscheidingsweg met daarachter een lange wetering met de naam De Gaag die vanaf Maasland richting Schipluiden loopt.

Het afgestoken vuurwerk, dat hoofdzakelijk bestaat uit rotjes en vuurpijlen, veroorzaakt een blauwwitte  damp. De buiten emperatuur wordt kouder en ik zet mijn kraag omhoog van mijn zwarte wollen jas. De kraag kriebelt in mijn nek, en ik doe deze weer snel naar beneden. Ik besluit om naar binnen te gaan, wijs met mijn wijsvinger naar de voordeur en ik gebaar naar mijn schoonzus dat ik naar binnen ga.

Bij het ophangen van mijn jas breekt opeens het lusje en blijft hangen aan de smeedijzeren kapstokhaak. Net voordat mijn jas op de smyrna loper valt, vang ik deze met beide handen op. Er komt een penetrante geur van vuurwerkdamp vanaf en ik hang mijn jas alsnog aan de kapstok. Daarna loop ik naar het toilet bij gebrek aan een gangspiegel en kijk door een kleine spiegel, die bijna uit zijn lichtblauwe plastic frame valt. Mijn vochtige haar zit tegen mijn gezicht geplakt en ik fatsoeneer het naar behoren.

Vanuit de toilet loop ik op mijn gemak richting de slaapkamer van mijn schoonfamilie, want op het bed staat de grijs met roze kinderwagenbak waar onze dochter Laura van 13 maanden ligt te slapen. Ze heeft van het vuurwerk niets gehoord. Zachtjes doe ik de slaapkamerdeur weer dicht en loop de warme woonkamer binnen.

Intussen is ook Els binnengekomen en vraagt of ik nog koffie wil met een appelbeignet. ‘Graag alleen koffie’ zeg ik  glimlachend  tegen haar. Ik vlij mij neer op de groene leren bank die het dichtst bij de centrale verwarming staat. Even later zet Els de koffiekopjes op de messing tafel met glasplaat en gaat naast mij zitten. De mannen en mijn jongens zijn voorlopig nog buiten en krijgen zo dadelijk koffie. Zijdelings kijk ik op mijn zilveren horloge en zie dat het 23.55 uur is. ‘Over een uur is het weer tijd’, voor Laura haar melkfles zeg ik tegen haar. Als Cor na het vuurwerk weer binnen is, dan wil ik naar Zoetermeer toe. Het is ongeveer drie kwartier rijden naar ons huis. Dat is goed Gemma, wij hebben toch een gezellige avond gehad nietwaar! en ik knik ‘bevestigend’.

Na verloop van een kwartier komen de mannen binnen en schenkt Els voor iedereen nog koffie in. Cor heeft blijkbaar mijn gedachten geraden, want na de koffie zegt hij tegen mij: kom wij gaan huiswaarts Gemma, want het is al laat. Wij bedanken Piet en Els voor hun gastvrijheid en trekken de  groene voordeur achter ons dicht.

Net voordat ik onze rode Toyota Corolla instap zeg ik tegen Cor, ondanks dat de televisie niet aan is geweest met al die leuke programma’s, was het een gezellig Oud- en Nieuwjaar bij je broer en zijn gezin. Jazeker! en vooral het vuurwerkspektakel met mijn drie neven, zegt hij als ik net in de autostoel plaatsneem en mijn portier dicht slaat.

Over het grintpad, dat kraakt onder de banden van onze auto, rijden wij langs de zijkant van de woning links de Westgaag op richting het dorp Schipluiden waar Cor is geboren. Op onze achterbank staat de kinderwagenbak met een slapende Laura. De bak is vastgeketend aan de autogordel.

Wat gek, zeg ik even later tegen Cor, die vuurwerkdamp blijft wel erg lang hangen zeg! Hij kijkt door de voorruit omhoog. Wij zijn net vijf minuten geleden vertrokken en de damp is er nog, zeg ik nogmaals. Ik zie geen hand voor ogen. Verdraaid je hebt gelijk, maar dat is geen vuurwerkdamp maar dikke mist en hij drukt de knop in van de radio. Wij horen lichte muziek. Het nieuws is pas over een kwartier, zie ik op mijn horloge.

