Weemoed en liefde in Géneve, deel 12, slot.

De deurbel ging. Ik stond op vanaf de bank en vouwde de geruite plaid op. Ik hoopte dat Remo zou komen samen met Hans die er voor had gezorgd om tot een gesprek te komen. Hans had in het kort tegen mij verteld door de telefoon dat alles op een misverstand beruste. Ik was hem dankbaar had ik tegen Hans gezegd. Nu was ik op alles voorbereid. Ik opende mijn deur. Remo aarzelde even om binnen te komen, zag ik. Zonder iets tegen hem te zeggen pakte ik zijn hand en nam hem mee de hal in. Hans liep langs ons heen richting de salon. Het was een heftig moment voor ons beiden. Daar hoorde hij niet bij, vond hij.
‘Caroline, wat ben ik een jaloerse idioot geweest. Toen ik jou zag met die man begreep ik niet wat er aan de hand was. Ik trok een verkeerde conclusie en dacht dat je mij bedroog met hem. Door mijn gedrag zou ik bijna ons voorgenomen huwelijk op het spel zetten. Nu Hans mij alles heeft verteld zijn de schellen van mijn ogen gevallen. Nu weet ik dat deze man de zoon is van Hans, zoals je mij ooit hebt verteld. Kun jij mij vergeven Caroline?’ Ze trok mij naar haar toe. ‘Ja, Remo ik vergeef je, ik wil jou nu ook niet verliezen.’
‘Nee, schat dat gebeurt niet. Ik zal je bijstaan bij de begrafenis van onze Misty en in december vieren wij ons huwelijk Caroline, samen met familie, vrienden en bekenden.’
Ik pakte haar bij haar middel, trok haar naar mij toe en kuste haar hevig. Wij gingen zo in elkaar op dat wij niet merkten dat Hans ons inmiddels had gepasseerd en de villa had verlaten. Eén week later brachten wij samen met Rocks Misty naar de dierenbegraafplaats. Ik had een brok in mijn keel gekregen dat Rocks tijdens de sobere plechtigheid begon te janken.

Er was nadien een koper geweest voor mijn villa, die werd gekocht door een scheepsmagnaat uit Griekenland die op vakantie was. Ook een gedeelte van mijn inboedel hoorde daarbij. Zijn vriendin, zoals hij haar voorstelde, was gecharmeerd van mijn meubels. Het andere deel verhuisde mee naar het chateau van Remo, waar ik na mijn huwelijk met hem zou gaan wonen. Mijn geliefde schilderij met Misty en Rocks werd zorgvuldig door mijzelf ingepakt. Ik had het schilderij ondertussen weggebracht naar het chateau. Remo had een muur vrijgemaakt om het schilderij op te hangen. Nadat alles door de verhuizers was neergezet, had Remo als eerste het schilderij, in overleg met mij, opgehangen in onze slaapkamer. Dat was een mooie herinnering aan onze geliefde hond, geschilderd door hun vriend Toni Le Clercq.

10 december. De trouwdag was aangebroken. Naaste vrienden hadden het chateau versierd met grote bloemstukken en guirlandes. De plechtigheid kon beginnen. Rocks zat braaf naast Madame Dubois in de grote zaal. Naast de familie was iedereen aanwezig. De stoelen waren versierd met grote witte strikken en linten. Hans Heeren gaf mij weg aan Remo, dat had ik aan hem gevraagd. Hij vond het een grote eer om mij weg te geven had hij tegen mij gezegd. Iedereen stond op toen wij samen binnenkwamen. Ze zag er schitterend uit in een kanten bruidsjurk versierd met kleine parels langs haar decolleté. Haar lange haar was opgestoken en gevlochten door een diadeem met robijnen, waaraan een lange sleep hing. Remo stond haar al op te wachten. Zijn mond viel open van verbazing.
Ik had Remo gezien in zijn bordeaux kleurige trouwpak, het stond hem mooi. Wat droeg hij op zijn arm? Zag ik het goed! Het was een pup, een hazewindhond met een rosé strik om zijn nek. Aan de strik bungelde 2 trouwringen. Ik voelde tranen opwellen, maar Remo glimlachte naar mij toen hij mijn hand had gepakt en mij overnam van Hans. Je mag zelf een naam verzinnen Caroline fluisterde hij in mijn oor, de pup is voor jou.
‘Bedankt lieverd, dit is een mooi en lief cadeau en niet te vergeten onze huwelijksdag.’
Tijdens de plechtigheid schoven wij elkaar de ringen om. Het feest kon daarna beginnen. Eerst was er een receptie met veel genodigden. Na de receptie werd door ons een taart aangesneden van drie etages. Daarna ging iedereen samen met ons aan het diner. Verschillende ongemaakte salades stonden op lange tafels alsook diverse drank en champagne. Tot laat in de avond werd er gedanst. Mevrouw Dubois paste op Rocks en de pup in de feestzaal. Rocks begon het diertje meteen te besnuffelen. Na afloop van een prachtige dag bedankte wij de familie en alle gasten.
Ik tilde haar op en bracht haar naar boven in de slotkamer van ons chateau. ‘Dit is voortaan onze eigen plek Caroline’ zei ik tegen haar. Rocks en de pup volgden ons op de voet mee naar boven. De kleine had moeite om de trap op te klimmen. Wij moesten er beiden om lachen. Ik pakte de pup op en Rocks volgde. Samen brachten wij ze naar een kamer naast onze slaapkamer. Daar stonden twee hondenmanden.
‘Die zijn voor jullie, mompelde ik.’
‘En weet je al een naam voor onze pub Caroline?’
‘Jazeker Remo, ik noem haar Missy! Rocks en Missy Rigutto.
‘Een leuke naam mevrouw Rigutto, die herinnert aan onze lieve hond Misty, die wij nooit zullen vergeten en ik deed de slaapkamerdeur achter ons dicht.

