Zonder afscheid

Mijn verste herinneringen zijn vaag. Dit jaar is het precies 55 jaar geleden dat een van mijn oma’s stierf. Ik was toen 10 jaar. Soms vraag ik mijzelf af of ik de herinneringen met haar wel heb ervaren. Het zijn meer vlagen geworden. Oma stierf zonder afscheid te nemen van haar kleinkinderen, waarvan ik de oudste was. Onderweg naar huis, na een vakantie, vertelde mijn moeder mijn jongste zus en ik dat oma was overleden aan een longembolie en inmiddels was begraven. Wat was ik boos op mijn moeder toen ze dit vertelde. De hele weg in de auto terug naar huis kon ik er maar niet over uit. ‘Waarom heb je ons niet eerder opgehaald van het vakantieadres’ vroeg ik toen. ‘Dan hadden wij oma nog gezien?’ Mijn jongste zusje die vier jaar jonger was, beaamde dit onder een luid gehuil. Mijn vader was het deels met ons eens, maar begreep moeders bedoeling. Ze gunde haar kinderen en het nichtje en neefje deze vakantie. Zelf had ze van haar moeder ook geen afscheid kunnen nemen omdat ze snel was overleden. Het zou de eerste en de laatste keer niet zijn toen mij dit na jaren weer overkwam.

25 juli 1975 landde ik op het Vliegveld van Malaga in Spanje. De volgende dag zou ik 24 jaar worden. Ik ontving bij familie een telegram dat opa, de vader van mijn moeder door ouderdom was overleden op mijn verjaardag. Na enig overleg bleef ik alsnog in Spanje. Mijn spaargeld zat in mijn vakantie. Daardoor kon ik niet meteen terug naar Nederland. Later gaan had geen zin omdat opa dan begraven was.

Blijkbaar mocht ik geen afscheid van beiden nemen en blijft mijn vraag over ‘Waarom dit moest gebeuren? voorgoed onbeantwoord.

Onze zitbank, decadent en nostalgisch

romeinse ligbank
Een bekende winkelketen uit Zweden maakt momenteel reclame voor een zitbank, die niet alleen geschikt zou zijn om erop te zitten maar ook voor ander gebruik. In oude films over het Romeinse Rijk zie je vooraanstaande Romeinen liggen in plaats van zitten op fluwelen banken aan een lange tafel. Al liggend worden er hapjes voorgeschoteld. In onze tijd is een zitbank ook een werk- en ligbank geworden. De laatste komt overigens veel voor. Het bankstel wordt vaak als een extra bed gezien. Men hangt soms figuurlijk in een bank, soms verscholen tussen een paar sierkussens. Een bank heeft soms wat te verduren. Zitten op een bank, waar hij uiteindelijk voor is bedoeld, levert doorgaans geen problemen op. Anders wordt het als men met het bord op schoot het diner verorberd. Vlekken liggen dan op de loer. Kinderen die de bank gebruiken als trampoline. Ik denk er het mijne van.
Moet men nu zitten of liggen op een zitbank. De bank heet niet voor niets een zitbank. Een kamer werd door de Romein Plinius gezien als slaapkamer die ook als een aangepaste eetkamer door kon gaan. Zijn voorouders zaten nog tijdens het eten. Op een gegeven moment gingen zij aanliggen aan de dis, volgens een Romeinse schrijver. Net als bij ons is gezamenlijk eten een belangrijke rol in het dagelijks leven. Ook bij de Romeinen was dit het geval. Alhoewel, liggend dineren aan tafel lijkt mij geen succes. Naast plaatsgebrek lijkt het mij verre van onhandig om je eten al liggend te consumeren. Ook moet men een extra lange eetkamertafel hebben om vier personen al liggend te plaatsen.
Wat men ook voor keuze maakt, voor mij is een zitbank om er op te zitten en te rusten. Eten met een bord op schoot op de bank om een Tv-programma niet te missen, is aan mij niet besteed. Languit liggen op een bank aan een eetkamertafel, zoals de Romeinen deden kan ik mij niet voorstellen. Misschien was het aanliggen aan tafel alleen bestemd voor de welgestelde Romeinen in hun grote paleizen en niet de gewoonte bij het gewone volk. De bank was dus al bekend in de oudheid. Een meubel dat men zich eigen heeft gemaakt.