Naarmate wij verder rijden wordt de mist steeds dikker en de contouren van de boerderijen en de weilanden verdwijnen in de witte, dikke, mist. Ik slaak een zachte gil en zie aan mijn rechterzijde dat het water van De Gaag langzaam in de mist oplost, maar zie nog wel de motorkap van onze auto. Het koude zweet breekt mij uit en kijk achterom naar onze baby. Een doemscenario gaat door mijn hoofd. In gedachten lees ik in een groot dagblad “echtpaar en baby te water in De Gaag” en ik ril. Voor mij zie ik een witte muur van 25 meter die maar niet weg wil. Ik druk op de automatische knop van mijn autoraam die opengaat. Wat doe je nou Gemma! zegt Cor tegen mij. Ik krijg het opeens zo benauwd en een claustrofobisch gevoel. Dat open raam helpt toch niet meid, doe snel dat raam weer dicht, want zo dadelijk bevriezen we nog. Piet, Els en de kinderen liggen vast al te slapen en weten niet wat ons op dit moment overkomt zeg ik weer tegen hem.

Hou nu eens je mond meisje, want ik vindt dit ook geen pretje en wordt nerveus van je gebabbel. Weet je wat ik eng vindt, dat er eventueel tegenliggers op ons weggedeelte kunnen komen. Het is trouwens een lange smalle weg van Maasland naar Schipluiden, dat weet je toch! Hou nou op joh! ik heb het niet meer en ik wrijf met mijn hand over mijn klamme voorhoofd. Een warme gloed trekt omhoog van mijn tenen tot aan mijn hoofd en voel wat transpiratiedruppels langs mijn rug lopen die blijven steken ter hoogte van de tailleband van mijn denimbroek. Mijn wollen jas begint mij te irriteren, omdat deze nog steeds stinkt naar de damp.

Met nog geen 15 km per uur, volgens de teller, rijden we richting Schipluiden en de mist trekt maar niet op. Volgens mij duurt het een eeuwigheid voordat wij in Zoetermeer aankomen, zeg ik op nerveuze toon. Wij gaan niet naar Zoetermeer, schat! wij gaan slapen bij mijn ouders. Die liggen toch allang op bed zeg ik terug. Weet jij een beter idee, zegt hij met een geïrriteerde stem.  Nou nee, dat niet! Alhoewel! Opeens doe ik voorzichtig mijn portier op een kier en houdt deze met twee handen vast. Ik zie beneden, naast de auto, een gedeelte van het asfalt met aan de rechterzijde een licht bevroren grasrand. Ik weet dat langs de lange weg van Maasland tot aan Schipluiden een smalle grasrand loopt langs De Gaag. Door de dikke mist kan ik deze grasrand niet zien, maar wel vanuit deze positie met het open portier. Ik vertel tegen Cor dat hij op de geasfalteerde weg rijdt. Goed idee van je schat en hij begrijpt ineens mijn bedoeling. Wel goed het portier vasthouden, zegt hij tegen mij. Gelukkig is het buiten windstil en waait daardoor mijn portier niet open.

In een traag tempo rijden wij verder, waar ik, na verloop van tijd,  met verkrampte vingers nog steeds het portier vasthoudt en continue kijk naar de grasrand die langs de auto voorbij komt. Ik wordt afgeleid door een nieuwsbericht op de radio. De verslaggever vertelt dat er mist is in Nederland, maar vooral in het Westen van het land zeer dichte mist en vervolgt: dat mensen niet de weg op moeten gaan, tenzij het dringend is. Helaas zijn wij al onderweg mompelt Cor en kunnen niet meer teruggaan naar mijn broer; wij zijn al even onderweg en terugkeren op deze weg is levensgevaarlijk omdat deze te smal is met al zijn bochten. Neen, wij tuffen nog wel even verder.

