EMIGRATIE NAAR CANADA

imagesCAM0XOEG

 

Op een vakantiebeurs in de RAI in Amsterdam, ontmoeten Jake, Piëta en Arjan elkaar. Allen zijn geïnteresseerd in reizen naar Canada. In een stand over Canada speelt er een korte informatiefilm en liggen reisbrochures op een leestafel in een hoek.

Aan de grenen houten leestafel zit Piëta te lezen in één van de reisbrochures. Bij de balie spreekt Jake met een reisagent over de huur van een camper. Hij ziet dat er enkele mensen kijken naar de film. Bij een koffieautomaat tapt Arjan een bekertje koffie en kijkt naar de laatste scene van de film.

De reisbrochures liggen op de leestafel, zegt de reisagent tegen Jake. Dank u en hij loopt richting de leestafel. Intussen schrijft Piëta op een vel papier enkele notities op uit een brochure. Jake neemt tegenover haar plaats en ziet een stapeltje brochures liggen die de vrouw zichzelf heeft toegeëigend.

Sorry, juffrouw, zegt hij tegen Piëta, zou ik één van deze brochures mogen inzien? Natuurlijk en ze verontschuldigt zich voor het stapeltje brochures die naast haar liggen. Ik ben geïnteresseerd in rondreizen door Canada, zegt ze tegen hem. Ik zal mij even aan u voorstellen. Ik heet Piëta en ik Jake zegt hij tegen haar en vertelt dat ook hij geïnteresseerd is in het mooie Canada.

De informatiefilm is afgelopen en Arjan tapt zijn bekertje opnieuw met koffie, loopt naar de leestafel toe en zet zijn witte bekertje neer. Hij ziet een stellage met diverse Canadese souvenirs staan in een hoek achter de leestafel. Naast een mini totempaal, een hoed van de Canadese politie en een vlaggetje van Canada staat een met zwart leer bekleedde kajak. Ook ligt er een fotoalbum en neemt deze mee naar de leestafel waar hij zijn bekertje koffie heeft neergezet. Hij neemt plaats op een lage grenen stoel naast Piëta, die nog steeds met Jake praat. Hij slaat het fotoalbum open en ziet schitterende foto’s van Canada, maar let niet op en slaat zijn bekertje met koffie omver. De koffie vloeit rijkelijk over de leestafel heen richting de aantekeningen van Piëta. Het vocht dringt door in het papier. Van schrik tilt Arjan het met rood bekleedde leren fotoalbum omhoog dat gelukkig gespaard blijft door het kostelijke vocht.

Piëta springt van schrik omhoog en zegt boos tegen Arjan: ‘wat doet u nu mijnheer, kunt u niet uitkijken?’. Ze kijkt in een paar bruine ogen van een volslanke man met rossig haar. ‘Mijn notities zijn nu onleesbaar geworden en ik zie dat de koffie nu ook over mijn rok druipt, zegt ze geïrriteerd tegen hem. Nu heb ik een besmeurde rok en mijn notities moet ik herschrijven’.

‘Sorry juffrouw, wat dom van mij. Per abuis gooi ik mijn koffiebekertje om. Ik zal de stomerijkosten wel vergoeden hoor!’ en hij haalt een visitekaartje uit zijn vestzak. ‘Stuurt u de rekening maar naar dit adres!’.

‘Dank u wel!’, zegt ze, maar nu met wat milde toon, ‘ik neem uw aanbod graag aan !’en ze neemt ze het visitekaartje in ontvangst. Jake loopt intussen van de leestafel weg richting de reisagent en zegt dat er een bekertje met koffie over de leestafel is gevallen en vraagt om een vatendoekje. ‘Ik kom zo bij u!’ zegt de reisagent tegen Jake en loopt richting een  naastgelegen Duitse stand, waar zojuist een agente aan reislustige klanten Duitse braadworst serveert. ‘Heeft u voor mij misschien een vatendoekje?’ vraagt hij aan de Duitssprekende agente, ‘want er is in mijn stand een ongelukje gebeurd met een koffiebeker?’.  De agente geeft hem een schoon geel doekje mee, waarna hij met vlotte pas weer aan de tafel staat waar de koffieplas ligt. Hij verwijdert de koffie van de leesttafel en neemt één voor één de brochures af die nat zijn. ‘Neemt u maar een paar van deze brochures mee, zegt de man tegen Jake, Piëta en Arjan, daar heb ik toch niet meer aan. Ik heb nog nieuwe onder de balie liggen!’. Hij is op dit moment deze mensen liever kwijt dan rijk, want een smerige leestafel met besmeurde brochures is voor zijn stand geen reclame, denkt hij.

Door alle consternatie vergeet Arjan zich voor te stellen aan Piëta en Jake. Met een korte knik verdwijnt hij met een besmeurde brochure in zijn hand tussen de menigte in het gebouw van de RAI. Jake geeft Piëta een hand en mompelt: ‘wat een rare snuiter, hij heeft zich niet eens aan ons voorgesteld. Nou veel succes met je reis door Canada Piët!’. ‘Dag Jake, leuk je ontmoet te hebben en ook een goede reis!’, zegt ze tegen hem.

Jake loopt weg uit de stand en bezoekt diezelfde middag nog een paar andere reisstands, maar Canada blijft zijn favoriet.

Voor haar huurwoning in Leiden, haalt Piëta haar huissleutel uit haar jaszak. Er valt een visitekaartje op de stoep. Ze pakt het op. Het is het visitekaartje van die man met het rossige haar. Ze leest hardop:’ drs. Arjan Verbeek, econoom, Herenstraat 10 in Voorburg en zijn GSM-nummer’. Toch wel attent van die man dat hij de stomerijkosten betaalt. Ze is van plan om deze week haar rok te laten stomen en hem de rekening te sturen. Eenmaal binnen in de hal haalt ze de inmiddels droge, maar gekreukte reisbrochure uit haar handtas. Morgen schrijft ze opnieuw wat aantekeningen over dezelfde rondreis. Ze is in vier jaar niet meer op vakantie geweest en heeft voor deze reis gespaard. Door haar drukke baan als ziekenverzorgster moet ze nodig eens op vakantie had de dokter gezegd. Momenteel is ze gevoelig voor stress. Maar voordat ze op reis gaat, moet ze nog voorbereidingen treffen voor haar 32e verjaardag over een paar dagen.

In zijn zwarte Volvo rijdt Arjan naar zijn herenhuis in Amsterdam en denkt na over de mooie documentaire die hij in de Canadese stand zag. Door het voorval met het koffiebekertje is zijn programma in het ‘honderd gelopen’. De enige informatie die hij heeft is de besmeurde brochure die hij heeft gekregen van de reisagent. Hopelijk heeft hij er wat aan! Eenmaal thuisgekomen legt hij de brochure op het glazen tafelblad van de salontafel en neemt plaats op een met rood leer beklede bank. Hij pakt de brochure en leest deze aandachtig door. Na verloop van tijd legt hij de brochure naast zich neer en denkt aan de afgelopen jaren. Inmiddels is hij 30 jaar geworden en vijf jaar geleden afgestudeerd als makelaar en heeft zijn herenhuis gekocht. Hij is financieel onafhankelijk en nog steeds vrijgezel.

In de namiddag arriveert Jake in zijn huur appartement in Zoetermeer. Hij is moe door het slenteren langs de vele stands in de RAI in Amsterdam. Hij hangt zijn denim jack aan de gietijzeren kapstok en kijkt terloops in de bijbehorende spiegel. Hij ziet er nog goed uit voor zijn 36 jaar en heeft nog een slank postuur en wrijft door zijn blonde krullenkop. Sinds kort is hij gescheiden van Thea. Kinderen heeft hij niet. Op het Stedelijk Collega in zijn stad is hij docent Engelse taal en Geschiedenis. Zijn vader is Canadees en zijn moeder Nederlandse. Tijdens een zakenreis naar Nederland heeft zijn vader zijn moeder ontmoet en al snel werd hij geboren. Als kind is hij al eens bij zijn grootouders geweest in Canada, maar zijn interesse in het land komt pas met zijn 18e verjaardag toen hij met zijn ouders weer eens een bezoek bracht aan zijn grootouders. Hij is verliefd geworden op Canada.

