HET GLAZEN HUIS

imagesCAKK3RMYHet glazen huis.

Op een warme dag in Mei vertrok Irma Tetteroo uit Delft richting het Westland om haar schoonzus Mia te ontmoeten, die ze, na het overlijden van haar man Chris, al enige tijd niet meer had gezien.

Mia was de oudste uit het gezin Van der Geest, dat bestond uit vier meisjes en drie jongens. Chris was het derde kind. Mia was met Theo Rodenburg getrouwd, een zoon van een tuinder uit het dorp de Lier. Ze woonden vanaf hun huwelijk in een kleinschalig kassengebied aan de rand van het dorp. Theo kweekte potplanten net zoals zijn vader had gedaan. Zijn bedrijf stond op steenworp afstand van het huis. Zo liefdevol Mia voor haar lievelingsbroer Chris was, zo afstandelijk was ze altijd tegen haar geweest. Theo was een hartelijke man die ook wel hield van een grapje op z’n tijd. Bij Mia kreeg ze geen poot aan de grond. Haar huis  had geen sfeer, dat bestond uit een saai interieur zonder kleurrijke accessoires en prima paste bij die grijze muis van een Mia, vond ze. Het huis was gebouwd van zandkleurig  baksteen. Aan een zijkant en achterzijde van het huis,was een grote glazen serre geplaatst, waardoor het leek alsof het huis was ingekapseld door al dat glas. Ze vond het niet prettig om op visite te gaan naar het glazen huis waar haar schoonzus en zwager woonde.

‘Ik moet altijd maar op mijn tenen lopen en kan nooit mijzelf zijn, had ze tegen Chris gezegd.’

Ook bij haar schoonouders en andere familieleden voelde ze een zekere afstand. Ze kwam nu eenmaal niet uit een dorp, maar uit de grote stad en ze lieten merken dat ze nu eenmaal niet een van hen was. Toch moest ze haar schoonfamilie te vriend houden. Ze was nu eenmaal met Chris getrouwd en daar had ze zeker geen spijt van. Na het overlijden van haar ouders bleef ze wonen in Delft, kocht een huis  en werkte bij een notariskantoor in de administratie. Op een zekere dag, tijdens haar lunchpauze, had ze Chris ontmoet op de Beestenmarkt in Delft. Ze zaten niet ver bij elkaar vandaan op een terras en raakten onverwachts met elkaar in gesprek, omdat Chris en passant om een vuurtje vroeg, terwijl zij zelf niet rookte. Ze moest er om lachen. Hij vertelde haar later dat hij haar aardig vond en het middel had aangegrepen om met haar in contact te komen. Na vele ontmoetingen trouwden ze en kwam Chris bij haar wonen. Hij was als laatste uit zijn ouderlijk huis vertrokken.

Hij vertelde haar dat hij haar een lieve vrouw vond en dat hij het goed kon vinden met haar ouders. Hoe anders waren zijn eigen ouders. Hij kwam uit een conservatief  Katholiek gezin, waar zijn vader de scepter zwaaide. Vooral de eerste drie zoons, waar ook hij toebehoorde moesten het vaak ontgelden. Op een dag kwam zijn vader hem, in de vroege ochtend, ophalen bij een tomatentuinder waar hij werkte en zei dat hij onmiddellijk mee moest komen om alsnog naar de kerk te gaan. Zijn werkzaamheden moesten maar wachten. Hij, die inmiddels 27 jaar was werd in het bijzijn van zijn collega’s gekleineerd. Hij   was wars van het fanatisme van zijn vader, die wilde dat zijn gezin driemaal daags naar de kerk moest gaan. Er moest toch ook gewerkt worden had hij tegen zijn vader gezegd. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Het gezin had onder het regime van zijn vader te lijden. Van zijn moeder had hij ook niet veel te verwachten omdat ze bang was van haar man. Soms sloeg vader er op los, met zijn leren riem, als hij weer een van zijn driftbuien had. Voor zijn dochters bleek hij wat milder van aard te zijn.