Een wereld waarin alles kan en mag?

CHAOS

Chaos

Ik ben het niet eens met een wereld waar alles maar kan en mag. Daar zit namelijk een gevaar in. Zonder enige communicatie zou dit onherroepelijk uitlopen op één grote chaos, onrust en een losgeslagen bende. Sinds jaren is dit in de wereld al het geval. Mensen raken ongewild verzadigend door heftige gebeurtenissen via de media, die door de loop der jaren steeds meer een grotere omvang krijgen. Mensen die geen respect kunnen opbrengen voor de ander brengen dit over op hun kinderen. Zo ontstaan er kwalijke situaties die je haren soms doen rijzen. Een wereld waarin mensen hun eigen plan trekken, ten goede of ten kwade.
Beperkt worden in je vrijheid is onmenselijk. Vrijwel niets mogen. Monddood worden gemaakt. Een regime die de dienst voor jou uitmaakt. Was het leven maar zo simpel om goede keuzes te maken, als je die keuze wel hebt. Voor mij is vrijheid, respect, communicatie, orde en regelmaat belangrijk. Vrijheid is een groot gedachtengoed mits er goed mee wordt omgegaan zolang de weegschaal niet doorslaat naar negatieve vrijheden.

Latten

LATRELATIE

Latten

LAT betekent in het Engels ‘Living Apart Together.’ Ofwel ‘samenwonen.’ Dit is niet van de laatste tijd.
Rond de jaren 70 werd dit langzamerhand een gangbaar begrip. Sommige mensen waren er fel tegen gekant, andere zagen het anders. Naast de keuze voor een huwelijk is ‘Latten’ nog steeds ‘in.’
Deze vorm van een liefdesrelatie is in hoofdzaak een monogame relatie. Mensen kiezen voor een gezamenlijke huishouding, maar willen om de een of andere reden toch apart blijven wonen. Beide partners willen hun zelfstandigheid niet opgeven. Ze zijn in principe ongehuwd, tenzij de partner officieel nog niet gescheiden is. Dat is dan een keuze die men maakt. Wel kan het consequenties hebben voor bepaalde uitkeringen die iemand zou kunnen hebben.
Van de 50- tot 79-jarigen met een nieuwe relatie wil in de toekomst niet gaan samenwonen. Men is min of meer gesetteld, heeft een huis, etc. Volgens de statistieken geeft het merendeel van de ‘latters’ aan hun vrijheid niet op te willen geven. Er kunnen nog andere redenen zijn waarom men wel of niet wil latten. Negatieve ervaringen met andere samenwoonrelaties of problemen door kinderen voor de keuze van een nieuwe partner. Vooral dat laatste kan soms lastig zijn. Wordt men wel of niet geaccepteerd? Het komt dan voor dat een goede vriendschapsband teniet gaat.
Bij een Latrelatie kies je voor dubbele lasten. Bij het definitief samenwonen komt dit te vervallen. Bij een Latrelatie blijf je je zelfstandigheid behouden en heb je de keuze op een moment om de ander weer te zien en ben je niet helemaal alleen. Voor iedereen is deze keuze weer anders. Er kan een tendens zijn dat men na verloop van tijd toch met elkaar gaan samenwonen of dat men het ‘latten’ meer koestert. ‘Doordat wij niet samenwonen, voelt onze relatie gelijkwaardiger’ vertelde een kennis. Soms koken wij samen of kies ik even voor het alleen zijn. Als ik behoefte heb aan een gezellig samen zijn dan verheug ik mij weer op onze afspraakjes.’
Over iemands keuze valt niet te twisten. Iedereen vult zijn of haar leven op hun eigen manier in. De een voelt zich happy bij het aangaan van een huwelijk, terwijl de ander nog behoefte heeft aan vrijheid. Zelf zou ik zeggen: ‘Leg de LAT hoog als je iemand hebt ontmoet, waarvan je houdt en met wie je wilt gaan latten. Dan zal het ongetwijfeld wel lukken.