In gedachten loopt hij naar de keuken en zet een pot koffie. Opeens moet hij denken aan Piëta, de slanke vrouw met haar kort geknipte zwarte haar. Ze is knap, maar wel een nerveus type vindt hij, maar misschien heeft zij ook wel het een en ander meegemaakt net als hij. Het gesprek met Piëta werd ruw verstoord door die man met zijn rossige haar. Hij stelde zich niet eens voor aan ons. De koffiebeker is de oorzaak.

Terug naar de woonkamer neemt hij een slok van zijn zwarte koffie en zet de beker op de salontafel. Languit gaat hij op de bruin suède bank liggen, pakt de brochure en leest deze door. Zijn blik valt op één van de drie aangeboden rondreizen. De westkust van Canada, met name de provincie’s Britisch Columbia en Alberta trekken hem aan. Hij leest: ’een 17 daagse rondreis, inclusief een Camper pakket, met vertrek op 22 augustus met de KLM via Schiphol te Amsterdam’. Na aankomst op het vliegveld naar Hotel “Inn”aan de Fraser rivier op basis van logies met ontbijt. Accommodatie: luxe hotelkamer met kingsize bed, badkamer met ligbad en douche, radio en tv, kluis en uitzicht op de rivier. Ook is er een wekservice, vooral dat laatste is wel handig. Stel je voor dat ik mij verslaap! Hij gaat rechtop zitten, neemt een laatste slok, plaatst de beker weer op de salontafel en gaat op zijn zij liggen. Zij ogen prikken van vermoeidheid. Even later glijdt de brochure van de bank op het beige kleurige berber vloerkleed.

Een week later stuurde Piëta de rekening van de stomerij naar Arjan Verbeek. Via telebankieren per computer heeft hij de rekening betaald ziet ze. Hij heeft zich aan zijn woord gehouden. Het lijkt haar een goed idee om hem via de telefoon te bedanken. Haar rok ziet er weer netjes uit alsof er niets is gebeurd. Ze pakt haar telefoon uit haar handtas en draait het 06-nummer dat op het visitekaartje staat.’ Hallo, met Arjan Verbeek!’. ‘ Met Piëta Barendse, ik wil je bedanken voor de stomerijkosten die je hebt betaald voor mijn ro!’. Even valt er een stilte. ‘Hallo, ben je er nog vraagt Piëta?’. ‘Ja, hallo, je overvalt mij een beetje, sorry hoor!’. ‘Geeft niet!’ zegt Piëta weer. ‘Graag gedaan hoor!’ en zijn de koffievlekken uit je rok?’. ‘ Mijn rok is weer helemaal netjes en hangt weer in de kledingkast!’. ‘Weet je dat ik vergeten ben mij voor te stellen en ook aan die man met wie je in gesprek was. Is die man trouwens je vriend?’. ‘Nee, hoor Jake, kwam net als jij aan de leestafel zitten en ik raakte met hem in gesprek!’. ‘Oh, heet die man Jake? En heb je al een reis uitgezocht of wordt ik nu nieuwsgierig?’.  ‘Welnee, hoor lacht Piëta; het wordt een 17 daagse rondreis naar de Westkust van Canada, standplaats Hotel “Inn” in Vancouver compleet met camper en vertrek op 22 augustus!’. ‘Nou breekt mijn klomp ik heb nota bene twee dagen geleden dezelfde reis geboekt!’. ‘Wat een toeval lacht Piëta hoe is het mogelijk! Het zou leuk zijn als wij elkaar dan op de 22e augustus treffen in de hal van Vliegveld Schiphol!’. ‘Dat lijkt mij erg waarschijnlijk!’. ‘Nou tot dan Arjan!’.  ‘Dag Piëta!’ en ze hangen op. Piëta denkt er niet verder over na, want soms gebeuren dit soort toevalligheden gewoon.

Drie maanden later op een zonnige dag op 22 augustus treffen Arjan en Piëta elkaar bij de incheck balie. Een vriendelijke stewardess verzoekt hen en de andere passagiers nog even in de vertrekhal te wachten, want het vliegtuig heeft vertraging opgelopen van ongeveer één uur. Ze lopen naar enkele zitjes in de vertrekhal. Bij het passeren ziet Piëta een lange slanke man zitten met blond krullend haar. Hij bestudeert een wegenkaart. Zijn koffer en rugzak heeft hij naast zich neergezet. Opeens kijkt hij omhoog en tot haar stomme verbazing ziet ze de blauwe ogen van Jake. Haar mond valt open van verbazing. Arjan heeft nog niets in de gaten. Wie hebben we daar, denkt hij! Piëta en die man van het koffiebekertje, ziet hij. Hij lacht naar haar, staat op en geeft haar een hand. ‘Hallo Piëta, jij hier?’. Nu ziet Arjan de man die hij in de RAI heeft gezien. ‘Nou Jake, ik sta perplex? Ik heb Arjan meegebracht, ken je hem nog?’. ‘ Natuurlijk ken ik hem van gezicht, maar weet alleen zijn naam niet?’. Hij geeft Arjan een hand en ze stelt zich aan hem voor. ‘Ik heet trouwens Jake Carpenter en ik Arjan Verbeek’.’ Nu zijn we eindelijk aan elkaar voorgesteld!’ en ze lachen.

Ze nemen plaats naast Jake. ‘Moet jij niet inchecken zegt Piëta tegen Jake?’’ Dat heb ik al gedaan, maar mijn vliegtuig heeft vertraging van ongeveer een uur!’. ‘Waar gaat je reis dan naar toe?’. Jake vertelt zijn reisschema aan haar.’ Hoe is het mogelijk! Dus wij gaan met z’n drieën ook nog naar dezelfde bestemming toe!’. Tijdens het gesprek besluiten ze om hun vakantie gezamenlijk door te brengen en de rondreis te maken met twee campers in plaats van drie. Arjan biedt aan om in hun standplaats de campers te regelen bij Verhuurbedrijf Fraserway.

Na de vertraging vliegen ze vanuit Amsterdam naar het uiterste Zuid-Westen van Canada, met als hoofdstad Victoria. Een stad in het zuiden van Vancouver-Island. De douaneformaliteiten gaan snel en hun koffers komen direct van de band afgerold. Nu nog even geld pinnen en lopen naar een korte rij met taxi’s. Buiten schijnt de zon. Het is gevoelsmatig 20 graden celcius. Arjan loopt naar een taxi met Jake en Piëta in zijn kielzog.

‘Het lijkt hier wel India!’, zegt Piëta tegen Jake en Arjan. De meeste taxichauffeurs hebben een Indiaas uiterlijk ziet ze.’ Die van ons draagt een witte tulband’. De man doet zijn kofferbak open en plaatst de koffers en rugzakken erin. Arjan helpt Piëta instappen en gaat naast haar zitten. Jake neemt plaats naast de chauffeur.’Waar gaat de reis naar toe?’ vraagt de man in keurig Engels. ‘Naar Hotel “Inn”aan de Fraser River!’, zegt Arjan.

Zonder nog een woord te zeggen loodst de taxichauffeur hun door het drukke verkeer van de stad naar Hotel “Inn”. Ze zien dat de natuur rondom Vancouver prachtig is met Wildlife en veel mogelijkheden heeft voor buitenactiviteiten.

Vancouver blijkt een havenstad te zijn die wordt omgeven door de zee en de Coastal Mountains, leest Arjan hardop uit een brochure en vertelt dat de Coastal Mountains langs de 27.353 km lange Fjordenkust ligt, waarlangs een warme golfstroom spoelt. Ook vind je in Vancouver het beroemde ‘Stanley Park’, vervolgt hij.