Ze had het verhaal van Chris meermalen aangehoord. Haar man en zij waren gelovig en gingen trouw naar de kerk. Waarom haar schoonvader zo lelijk deed begreep ze niet. Was het uit frustratie? Ze was blij dat ze haar man had ontmoet en waren samen gelukkig met elkaar.

Donkere wolken pakten zich samen in de lucht. Het was broeierig in de auto. Onverwachts viel er een stortbui uit het grijze wolkendek. Door het gekletter van de regen ontwaakte ze uit haar overpeinzingen. Ze deed de ruitenwissers aan en vervolgde haar weg. Halverwege de Woudseweg zag ze een wegomlegging opdoemen. Bij een eerstvolgende zijweg reed ze rechtsaf een pad in dat steeds smaller werd. Door de hoeveelheid regen raakte ze het spoor bijster omdat de voorruit was beslagen.

‘Waar was ze eigenlijk, mompelde ze?’ Als de Woudseweg niet was afgesloten wist ze blindelings het huis van haar schoonzus en zwager te vinden. Ze volgde het modderige pad met ondiepe kuilen die vol liepen met regenwater. Aan weerszijden stonden bomen. Verzadigd door de regendruppels hingen dunne takken als lange armen naar beneden en raakten bijna het dak van haar donkerblauwe volkswagen. Gelukkig waren er geen tegenliggers. Ze moest er niet aan denken om achterwaarts het pad te volgen, stel je voor dat ze tegen een van de bomen aan zou rijden. In het voorbijgaan zag ze soms een inham om in te parkeren, maar daar bleef het ook bij. Aan het einde van het kronkelige pad met drie scherpe bochten, kwam ze uiteindelijk terecht op een open plek met een geasfalteerde weg en zag een kruispunt met rondom glazen kassen. De straatnaam Noordlierweg, dat stond vermeld op een bord langs de kant van de weg, zei haar niets en ze vroeg zich af welke richting ze nu uit moest? Ze parkeerde de auto aan de kant van de weg. Er was geen sterveling te bekennen op dit middaguur met dit weer.

Het was de zoveelste keer in haar leven dat ze op een kruispunt terecht kwam. Iedere keer moest ze keuzes maken en dat was niet altijd gemakkelijk. Ze had een beschermde jeugd gehad met lieve ouders, maar vanaf ze uit haar ouderlijk huis was gegaan, moest ze haar eigen beslissingen nemen. De laatste jaren stond Chris haar  bij met raad en daad, maar onlangs was hij plotseling overleden aan longkanker. Van een gezonde jongeman, die ze ooit had gekend,  lag een sterk vermagerde man in zijn ziekbed, waarbij ze soms haar twijfels had of dat ooit de man was geweest met wie ze getrouwd was. Binnen een half jaar was hij overleden. Na zijn dood  kwam ze thuis te zitten wegens een burn-out.. De laatste jaren waren hectisch geweest voor haar op het notariskantoor en ze was veranderd van een goedlachse vrouw in een stille, teruggetrokken vrouw die haar man tijdens zijn ziekbed had bijgestaan. Regelmatig had ze paniekaanvallen en huilbuien die ineens spontaan opkwamen. Ze stond er nu helemaal alleen voor. Haar ouders waren al jaren overleden en van haar schoonfamilie hoefde ze niet veel te verwachten.

‘U bent zwaar overspannen mevrouw  Van der Geest en uw bloeddruk is veel te hoog, had de dokter tegen haar gezegd.’

Na de nog onverwachte dood van Chris was ze uitgeput. Het liefst wilde ze slapen, ze was moe en wilde geen bezoekjes afleggen, ook niet naar goede vrienden. Gelukkig begrepen haar vrienden het wel en bleven haar ondanks alles trouw.