VREUGDE OF VERDRIET

FOTO DEN HAAG

VREUGDE OF VERDRIET

Na jaren niet meer in mijn geboortestad te zijn geweest, bezoek ik het Gemeentemuseum. Na afloop van een interessante schilderijenexpositie, steek ik de rijbaan over richting mijn auto die ergens in de wijk staat. Onverwachts word ik melancholisch en voel ik tranen in mijn ogen komen. Het is een verdrietig gevoel. Wat overkomt mij nou? denk ik. Mijn ouders die hier werden geboren, trouwden en hier hun woonplaats hadden zijn al jaren overleden. Ooit verhuisden ze naar mijn huidige woonplaats. Familie heb ik hier, voor zover ik weet, niet meer wonen. Het merendeel is overleden of naar elders vertrokken.
Ik voel dat er iets tastbaars ontbreekt. Den Haag is niet meer dat het ooit was. Intuïtief rijd ik richting mijn ouderlijk huis waar ik tot mijn vierentwintigste heb gewoond. Even een blik op mijn ouderlijk huis, waar ik in een warm gezin opgroeide bij lieve ouders en jongste zus. De stad is ook veranderd. Sommige straten herken ik niet meer.
Even later rijd ik mijn straat in, die ik niet meer als zodanig herken. De huizen zijn gerenoveerd of vernieuwd. Dichtbij het huis parkeer ik mijn auto. Ik bekijk de gevel van top tot teen en voel dat dit mijn ouderlijk niet meer is. Huisnummer 43 zie ik staan. In 36 jaar ben ik hier niet meer geweest. De tijd heeft niet stilgestaan. Ik vind hier niets meer wat mij bindt. Mijn jeugdjaren staan in mijn gedachten gegrift. Vooral goede tijden heb ik er gekend, maar ook liefdesverdriet. Vlakbij waren mijn scholen. Ik heb er mijn eerste liefde ontmoet. Familie die in de omgeving woonde. Een gevoel van geborgenheid. Jaren hield ik mij vast aan deze mooie herinneringen.
Een autoclaxon haalt mij uit mijn gedachten. Wat doe ik hier nog waar ik niets meer tastbaars vind. Ik start de auto weer en rijdt even later de stad uit op weg naar mijn woonplaats waar ik nu langer woon dan mijn geboortestad. Weer rollen de tranen over mijn wangen. Met het gemis moet ik om leren gaan.
Bij aankomst wachten mijn man en dochter op mij. De tijd van toen is er niet meer. Vergane glorie. Dat geldt voor iedereen van ons. Herinneringen blijven, maar komen nooit meer terug, omdat de tijd nu eenmaal voortschrijdt en het verleden voorgoed achter zich laat.

Vakantieperikelen

VAKANTIEFOTO

Beter een goede buur……..