Bij aankomst zien ze dat het Hotel prachtig ligt aan de Fraser river. Over de rivier ligt een grote brug. Wat een wijds uitzicht zegt Piëta. De teller van de taxi blijft staan op 43 dollar. Ieder betaalt zijn deel. De bagage wordt uitgeladen en ze lopen naar binnen om in te checken bij de receptie.

Ik stel voor om morgen de Firma Fraserway te bellen over de huur van de campers. Zoals afgesproken worden het er dan twee in plaats van drie. Gaan jullie hiermee akkoord Piëta en Jake? Wat ons betreft is dat goed Arjan, zegt Jake.

Afzonderlijk van elkaar gaan ze na het inchecken naar hun hotelkamer. Met een sleutelkaart opent Piëta haar kamerdeur. Haar koffers staan al binnen. Dat klopt niet, mompelt ze, en kijkt op de label van de vreemde koffer. Deze koffer is van Arjan. Ze belt naar de roomservice, die even later de koffer van Arjan weer meeneemt. De kamer ziet er netjes uit. Er staat een bed in waarin je gemakkelijk met z’n vieren in kunt liggen. Ook de badkamer is groot. In de garderobekast legt ze het hoognodige aan kleding neer. Morgen trekken ze met z’n drieën door een deel van Canada. Het kan toch gek gaan die ontmoeting met twee wildvreemde mannen en denkt aan hen. Het lijken haar wel aardige kerels, maar mocht het op reis niet klikken, dan neemt ze zich voor om alleen door te reizen. Maar zoals het contact nu is voelt het wel goed.

Bij binnenkomst in zijn kamer zet Jake zijn koffer op bed en loopt naar de badkamer. Hij draait de kraan open en pakt een miniflesje met lavendel van het planchet bij de spiegel. Hij laat het geurige mengsel in het bad lopen. Het water begint meteen te schuimen. Snel ontdoet hij zich van zijn kleding en laat zich langzaam in het bad glijden. Dat had hij wel even nodig na zo’n lange vlucht. Even later stapt hij heerlijk fris in zijn korte short en gaat op de rand van zijn kingsize bed zitten. Eerst nog de wekservice bellen, voordat hij zich misschien verslaapt. Languit gaat hij in het bed liggen en valt in slaap.

Ziezo, zegt Arjan, de campers zijn gereserveerd. Morgen gaan wij ze ophalen. Er wordt geklopt op de deur. ‘Komt u maar binnen!’ roept Arjan.’ Hier is uw koffer mijnheer, die stond per abuis bij iemand anders in de kamer!. ‘Oké, dank u! en geeft de man een fooi. Hoe kan ik nou mijn koffer vergeten, denkt hij! Nu nog even de benen strekken en loopt het hotel uit. Hij wandelt over de boardwalk langs de rivier. Op twee terrassen van een groot restaurant is het nog behoorlijk druk. Het weer is heerlijk. Na een half uur voelt hij zijn biologische klok die nog op de Nederlandse tijd geprogrammeerd staat en loopt de route terug, gaat het hotel binnen en ziet op een klok in de hal dat het 24.00 uur is. Nu gauw naar mijn kamer toe om te gaan slapen, want morgen gaat onze reis beginnen. Hij kan de slaap niet vatten en moet denken aan de twee reisgenoten die hij in korte tijd heeft ontmoet.

De volgende ochtend rinkelt bij Jake de telefoon, hij neemt op  en hoort een allervriendelijkste stem die zegt: ‘Good morning sir, wake up!’. ‘ Thank you madame!’, antwoordt hij terug en zit met een zwaai rechtop in zijn bed. Hij pakt uit zijn koffer zijn ondergoed, een zwarte spijkerbroek, blauw geruit overhemd en zijn zwarte sportschoenen en sokken. Na een korte douche doet hij zijn scheerspullen weer in zijn rugzak. Zijn maag rammelt.

Met zijn bagage loopt hij naar de lift en ziet dat hij zijn horloge heeft vergeten. Snel loopt hij terug. Het horloge ligt nog op het nachtkastje. Bij aankomst bij de lift gaan net de deuren open. De lift brengt hem naar beneden naar de lounge. Zijn koffer en rugzak zet hij in de hal neer waar meer bagage staat. Over 17 dagen komen ze hier weer terug in dit standplaatshotel.

De geur van koffie komt hem tegemoet en hij loopt richting het restaurant. Er zitten al aardig wat gasten aan het ontbijt. Hij kijkt om zich heen en ziet opeens een opgestoken hand die hem wenkt. Dat is Arjan ziet hij. Hij loopt naar de tafel en groet hem. ‘Goedemorgen!’. ‘ Ook voor jou Jake!’, zegt Arjan, ‘hoe is het kingsize bed bevallen, grapt hij?’. ‘ Heerlijk man, ik ben vrijwel direct in slaap gevallen. Maar waar is onze ziekenverzorgster eigenlijk, die magere spriet?’. ‘ Laat ze dat maar niet horen Jake, want ze is niet op haar mondje gevallen heb ik al gemerkt. Kijk, ze staat daar bij het buffet!’, vervolgt Arjan zijn gesprek.’ Nou, dat ziet er verzorgd uit, ik ga snel wat halen!’.

Hij loopt naar het buffet en ziet een geschreven tekst op een krijtbord staan “Continental breakfast”en hij kiest voor een geroosterde maiskolf, broodjes, gebakken ei, koffie en een glas jus orange. Met zijn dienblad loopt Jake terug naar de tafel waar hij zojuist vandaan kwam en waar intussen Piëta heeft plaatsgenomen. ‘Goedemorgen Jake!’. ‘ Hallo Piëta, ik hoef je niet te vragen of je goed hebt geslapen want je ziet er uitgerust uit!’. Ze lacht tegen hem. ‘Kom, mensen, zegt Arjan wij gaan ontbijten, want zo dadelijk gaan wij met de taxi naar Camperbedrijf Fraserway in Vancouver!’. Ze raken met elkaar in gesprek over deze wonderlijke ontmoeting. Na een goed ontbijt stopt Piëta nog wat extra fruit in haar rugzak. ‘Dat is voor ons voor onderweg!’, zegt ze.

Bij de balie van het hotel checken ze uit en nemen hun bagage mee. Voor het hotel stappen ze gezamenlijk in een taxi die daar geparkeerd staat en rijden even later door het drukke verkeer richting het camperbedrijf. De taxi rijdt het terrein op waar het bedrijf zich bevindt. Ze zien hun campers buiten al klaar staan. Na het invullen van de benodigde papieren en het betalen van borg, installeren ze hun spullen in de campers. De koffers blijven leeg achter in het magazijn van Camperbedrijf ‘Fraserway’. Een Nederlands sprekende dame geeft hun uitleg over het gebruik van de campers en vertelt dat er in iedere camper een routeplanner zit.

Ze besluiten dat Arjan voorlopig alleen rijdt en Jake en Piëta samen rijden en dat Piëta alleen in de camper slaapt en de mannen bij elkaar. Ze installeren hun routeplanner afzonderlijk en rijden rond 11.00 uur de parkeerplaats af. Vrijwel direct draaien ze de snelweg op en rijden over een grote brug in oostelijke richting.

‘U volgt de Canadese/Amerikaanse grens!’, zegt een prettige vrouwenstem in de routeplanner. ‘De komende tijd noemen wij haar ‘Annie’!’, lacht Jake tegen Piëta, maar ze reageert niet en is verzonken in een boek over wildlife in Canada. Een boek waarin ook de zwarte- en grizzly beer wordt beschreven. Ach, laat maar mompelt hij, wij kunnen de hele reis nog met elkaar praten. Hij kijkt in zijn zijspiegel en zwaait naar Arjan, die terug zwaait.