Het was nu twee jaar later en ze voelde zich alweer wat beter; alleen haar bloeddruk bleef aan de hoge kant. De medicatie die ze kreeg had nog niet het gewenste resultaat gehad volgens de dokter, die haar gezondheid nauwlettend in de gaten hield. Ze had nog steeds geen behoefte gehad om contact op te nemen met haar schoonfamilie, die, na het overlijden van haar man, niets meer van zich lieten horen. Toch had ze gehoopt op een gesprek met haar schoonzus Mia. Chris had haar ooit verteld dat Mia eigenlijk jaloers op haar was en had kort, voordat hij stierf een gesprek met zijn zus. Waar het gesprek over ging had ze niet meer meegekregen, omdat kort erna Chris stierf. Ze liet het nu maar zo. Ooit had ze de moed verzameld om te gaan praten met Mia, maar door omstandigheden ging het niet door.

Nu zat ze in de auto in de stromende regen op weg naar Mia die haar twee dagen geleden onverwachts had opgebeld voor een afspraak. Ze was stom verbaasd. Wonderlijk genoeg klonk Mia’s stem opgewekt en was ze belangstellend naar haar gezondheid. Ze was nu onderweg naar de Lier. En passant keek ze op haar zilverkleurig horloge en zag tot haar grote schrik dat het bijna 16.00 uur was. Ze was bijna een uur te laat. Ze startte de auto en reed rechtsaf de geasfalteerde kruising op. Na 20 minuten rijden had ze het gevoel dat ze niets was opgeschoten. Het doolhof van glas deed haar adem stokken en kreeg ze een claustrofobisch gevoel.

‘Waar was toch die verdoemde hoofdweg, riep ze met een lichte paniek in haar stem. Hier ben ik toch net geweest!’

Ongeduldig parkeerde ze opnieuw haar auto op een bedrijventerrein en pakte haar GSM uit haar suède schoudertas. Ze kreeg vrijwel direct Theo aan de telefoon die aan haar vroeg waar ze toch bleef? Ze vertelde hem over de wegomlegging op de Woudseweg.

‘Ik zal wel zeggen hoe je nu moet rijden Irma zei hij tegen haar en ze hingen op.’

Eindelijk kwam ze uit op de Woudseweg. Bij de eerstvolgende rotonde sloeg ze linksaf en reed nu door een klein kassengebied. Ze wist weer waar het glazen huis stond. Hoe vaak had ze deze route niet gereden samen met haar man. De regen was inmiddels gestopt. Een waterig zonnetje scheen door haar voorruit en prikte in haar ogen. Opeens kreeg ze een benauwd gevoel en ademde diep. Haar hart  begon sneller te kloppen. Ze deed het elektrische raam open van haar portier en hapte naar  frisse lucht. Dat voelde al veel beter. Rustig reed ze lange weg af. Ze was er nu bijna.

Wat zou Mia haar te vertellen hebben? Zou ze haar nu na al die jaren accepteren, vroeg ze zich af.

Ze tikte nerveus met haar cerise kleurige nagels op haar stuur. Haar lange, blonde haar plakte in haar klamme hals. Ze ging wat rechter op zitten in haar autostoel. Opeens ontstond er een hevige pijn aan de zijde van haar hartstreek. Ze schrok hevig. Een misselijk gevoel kwam vanuit haar maag omhoog en bleef hangen in haar slokdarm. Ze greep met een hand naar haar linkerborst. Transpiratiedruppels rolde over haar voorhoofd en ze hapte weer naar lucht dat naar binnenkwam via het nog openstaande raam. Met haar rechterhand gaf ze een korte ruk aan het stuur, gaf meer gas en ging met een scherpe bocht rechts de hoek om. Daar in het glazen huis zag ze twee silhouetten van mensen die ze kenden voor het raam staan. Opnieuw voelde ze een hevige pijn, nu in haar hoofd. Onverwachts liet ze het stuur los en viel voorover over  haar stuur. In een flits zag ze dat de auto koers zette richting een boom wiens takken goudgele bloemen droegen. Ze kromp ineen van de pijn en voelde zich langzaam wegzakken.

Ze had haar bestemming bereikt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s