De zomervakantie stond weer voor de deur. Henriëtte wist dat enkele buren spoedig op vakantie zouden gaan. Zelf ging ze met haar man tijdens de herfstvakantie weg. Ze zouden wel wat dagtrips maken tijdens de zomervakantie, maar daar bleef het dan ook bij.
Ze wist dat elk moment de buren aan haar zouden komen vragen of ze tijdens hun afwezigheid weer enkele hand- en spandiensten wilden gaan doen.
Mia, haar naast buurvrouw, vroeg steevast of ze voor haar kat, de post en de planten wilden zorgen. Dit gold ook voor de overburen die een grijze roodstaartpapegaai hadden. Een schreeuwlelijk en bijtgrage vogel. Op een keer was ze door de papegaai gebeten. Ook had het jonge stel een konijntje gekocht dat achteraf een Vlaamse Reus bleek te zijn die met zijn tanden een deel van zijn buitenhok kapot had gebeten. Het konijn lag dood in zijn kooi en bleek gestikt te zijn in een houtsplinter. Ze had met deze kwestie in haar maag gezeten. Ongewild werd ze soms opgezadeld met problemen die zij niet had veroorzaakt. Kortom, elk jaar was het weer een hoop gedoe en gestress had ze gemerkt. Ooit had ze ermee ingestemd om een helpende hand te bieden aan de buren. Nu was ze deze verplichtingen zat.
‘Na al die jaren begin ik er nu tegenop te zien’ Ron, had ze tegen haar man gezegd.
‘Als je aan hun vertelt dat jouw hulp de laatste jaren voor jou meer stress oplevert dan gemak, zullen zij dit toch wel begrijpen?’ antwoordde hij.
‘Ze rekenen op mij Ron en zullen dit mij niet in dank afnemen, denk ik zo.’
‘Als je niets onderneemt Henriëtte, verandert er ook niets. Het enige dat wij dan kunnen doen is gaan verhuizen vrouw’ grapte hij en liet haar met een mond vol tanden achter.

Vanzelfsprekend? of toch niet?

LETTERREGEN

Vanzelfsprekend of niet?

De namen van diverse instanties, clubs etc., worden meestal in de wandelgangen afgekort. Gemak dient de mens, zegt men. Meestal wordt deze keuze bewust gemaakt, omdat veelal de naam te lang is. Er zijn afkortingen die veel mensen wel kennen, zoals bijvoorbeeld het UWV en het WMO-loket die doorgaans bekend zijn. Werkt men bijvoorbeeld bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, dan wordt de afkorting BiZa binnenskamers genoemd. Wat voor een personeelslid vanzelfsprekend is, blijft voor buitenstaanders soms een raadsel. Waarom de naam niet voluit noemen? Is het soms gemakzucht of is men bang om zijn of haar tong te verslijten.
Afkortingen zijn er te kust en te keur. Er komen er steeds meer bij. Overal kom je ze tegen. Bij navraag om wat gegevens bij een van mijn vorige werkgevers, vertelde de telefoniste aan mij: ‘Ik verbind u door met de afdeling FA (Financiële Administratie). Deze afkorting was voor mij logisch, omdat het een financiële kwestie betrof.
In het woud van afkortingen komt men vroeg of laat terecht als je te maken krijgt met diverse instanties. Vooral voor de ouderen onder ons is dit lastig, omdat ze bepaalde afkortingen niet begrijpen. Zelf zet ik er ook weleens mijn vraagtekens bij. Als men vraagt waar zo’n afkorting voor staat, kijkt men je vreemd aan. Soms wordt je ook op het verkeerde been gezet. Bij het aanvragen voor een aanleunwoning NS, voor mijn ouders, ontving ik een folder en begreep niet waar de afkorting NS in de folder voor stond, althans: Wat had NS (Nederlandse Spoorwegen) met aanleunwoningen te maken? Bij navraag kreeg ik als antwoord: ‘aanleunwoningencomplex Nieuwe Stijl’ mevrouw. De tekst moest de folder en het gebouw enigszins opleuken. ‘Waarom de afkorting dan niet voluit zetten in de folder?’ gaf ik als antwoord. ‘Opdracht van hogerhand mevrouw’ kreeg ik als mededeling. Daar kon ik het mee doen.
Mijn ouders en ikzelf vonden deze afkorting toentertijd maar LK (Lariekoek) om maar eens een zelfverzonnen afkorting te gebruiken. Duidelijkheid is toch wel een pré.