‘U rijdt nu Chilliwack binnen!’, zegt opeens de elektronische stem van ‘Annie’. Jake kijkt weer in zijn zijspiegel en zet zijn richtingaanwijzer aan voor Arjan. Ze stoppen bij een groot winkelcentrum en parkeren de campers naast elkaar. Bij het uitstappen zegt Arjan, ‘wij mogen onze rollerskates wel aandoen, zo groot is het hier!’.  Bij winkelketen ‘Safeway’ doen ze boodschappen. ‘Kijk dan! zegt Piëta veel artikelen prijzen ze dubbel met verschillende bedragen, waar is dat nou goed voor? Ook hebben ze enkele Nederlandse producten, zoals pindakaas, hagelslag, beschuit en pasta chocolade van bekende merken. Die neem ik mee en ook een pak wasmiddel voor onze kleding!’. De boerenkool laat ze liggen en kiest voor andere groente. Het valt haar op dat bijna alles in grote verpakkingen en potten zitten, zelfs de boter en mayonaise.

Jake loopt intussen naar de servicebalie en vraagt aan een jong meisje, ‘waarom sommige artikelen dubbel zijn geprijsd?’.’ Als u onze gratis clubkaart neemt, krijgt u korting!’, vertelt het roodharige meisje tegen hem. Ze laden de boodschappen in de kar en Jake ontvangt bij de kassa 16 dollar korting op zijn aangeschafte clubkaart. Dat is mooi meegenomen denkt hij.

Nadat de campers zijn bevoorraad, rijdt Arjan nu voorop. Ze verlaten de highway en rijden de 1-North op. Van het vlakke land rijden ze richting de bergen. Zij kijken hun ogen uit. Onderweg zien ze nog een enkel huis. Na een aantal uren maken ze de volgende stop bij een smalle canyon. Ze parkeren de campers op een parkeerplaats. ‘Van deze canyon maak ik een foto!’, zegt Arjan. ‘Dan maak ik wat tomatensoep, brood en zet een pot koffie, zegt Piëta!’.

Jake haalt de metalen klapstoelen met blauwe kunststof zitting uit de campers en een uitklapbaar tafeltje. Na het maken van de foto’s, legt Arjan de camera neer op het tafeltje en doet hij gymnastische bewegingen en zwaait met zijn armen en benen.’ Heb je nog wat soep uit blik, vraagt Jake plagend aan Piëta?’. ‘ Waar wil je het hebben Jake!’en ze houdt het steelpannetje boven zijn hoofd en hij rent weg uit zijn stoel. ‘Grijp hem Arjan!’,  roept Piëta tegen hem, die zijn oefeningen onderbreekt. Met z’n tweeën rennen ze achter Jake aan.’Hebbes’. Arjan pakt Jake vast en samen rollen ze over de parkeerplaats. Het is maar goed dat er nog geen andere toeristen zijn, denkt Piëta. ‘Nou dat wordt een kleding wasbeurt voor mij!,  zegt Piëta die de kleding van de mannen inspecteert en loopt terug naar de camper. Ze ziet een houten bordje staan met het opschrift Fraser river.’Wij zijn hier bij de Fraser River!’, zegt ze tegen Jake en Arjan die naar de campers zijn terug gelopen.’Zullen we een paar foto’s maken van ons drieën?’.  Afwisselend maken ze foto’s van elkaar.

Na de fotosessie nemen ze weer plaats op de klapstoelen. Jake denkt intussen aan zijn grootouders die in de streek Nevada wonen. Hij heeft nu de kans ze te ontmoeten. Thuis in Zoetermeer heeft hij ze geschreven dat hij een paar dagen op bezoek wil komen. Zijn grootouders vinden dat een leuk idee omdat ze Jake alweer een paar jaar niet hebben gezien. Zij wonen nog steeds in de stad Banff. Arjan onderbreekt Jake zijn gedachten en zegt dat ze weer willen vertrekken. Voorbij Hells Gates moet onze eerste kampeerplaats zijn aan de Anderson Creek. Het is nog een eindje rijden. Dan moeten we nu wel gaan!

Nadat de mannen zich hebben verschoond en de klapstoelen en tafel is opgeruimd vervolgen ze hun tocht. Onderweg loopt de temperatuur in de camper van Arjan op naar 24 graden celcius. De zweetdruppels rollen van zijn gezicht en er zoemt een mug om zijn hoofd. ‘Ook dat nog mompelt hij en wat stom dat ik vergeten ben de deur van mijn camper te sluiten!’. Even heeft hij geen tijd om te genieten van het mooie landschap. Onderweg valt wel op dat hij grote trucks tegenkomt. De mug irriteert hem en hij doet zijn raam open in de hoop dat de mug verdwijnt. Gauw draait hij het raam weer dicht en zet de airconditioning aan, maar het blijft warm in de camper. Eindelijk, na heel wat gezwaai met zijn armen, slaat hij de mug neer.

In de camper van Jake en Piëta klinkt de stem van ‘Annie’ die zegt ‘dat ze bijna bij de Anderson Creek zijn aangekomen!’. In de verte zien ze een paar campers en wat auto’s op een veld staan. Als ze arriveren zoekt Jake een leuke plek en Arjan zet zijn camper ernaast. Het is een schaduwrijke plek. Piëta stapt uit de camper en loopt naar Arjan toe. ‘Wat was je nou onderweg aan het doen, ik zag je maar zwaaien?’. ‘Ik was bezig een mug aan het doodslaan maar die liet zich niet pakken. Hij zoemde maar steeds om mijn hoofd heen en het was erg warm in de camper. Ik ben blij dat wij weer een tussenstop hebben!’, zegt hij tegen haar.

‘Na de koffie strekken wij even onze benen en daarna ga ik wat kleding van ons wassen, dat moet ook een keer gebeuren!’, zegt Piëta. ‘Dat is goed meisje, dan doen wij vanavond de afwas!’, zegt Jake. Na de koffie lopen ze gezamenlijk een smal pad af naar beneden langs een snelstromende rivier.’Hé, heerlijk koel is het hier, dat komt vast door het opspattende water, zegt Arjan. Ik ga hier voorlopig niet weg!’, grapt hij. Ze gaan zitten en genieten van het uitzicht. ‘Tot nu toe hebben wel al heel wat mooie natuur gezien het is hier zo anders dan in Nederland. Veel groen en water, zegt Jake, daarom houdt ik zo van dit land. Zullen wij voorlopig op deze plek blijven staan, wij hebben namelijk nog alle tijd?’. ‘Wat mij betreft wel antwoordt Piëta want ik ben eerlijk gezegd wel moe en mijn biologische klok is nog van slag. Vanavond ga ik –na de kledingwas, eens op tijd naar bed jongen!’.

Na verloop van tijd begint de temperatuur te dalen en wordt het frisser. Ze lopen terug naar de campers. ‘Ik zal vanavond een pastagerecht maken!’,  zegt Jake tegen Piëta en ‘Arjan en ik wassen af. Dan heb jij vanavond vrijaf Piëta!’. Bij het naar binnen gaan ziet hij een camper het veld oprijden. Een echtpaar zwaait en hij zwaait terug.

Na de heerlijke pasta, besluit Piëta alsnog naar bed te gaan. ‘Sorry jongens, ik kan mijn ogen niet open houden!’. ‘Nu al! het is pas 21.00 uur!’, zegt Jake tegen haar. ‘Kom voorruit jongens, ga even naar de andere camper met jullie gepraat, ik wil gaan slapen!’.

Die nacht kan Jake, voor de zoveelste keer, de slaap niet vatten. Piëta ligt vanaf het begin van de reis in de andere camper te slapen. Vaak is zijn reisgenoot Arjan aan het snurken en wordt hij er soms ‘dol’ van. Hij klimt uit de slaapcabine en gaat op de bank liggen naast de salontafel in het zitgedeelte. Morgen vraagt hij aan Arjan of  hij alleen in zijn eigen camper gaat slapen. Er moet een oplossing komen.