Intussen schrijdt de tijd voort en heb ik het gevoel dat wij al uren onderweg zijn. De afstand tussen Maasland en Schipluiden is ongeveer 12 km.

Volgens mij zitten wij nu op de rondweg langs Schipluiden, zegt Cor opeens, want ik zie een donkere contour van de kleine benzinepomp die op de hoek staat van de straat van mijn ouders. Ik slaak een zucht van verlichting, maar op hetzelfde moment staan wij oog in oog met twee brandende koplampen van een tegenligger die op onze weghelft is terechtgekomen. Rakelings rijdt Cor, net voor de tegenligger, de Dorpstraat in waar het vrijstaande huis van zijn ouders staat. Ik moet ineens denken aan die tegenligger en ik hoop dat de inzittenden van de andere auto veilig thuis komen. Bij het inrijden van de straat zien wij dichtbij de contouren van dit schilderachtige dorp en komen tot stilstand op de stoep voor het huis met het ijzeren groene hekwerk. Alle parkeerplaatsen zijn namelijk bezet. Op dit moment kan het ons niet schelen dat wij fout geparkeerd staan.

Snel stapt Cor uit de auto, drukt op de bel van het donkere huis en ik pak intussen de kinderwagenbak van de achterbank en ga naast Cor staan op de stenen stoep bij de voordeur. Na verloop van een paar minuten gaat de deur open en zien wij pa staan in zijn nachtkleding. Wij liggen al op bed jongelui en  hij vraagt verbaasd  waarom wij in godsnaam op dit nachtelijk uur op bezoek komen. Ma die intussen in haar lange gebloemde peignoir achter pa staat, wenkt ons om naar binnen te komen. Ze zet haar kleine kanten kraagje omhoog van haar nachthemd omdat ze het blijkbaar koud heeft. Ik glimlach om dit gebaar.

Kom gauw binnen kinderen, zo dadelijk vatten jullie nog kou, zegt ma. In de lange gang doet Cor zijn verhaal tegen zijn ouders en loop ik intussen de lange gang door, stap de woonkamer in en zet de kinderwagenbak met de nog steeds slapende Laura neer op het donkerrode tapijt. Ons kind heeft van dit avontuur gelukkig niets meegekregen. De kamer voelt nog behaaglijk warm.

Ma roept vanuit de keuken dat ze thee gaat zetten en pakt, nadat ze de fluitketel op het gas heeft gezet, twee gestreepte  pyamajasjes en broeken van pa voor ons beiden uit de kast. Jullie blijven bij ons slapen en gaan met dit weer niet naar huis. Nee, zegt Cor: geen haar op mijn hoofd dat ik nog verder rij.

Na de thee, geef ik Laura haar flesje melk, leg haar na een boertje of twee’weer neer in de bak en ze valt vrij snel erna weer in slaap. Wij gaan daarna de zolder op, zetten de kinderwagenbak neer aan het voeteind van het zwart smeedijzeren ledikant en glijden met onze streepjespyama’s onder het klamme laken met lichtblauwe dekens in bed. Het kan ons niet schelen dat het laken klam aanvoelt, want  wij zijn veilig aangekomen in Schipluiden.

Even later hoor ik Cor al licht snurken en tuur ik nog een tijdje naar de hanenbalken van de zolderslaapkamer. Mijn vingers voelen als versteend, maar uiteindelijk val ook ik door vermoeidheid in slaap.

De dag erna zien wij thuis op het journaal van 20.00 uur beelden van de mist en wordt er door een verslaggever verteld dat een gedeelte van de snelweg ter hoogte van Nootdorp was afgesloten tijdens Oud en Nieuw wegens enkele ongelukken, hoofdzakelijk met blikschade en  wij kijken elkaar aan. In al die jaren hebben wij nog nooit zo’n hevige mist meegemaakt. Wij  besluiten voortaan alle nieuwsberichten op de voet te volgen. Dit willen wij nooit meer meemaken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s