Om 06.15 uur is Piëta klaar wakker en schuift de gestreepte zuurstokkleurige gordijnen open Alle campers op het veld staan er nog. De gordijnen van Jake en Arjan zijn nog dicht. Als ze wakker zijn bak ik omeletten, denkt ze. Ze legt een rood short en een rood wit gestreept T-shirt klaar op de bank en gaat de douchecabine in. Na de douche pakt ze haar lingerie, kleding en witte ballerina’s en kleedt zich aan. Ze kijkt in de lange spiegel die gemonteerd is aan de badkamer deur. ‘Ik zie er weer uitgeslapen uit!’, mompelt ze.

Tijdens het ontbijt vertelt Jake aan Arjan, dat hij vanaf het begin van de vakantie slecht slaapt, wegens zijn regelmatige gesnurk. ‘Zo kom ik nooit aan mijn nachtrust toe, man!’.  ‘Maak er geen drama van zegt Arjan terug met een lichte irritatie in zijn stem!’. ‘Dan ga je toch bij Piëta in de camper slapen als ze dat niet erg vindt?’. Tja, dat moet dan maar, want er is geen andere oplossing!’ zegt Piëta om de gemoederen te bedaren. ‘Dat is dan akkoord!’.  ‘Nu ga ik een uurtje slapen zegt Jake tegen hun, want vandaag gaan wij weer vertrekken en het wordt weer een lange tocht!’ en hij stapt de camper in.

In de vroege middag rijden ze het veld af en volgen de ‘Fraser Canyon Highway van de streek Britisch Columbia en zien uitgestrekte grasvlakten “Savanne” genaamd. Bij Çache Creek rijden ze de 1 East op en zien de eerste waarschuwingsborden voor wilde dieren. Ik ben benieuwd of wij nog beren zien, denkt Arjan. Bij ‘Kamloops’ besluiten ze te tanken. Piëta geeft Arjan een signaal dat ze willen gaan stoppen. Aangekomen bij het tankstation zien ze dat de benzine veel goedkoper is dan in Nederland. Piëta neemt nog wat frisdrank en waterflessen mee en betaalt de rekening van de benzine. Ze rijden verder. In de buurt van ‘Kamloops’ zien ze enkele oevers gelegen aan een meer. Piëta zwaait weer en ze stoppen aan een van de oevers. Er blijken mooie plekjes te zijn maar zien dat er verschillende bordjes staan met de tekst ‘private’. Ze rijden door en vinden uiteindelijk een paar honderd meter verder een plekje met picknicktafels van geschaafd boomschors en gaan lunchen. Piëta maakt na de lunch haar foto’s. Wat is het toch schitterend zegt ze hardop. Ik zou hier best willen wonen zegt Jake, tegen Arjan die net de radio aan wil zetten in de camper. Wat zei Jake alweer tegen hem? Piëta onderbreekt zijn gedachten en vertelt aan Arjan dat ze weer wil vertrekken. Binnenkort vertel ik ze wel wat mijn bedoeling is denkt Jake, als hij merkt dat er niet naar hem wordt geluisterd.

Aan het einde van de middag zien ze het bord Revelstroke. Piëta leest op een wegenkaart dat net buiten het centrum een camping ligt en vertelt dit tegen Jake. ‘Ook moeten wij onze voorraad weer aanvullen, want die begint te slinken!’, zegt ze er achter aan. Ze rijden naar het centrum van Revelstroke en vinden een supermarkt. Na de bevoorrading rijden ze de camping op die op de wegenkaart staat vermeldt. Ze zien op de camping een klein meertje en zien dat er veel jonge mensen op de camping staan. Ze besluiten om hier te overnachten. Piëta zet de boodschappen in de voorraadkast en Jake en Arjan lopen naar het meertje toe. Jake schopt zijn zwarte teenslippers uit in het gras, gaat zitten en dompelt zijn voeten in het water. ‘Wat is het water koud zeg, dat valt tegen!’.  Maar na enkele minuten went het koude water aan zijn voeten. Arjan gaat op zijn hurken naast Jake zitten en praat met hem over de reis die ze tot nu toe hebben gemaakt.

Intussen zet Piëta zich neer op een campingstoel met een beker koffie in haar handen. Ze staart voor zich uit en denkt: dat de reis met haar reisgenoten tot nu toe, op een paar kleine irritaties na, spoedig is verlopen. Het karakter van Jake ligt haar iets meer dan dat van Arjan, die wat zakelijker is, maar ook hij is sympathiek. Haar blik dwaalt af naar een klein kampvuur die een van de naaste campinggasten heeft aangestoken. Een jong stel, dat rondom het kampvuur zit, wenkt Piëta om aan te schuiven bij het kampvuur. Piëta loopt vanuit haar stoel richting het jonge stel. Het blijken Engelsen te zijn. Ze vragen aan haar of ze ook op doorreis is en Piëta vertelt dat ze met zijn drieën een rondreis maken. Na enige tijd worden Arjan en Jake ook uitgenodigd om bij het kampvuur plaats te nemen. Het vuur knettert. De gastheer schenkt wijn in en zijn vrouw pakt haar gitaar en speelt een aardig deuntje. Jake besluit om een dans te maken rond het kampvuur. Ze moeten allen lachen en de Engelsman zegt: ‘pas maar op zo dadelijk gaat het regenen, want je danst net als de Indianen de regendans!’. Ze bulderen van het lachen en zo verstrijkt de avond.

De volgende ochtend dwarrelt er nog rook uit het kampvuur en is het Engelse stel inmiddels vertrokken. In de lucht staat een waterig zonnetje. ‘Daar zal je het hebben zegt, Arjan, zo dadelijk krijgen wij toch regen!’. ‘Welnee, pessimist roept Piëta!’. ‘Eén regenbui kan geen kwaad, zegt Arjan opnieuw, want het kan hier behoorlijk warm zijn!.

Na het ontbijt besluiten ze om bij het Visitor Center in Revelstoke, informatie in te winnen over bezienswaardigheden in de naaste omgeving. De man met een lange snor vertelt dat hier een National Park is. ‘U moet wel voldoende eten en drinken meenemen hoor en wat regenkleding en goed schoeisel, want het is een groot park!’. Na het stadje te hebben bezichtigd gaan ze weer op weg. “Annie” doet de mededeling, ‘dat vanaf Revelstoke het nog 26 km rijden is naar het National Park!’. Onderweg genieten ze van de mooie natuur.

Eenmaal op de parkeerplaats aangekomen parkeren ze de campers in de daarvoor bestemde parkeerstroken, stappen uit en zien een groepje mensen staan met een parkwachter. Als ze bij het groepje gaan staan, vertelt de parkwachter aan hun of ze met de groep mee willen wandelen. ‘Dat is ook de bedoeling!’ vertelt Piëta tegen de man.

De parkwachter draagt een geweer en vertelt, alvorens ze gaan wandelen, dat het heel normaal is dat er opeens een beer hun pad kan kruisen en leest de spelregels aan hun voor van het park.

‘- blijf bij elkaar, minstens 4 personen per groep;

– maak geluid terwijl je wandelt (de beer gaat er dan vandoor);

– geen geurende etenswaren meenemen;

– in een noodsituatie wordt er geschoten op de beer.

Tijdens het bessenseizoen, zoals nu komen de beren vanuit de bergen naar de laaggelegen gebieden om zich vol te eten, vertelt hij verder. Het seizoen loopt van begin juli tot september!’.

Enigszins nerveus volgt Piëta samen met de mannen de groep. De wandeling is pittig en leidt hun bergje op, bergje af, door een bos en uitgestrekte velden. Er vliegen verschillende vogels rond en ze horen enkele spechten. Het bos heeft hoge dennenbomen. Ze lopen en klauteren over losse stenen en door velden met bloemetjes. Piëta maakt onderweg verschillende foto’s van de omgeving.

Opeens houdt de groep zich staande op verzoek van de parkwachter. ‘Kijk zegt hij, daar zitten een paar grote bergmarmotten. Ze zitten muisstil in het gras!’.  Piëta maakt alsnog foto’s van deze dieren. De groep loopt verder en Piëta kijkt regelmatig in de rondte of ze een beer ziet. Arjan begint hard te lachen en ‘gromt’ opeens tegen haar. ‘Wel verdorie Arjan, lach jij maar. Zo dadelijk staan wij oog in oog met een Grizzly beer en wat doen wij dan?’.  Jake slaat opeens een arm om haar heen en zegt: ‘kom, kom, meisje wij zijn in goed gezelschap!’, pakt een blikje cola uit zijn rugzak en geeft dat haar.

‘Ja, ja, even moed indrinken!’ plaagt Arjan opnieuw en begint weer te lachen. ‘Pestkop!’,  zegt Piëta en loopt bij hem vandaan. Ze vervolgen hun tocht en merken dat het lopen in de bergen erg vermoeiend is. De parkopzichter zegt dat de groep nu 12 km heeft gelopen. Arjan voelt zijn voeten en hij vraagt aan de parkwachter of er een kortere weg terug is naar de parkeerplaats. De man knikt en even later lopen ze terug naar de parkeerplaats. Ze hebben nog geen beer gezien.

Bij aankomst op de parkeerplaats bedanken ze de parkwachter en pakt Piëta de campingstoeltjes uit de campers. Op hetzelfde moment begint het te waaien en te onweren, en klinkt er een echo. Meteen zwiept Piëta de stoeltjes weer naar binnen in de campers en ze vluchten naar binnen in de camper van Arjan. Er  vallen grote regendruppels. Het onweer galmt in de bergen en houdt maar niet op. Wat een lawaai zegt Jake en het begint nu ook aardig te hozen. Zullen wij gaan klaverjassen en daarna lunchen vraagt Piëta aan Jake en Arjan. Dat is een goed idee. Na de lunch ruimen ze gezamenlijk op en gaat iedereen weer naar hun eigen camper en rijden terug naar de camping in Revelstoke. Het is een mooie maar vermoeiende dag geweest denkt Piëta. Ze besluiten om nog een dag te blijven. De hele avond blijft het doorregenen maar de onweer is inmiddels gestopt.

Die bewuste dag rijden ze richting Golden Fields, de Jasper-pas over. Onderweg maken ze diverse stops en vullen hun voorraad weer aan en tanken bij een tankstation. Ze rijden door naar het dorpje Fields. Wat een leuke huizen staan hier zegt Jake en kijk daar naast die supermarkt zit een Bistro. Zullen wij daar eens gaan eten? Dat is een goed idee. Even later zitten de mannen aan een steak en Piëta kiest voor zalm. Na de maaltijd vertelt Jake aan Arjan en Piëta dat ze op hun rondreis de stad Banff aandoen. Daar wonen namelijk mijn grootouders aan de rand van de stad en vertelt dat hij zijn grootouders heeft geschreven, dat hij een paar dagen komt logeren. Banff  is de laatste jaren erg toeristisch geworden en het ligt in de Canadese Rockies, vertelt Jake verder. Blijven wij daar dan ook logeren, vraagt Piëta aan hem? Sorry, dat kan niet, jullie moeten het laatste gedeelte van de rondreis samen doorbrengen. Wat jammer, zeggen ze in koor, en Jake vertelt wat zijn bedoeling is. Ze besluiten dat ze elkaar weer zullen treffen op het einde van de reis in Calgary en dan gezamenlijk weer terug te rijden naar Vancouver. Ik houd jullie op de hoogte per telefoon. Vanavond blijven ze nog in Fields, want het is al donker buiten. Nog dezelfde avond belt Jake zijn grootouders dat hij niet ver van Banff verwijderd is en zoals afgesproken op bezoek komt. Hoe laat en wanneer weet hij nog niet, dat ligt aan de reis. Voor het naar bed gaan, vertelt Arjan, Jake dat ze met hem meerijden tot aan Banff en daarna hun weg vervolgen.

Die ochtend staan ze vroeg op en Piëta brengt haar spullen naar de camper van Arjan en na een stevig ontbijt rijden ze volgens “Annie” naar Takakkaw Falls. De weg is alleen open van juni t/m oktober als de sneeuwcondities het toelaten, leest Arjan in een brochure. Onderweg bezoeken ze nog de 254 meter hoge waterval van Canada. De weg is 17 km lang en heeft haarspeldbochten. Jake draait zijn raam open en sommeert Arjan te stoppen, steekt zijn arm uit en rijden verderop een parkeerterrein op bij de waterval. Daar aangekomen maakt Arjan nog gauw een paar foto’s. Piëta voelt wat neerslag op haar gezicht van het opspattende water van de waterval. ‘Wij zullen je wel missen hoor Jake!’. ‘Ik ook jullie hoor, want wij zijn toch alweer een tijdje samen onderweg!’.

Na het bezichtigen van de waterval maken ze nog verschillende stops. Vanaf de weg zien ze het uitzicht van gletsjers op de toppen van de bergen. Het landschap van Canada is werkelijk schitterend denkt Piëta. Via Lake Louise rijden ze door naar de stad Banff en komen er in de namiddag aan. Op een grote camping rond de stad parkeren ze weer hun campers en nemen hartelijk afscheid van elkaar en beloven elkaar binnenkort weer te zien. ‘Ik neem nog contact met jullie op wat precies mijn bedoeling is!’, zegt Jake tegen hun.

Piëta stapt weer in bij Arjan en Jake zwaait en rijdt met zijn camper de camping af naar het huis van zijn grootouders. Dichtbij het centrum van de stad parkeert Jake zijn camper en ziet wat exclusieve winkels. Hij koopt in een van de winkels een zijden shawl voor zijn grootmoeder en een mooie wollen das voor grootvader, want ’s avonds kan het hier behoorlijk koud zijn. Voor al in de Rockies komt de temperatuur vaak boven het vriespunt. Bij een supermarkt koopt hij een braadkip in zak en een verpakte sandwich met ham voor hemzelf. De kip is voor vanavond bij het avondeten. Hij neemt een hap van zijn sandwich en loopt terug naar zijn camper. Alles is hier zo groot denkt hij. Wat een verschil met Nederland en vooral in de Randstad waar hij woont en zijn woonplaats Zoetermeer. Het is een groene gemeente Zoetermeer, dat wel en er staan mooie huizen. In zijn huidige woning woont hij wel prettig en zijn ouders wonen niet ver bij hem vandaan in een stadsvilla.

Na zijn scheiding heeft hij besloten om deze reis te gaan maken. Achteraf pasten zijn vrouw en hij niet goed bij elkaar. Ze is een dominante vrouw die hem weinig vrijheid biedt. Kinderen zijn er niet gekomen. Ik kan nu gaan en staan waar ik wil, denkt hij en wil zelfs gaan emigreren naar Canada. Voor het zover is moet hij nog veel regelen.

In de camper programmeert hij het adres van zijn grootouders Na een half uur komt hij aan bij het grote huis van zijn grootouders John en Anna Gardener. Er is in al die jaren niets veranderd. Hij rijdt het grintpad op en parkeert de camper naast het huis. Hij pakt zijn rugzak, kip in de zak en de kado’s. Zijn grootvader, die net uit de parkeergarage komt gelopen, loopt naar Jake toe en zegt: ‘dat is lang geleden jongen en wat zie je er goed uit! Je was 18 jaar toen wij jouw voor het laatst hebben gezien. Wat fijn dat je er bent!’.  ‘Ik weet het nog als de dag van gisteren grootvader!’, zegt Jake. ‘Kom gauw naar binnen en zeg alsjeblieft ‘John’ tegen mij hoor, Jake, Anna wacht al op je!’.

Jake loopt John achterna het houten trapje op over de veranda naar binnen en slaat de metalen hordeur dicht. ‘Hallo Jake!’, roept Anna vanuit de keuken. Ze ziet een slanke man met blonde krullen. Het lijkt wel de dag van gisteren dat ze haar kleinzoon heeft ontmoet. Toen was hij jonger en nu is hij een volwassen man geworden. ‘Dag Anna, zegt Jake en hij omhelst haar, wat vindt ik het fijn om weer hier te zijn en geeft haar een kus!’. ‘Waar zijn je reisgenoten vraagt ze aan hem?’. ‘Die rijden nu door tot aan Calgary, want daar treffen wij elkaar weer en rijden dan de hele tocht weer terug naar Vancouver en vliegen weer terug naar Nederland. Maar eerst blijf ik een paar dagen logeren, zoals afgesproken!’.

‘Ga zitten jongen?’, zegt John tegen hem. Anna zet een pot koffie voor ons en maakt een broodje klaar’. Hij kijkt John aan en ziet dat hij niet veel is veranderd alleen heeft hij nu  een grijze baard. Voor zijn 72 jaar ziet hij er wel wat ouder uit, maar dat kan ook door de baard komen denkt hij. Grootmoeder is 70 jaar, weet hij zich nog te herinneren. Zijn vader had Jake eens verteld, dat John had gewerkt in een mijnwerkersstadje Lower Bankerfield en dat de mijn inmiddels al wat jaren is gesloten.

Intussen heeft Anna de koffie en de broodjes op de eetkamertafel neergezet. ‘Ik heb wat kado’s bij mij zegt Jake en voor vanavond heb ik een kant en klare kip in een zak!’. ‘Dat is een verrassing jongen!’. Jake geeft Anna en John hun kado’s. ‘Kijk eens John wat een mooie zijden blauwe shawl en hij is nog gesigneerd ook met de naam Cartier. Zo, zo jongen, dank je wel!’. John ziet een mooie wollen shawl en zegt: ‘die komt mooi van pas, want het kan in de avond vrij koud zijn. Dank je wel hoor Jake, erg aardig van je!’. ‘Graag gedaan hoor! , zegt Jake.

Die middag hebben ze elkaar heel wat te vertellen. Onder het diner met kip en groente, vertelt Jake zijn emigratieplannen aan John en Anna. ‘Zal je jouw ouders, werk en huis niet missen Jake? vraagt Anna aan hem, want het is wel een hele stap om te gaan emigreren’. ‘Ik heb er goed over nagedacht Anna. Ik ben nu 36 jaar en wil mijn leven nu anders plannen!’. ‘Wij merken aan je dat je er wel goed over hebt nagedacht Jake!’. ‘Dat klopt John, alleen nu hoe verder? Als docent Engels en Geschiedenis spreek ik de taal vloeiend, maar ik moet wel op zoek naar onderdak, werk en een visum om te blijven wonen!’. ‘Voordat je kwam hebben wij jouw brief eens goed doorgenomen en hebben besloten dat je voorlopig in ons huis mag blijven wonen, totdat je iets anders hebt gevonden. Het huis is groot genoeg Jake!’. ‘Dat is fantastisch John en Anna, dat aanbod sla ik niet af!’. ‘Realiseer je wel dat je alle procedures moet doorlopen hier in Canada en je moet op zoek gaan naar werk. Wij staan borg voor je, zegt John weer. Er gaat veel tijd inzitten en met dit korte bezoek redt je het niet!’.

‘Ik zal mijn reisgenoten opbellen dat mijn plannen zijn veranderd John. Ik reis nu alleen terug naar Vancouver en tref ze daar aan om gezamenlijk naar Nederland te vliegen. Ik ga de komende dagen informatie indienen bij de Immigratiedienst hier in Canada en bel Arjan en Jake om ze te vertellen wat mijn plannen zijn en wij niet met elkaar terugreizen!’. ‘En jij houdt ons op de hoogte als je weer terug in Nederland bent?’, zegt Anna. Dat doe ik Anna’!’.

‘Nu genoeg gepraat voor vandaag, morgen gaat John met jou op stap naar zijn oude werkplek!’. ‘Dat lijkt mij leuk zegt Jake tegen John, dan kan ik eindelijk eens zien hoe uw werkzaamheden waren!’. Ze besluiten de volgende ochtend met de camper van Jake op weg te gaan. Anna geeft ze een lunchpakket mee voor onderweg. “Annie” hoeft voor vandaag de weg niet te wijzen, want dat doet John nu wel en ze rijden naar Lower Bankerfield naar de oude mijn. Bij aankomst ziet Jake een paar ruïnes van een mijnwerkersdorp. Bij het uitstappen vertelt John: ‘ dat er aan het begin van de 20e eeuw 900 mensen woonden en werkten in dit stadje!’. Jake ziet ook nog restanten van grote gebouwen zoals het lampenhuis, kolencompressor en een elektriciteitshuis en lopen een van de gebouwen binnen. ‘Hier stond eens een stoommachine zegt John tegen Jake en ik zie dat er een permanente tentoonstelling is gewijd, ingericht met werktuigen en oude foto’s!’. John ziet een foto waar het voltallige oude personeel op staat. Na enig speurwerk ziet hij een van zijn oude kameraden op de foto staan. ‘Kijk, Jake, dit is mijn oude kameraad en hij wijst naar een stevige man, met de naam “Teddy Bear” en kijk die tweede aan de rechterzijde dat ben ik zonder baard!’. Ze lopen het tentoonstellingsgebouw uit en wandelen tussen wat oude vervallen gebouwen. Het lijkt wel een spookstad denkt Jake. ‘Weet je Jake, dat ruim 100 jaar geleden hier een hele gemeenschap hard werkte onder vaak moeilijke omstandigheden, vooral in de wintertijd! Toen de kolenmijnen niet meer rendabel waren werden de mijnen gesloten. De grote houten huizen die hier stonden zijn op een gegeven moment met een stoommachine in zijn geheel verplaatst rond en in de stad Banff!’. ‘Dat zal een spektakel zijn geweest!’ zegt Jake. ‘Dat klopt, en die verplaatsing is ook met ons huis gebeurd!’.

‘Voor vandaag heb ik weer heel wat geleerd John!’. Ze lopen terug naar de camper waar Jake aan John vraagt of hij wil lunchen. John gaat zitten in het woonkamergedeelte van de camper en haalt uit een rugzak een lunchbox met boterhammen die Anna heeft meegegeven. Jake zet intussen de waterkoker aan voor de thee. Na de lunch vertrekken ze weer naar huis.

Tijdens het avondeten vertelt Jake wat hij vandaag allemaal heeft gezien met John en dat hij een goede gids is. Na het avondeten belt Jake zijn reisgenoten op. Arjan neemt de telefoon op en zegt blij verrast, ‘hallo Jake, wat leuk je stem weer eens te horen!’. ‘Hoe is het daar met jullie vraagt Jake aan Arjan?’. ‘De tocht loopt voorspoedig en ik ben blij dat ik Piëta nog bij mij heb, anders is het wel erg stil!’. ‘Hoe is het eigenlijk met haar, vraagt Jake opnieuw?’. ‘Goed hoor!’, moet je haar even aan de telefoon?’, ‘ja graag!’,  want ik moet jullie wat vertellen!’. ‘Oké, ik hoor wel van Piëta wat er aan de hand is. Tot ziens Jake!’ en hij geeft de telefoon aan een ongeduldige Piëta. ‘Hallo hier met Piëta Jake! hoe is het bij je grootouders?’.  ‘Uitstekend hoor!’ en het is weer leuk om ze na al die jaren te zien. ‘Dat geloof ik, zegt Piëta!’. ‘Luister, ik moet je wat vertellen: ‘ik heb alsnog besloten om te emigreren naar Canada!’. ‘Dus toch, Arjan en wij  hadden al een vermoeden!’. ‘Maar omdat ik ter plekke naar de Immigratiedienst moet en nog andere zaken moet regelen in die korte tijd, kan ik helaas niet met jullie terugrijden naar Vancouver. Ik ga dus alleen terug naar Vancouver en treft jullie weer in Hotel ”Inn” in Vancouver!’. Even valt er een stilte. ‘Ben je er nog Piëta vraagt Jake aan haar?’. ‘Jawel, maar ik vind het jammer dat je niet met ons mee terugrijdt naar Vancouver. Nu moet je alleen terug; vindt je dat niet ongezellig?’.  ‘Het kan niet anders zegt Jake weer, maar wij treffen elkaar toch weer!’. ‘Ik geef je Arjan even!’, want die vraagt steeds wat er aan de hand is en ze geeft de telefoon aan Arjan. Jake vertelt Arjan hetzelfde verhaal. Aan het einde van het gesprek zegt Arjan tegen Jake: ‘wij begrijpen wat je bedoeling is, succes ermee en wij zien elkaar weer over een aantal dagen!’. Nadat Jake de telefoon heeft neergelegd denkt hij: morgen ga ik samen met John op pad voor informatie. In de dagen die volgen heeft Jake het prima naar zijn zin bij John en Anna en maken ze er gezellige dagen van. Jake heeft van de ambtenaar van de Immigratiedienst gehoord dat hij zich na het inschrijven moet melden voor een ”antecedentenonderzoek”, want met een eventueel strafblad kom je Canada niet in. In zijn geval is dit laatste niet van toepassing, dus de weg staat open voor immigratie. Ook moet hij een werkvergunning aanvragen en dat is niet zo gemakkelijk. Zijn Canadese werkgever moet kunnen aantonen, dat hij niemand kan vinden voor dezelfde functie. Kan de werkgever dit aantonen dan krijgt hij toestemming om in Canada te mogen werken. Jake kiest voor het zekere en schrijft zich in voor docent Engels en Geschiedenis, dan heeft hij twee kansen hoopt hij.  Nu maar afwachten hoe de procedure verloopt en thuis in Zoetermeer moet hij ook nog een en ander regelen.

Het afscheid nadert en Jake vertelt zijn grootouders dat hij ze binnen een paar maanden weer hoopt te zien. Er volgt een warm afscheid. Voor vertrek belt Jake Arjan en Piëta op dat hij nu vertrekt. De 17 daagse rondreis zit er nu bijna op. Zijn grootouders geven hem nog ruim voldoende voorraad mee voor onderweg. John en Anna lopen samen met Jake mee naar zijn camper en neemt hij  de bagage van hun over. Hij programmeert “Annie” voor de terugreis, zwaait naar zijn grootouders totdat ze uit het gezicht zijn verdwenen.

De terugreis valt Jake zwaar, hij mist de gesprekken van zijn grootouders en het gezelschap van Arjan en Piëta, maar de natuur met al zijn variatie doet hem goed en de reis loopt voorspoedig. Binnenkort zal hij zijn grootouders weer zien en neemt hij afscheid van zijn ouders. ‘Gelukkig zijn pa en ma financieel goed bij kas en kunnen zich een reis naar Canada wel permitteren!’, mompelt hij.

Na een aantal dagen rijdt Jake rond 11.15 uur  Vancouver binnen, brengt de camper terug naar de Firma Fraserway en haalt zijn koffer uit het magazijn, brengt zijn spullen vanuit de camper weer terug in de koffer, int zijn borg en belt een taxi om terug te keren naar Hotel “Inn” waar hij Arjan en Piëta hoopt te treffen. Vanavond vliegt hij met ze terug naar Nederland.

Bij de receptie van het hotel vraagt Jake aan de manager ‘of de heer Verbeek en juffrouw Barendse zijn gearriveerd?’. ‘Dat klopt mijnheer maar ze zijn het hotel uitgegaan en komen zo dadelijk weer terug!’. ‘Wilt u mij bellen op mijn kamer als zij weer terug zijn?’.  ‘Natuurlijk mijnheer, dat doe ik!’. Intussen gaat hij met de lift naar de 4e etage naar zijn hotelkamer, zet zijn koffer neer en laat het ligbad vollopen met warm water. Na het bad stapt hij in bed en valt weldra in slaap.

Ongeveer een uur later rinkelt de telefoon op zijn nachtkastje en hoort van de manager dat mijnheer Verbeek en mevrouw Barendse zijn gearriveerd. Hij kijkt op zijn horloge en leest 13.20 uur. Snel doet hij schone kleding aan, deponeert zijn vuile was in een plastic tasje, doet deze in zijn koffer en pakt zijn jas. De hotelkamerdeur valt achter hem in het slot. De reisepisode is bijna voorbij. Het is de reis van zijn leven en wat heeft hij veel gezien onderweg. Binnenkort hoopt hij er te wonen en wordt hij Canadees staatsburger als de procedures goed verloopt.

Jake stapt uit de lift en ziet op een grote loungebank Arjan en Piëta zitten. Wat ziet Piëta er goed uit ziet hij, niet meer zo’n magere spriet. Haar smalle gezicht heeft plaatsgemaakt voor een voller voorkomen. Er staan glazen met een fles wijn op tafel en hun bagage staan naast de bank. ‘Hallo vrienden, leuk jullie weer te zien!’.  Ze staan beiden op en groeten hem. Ze raken in gesprek wat er de afgelopen dagen wederzijds is gebeurd. ‘Zullen wij voor wij vertrekken het diner gebruiken in de buurt van het vliegveld vraagt Arjan aan Jake en Piëta?’. ‘Ja gezellig!’, zeggen ze beiden. ‘Dan zal ik reserveren!’.

Na een gezellig diner zitten ze afzonderlijk van elkaar weer in hetzelfde vliegtuig elk met hun eigen gedachten. Na een aantal uren nemen ze afscheid op Schiphol in Amsterdam en beloven dat ze, voor dat Jake definitief vertrekt naar Canada, contact met elkaar op zullen nemen.

Bijna 9 maanden later na zijn rondreis door Canada krijgt Jake toestemming om te emigreren naar Canada. Hij vertelt zijn ouders en grootouders dat hij als docent Engels en Geschiedenis gaat werken niet ver van de stad van zijn grootouders vandaan. John vertelt aan Jake dat ze als kado hem in hun testament hebben laten  opnemen en dat na hun overlijden hun huis voor Jake is. Jake is erg blij met die gulle gave en vertelt het zijn ouders. ‘Nu zijn de rollen omgedraaid!’,  zegt zijn moeder tegen hem. Pa en ik zullen je missen, maar wij zoeken je beslist op hoor!’. Jake ziet dat zijn moeder natte ogen heeft en krijgt het zelf ook even te kwaad. Zijn vader geeft Jake een schouderklopje en zegt: ‘alles komt goed jongen!’.

Nadat Jake zijn baan en huur van zijn appartement heeft opgezegd organiseert hij voor zijn ouders, familie, collegae en vrienden een party bij zijn ouders thuis. Arjan en Piëta geven Jake een fotoalbum met de foto’s van de rondreis die ze gezamenlijk hebben gemaakt. ‘Dat is een leuke herinnering van een stel goede vrienden!’, zegt Jake tegen hun. Jullie kunnen altijd logeren bij mij in Canada, want er is plek zat in het huis van mijn grootouders!’. ‘Wij houden in ieder geval contact met elkaar Jake zegt Arjan tegen hem en dat geldt natuurlijk ook voor Piëta, ze knikt. Vroeg of laat zien wij elkaar weer!’.

Op 19 mei 2012 arriveert Jake, na een lange reis, weer op Canadese bodem. Zijn grootouders halen hem op van het vliegveld en begroeten hem. Jake roept hardop: ‘er ligt een nieuwe toekomst voor mij open, maar nu een Canadees avontuur!’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gemma van Etten-Arendse, 2012-06-12

Pseudoniem: knipoogje (copyright)

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s