Eén dag na onze huwelijksnacht vertrokken wij met onze honden naar mijn geliefde Italië. De honden bleven tijdens onze rondreis bij mijn ouders logeren. Wij deden een aantal historische plaatsen aan. Ik had nog een laatste verrassing voor haar en had besloten om ons huwelijk te laten inzegenen in een Kathedraal in Rome. Thuis in Zwitserland waren wij alleen voor de wet getrouwd. Deze plechtigheid wilde ik haar niet ontnemen. Zo stonden wij op een zondag in een immense kathedraal en werd ons huwelijk alsnog ingezegend. Onze vrijgezellentijd was nu voorgoed voorbij.

Waar vind je nog een leuke man tegenwoordig?

Moeder Riet werd er hopeloos van. Haar oudste dochter Lies werd dit jaar 30. Ze had nog steeds geen leuke man ontmoet. Dat gold ook voor haar jongste dochter Annet. De laatste leek jongens niet zo te interesseren. Ze had haar vriendinnen die ze van school kende. Langzamerhand kregen een paar vriendinnen verkering en van het gezamenlijk stappen kwam niet veel meer terecht. Dat vond ze wel jammer had ze tegen haar gezegd. Toch bleef ze niet bij de pakken neerzitten. Ze leefde haar leven en ging er regelmatig alleen op uit. Ze hield van dansen en van reizen wist ze. Daarentegen was haar oudste dochter van nature introvert en legde wat moeilijker contacten. Ze was niet het type om regelmatig uit te gaan. Liever bleef ze thuis, naaide wat kleding, las in boeken en hield niet van dansen zoals Annet. Als het in het weekend mooi weer was stonden ze weleens buiten voor hun voordeur. Zelf hield ze zich op de achterwacht. Haar dochters waren nog jong en ze wilde ze graag aan de man brengen. In het dorp was het vaak de gewoonte dat mensen buiten leefden. Zondags had menigeen hun mooiste kleding aan. Na de kerk maakte de meeste dorpelingen een praatje met elkaar en gingen daarna huiswaarts.
Op die bewuste zondag in Mei verzocht ze haar dochters om weer eens in de deuropening te gaan staan. Lies vond dit alles maar niets. Ze wist de reden wel had ze tegen haar gezegd. Ze had het gevoel dat haar jongste zus en zij te koop werden aangeboden aan elke mannelijke passant die hun huis voorbijliep. Ze werd er chagrijnig van, ze had nog wat naaiwerk liggen. Toch deed ze braaf wat er van haar werd verwacht. Als moeder was ze blij, want haar wil was wet, na de dood van haar man.
‘Zo komen jullie nooit aan een man Lies en Annet, als jullie je buiten niet laten zien’ had ze recent tegen haar dochters gezegd. Dat geldt vooral voor jou Lies, Annet gaan nog weleens op pad. Ze had als moeder moeite om haar oudste dochter uit haar isolement te halen. Na de dood van haar man had Lies veel verdriet gehad en miste haar vader. Hij was de enige binnen het gezin die haar nam zoals ze was. Eigenlijk leek ze qua karakter op hem. Haar man was ook niet zo’n prater. Op een keer besprak ze met haar man Henk over eventuele relaties voor hun dochters.
‘Het is van de zotte dat je onze meiden als handelswaar te koop aanbiedt voor onze deur. Komt tijd komt raad Riet, als de tijd rijp is strijkt er vroeg of laat wel een vogeltje op ons dak’ had hij geantwoord. ‘Je kunt de liefde niet afdwingen. Misschien blijft onze oudste wel alleen en wil ze helemaal geen man.’
Dat laatste had ze liever niet gehoord. Ze had het er maar moeilijk mee. Door de tijd heen raakte ze verbitterd omdat er geen verandering in de situatie kwam. Hoe graag had ze schoonzoons gehad.
Op een dag veranderde Lies van werk en ging als coupeuse werken bij een naaiatelier. De eigenaresse was tevreden en had gemerkt dat ze erg vlijtig was en de mooiste kleding maakte. In het atelier werkte ook een man. Hij heette Ad en was kleermaker. Na verloop van tijd raakte hij en Lies met elkaar in gesprek. Lies vertelde haar over deze man. Ze zag dat haar oudste mondiger werd. In plaats van zich afzijdig te houden sprak ze nu met veel plezier over de man die haar sinds kort positieve aandacht gaf. Hij maakte zelfs grapjes met haar.
´Ad is zo´n lieve man´ moeder had ze tegen haar gezegd. In stilte hoopte ze dat de prille liefde voor haar oudste zou blijven. Een ding was zeker, die Ad had een positieve uitstraling op haar dochter. Wat was ze blij als moeder om te horen dat Lies en Ad, na verloop van tijd, met elkaar verder wilde. Eindelijk was er een positieve kentering gekomen. Ze had Ad leren kennen als een goede schoonzoon. Ook Annet vond het fijn dat Lies een goede man had ontmoet en dat ze binnenkort zouden gaan trouwen.
Voor Annet veranderde er niet zoveel, althans dat dacht ze. Op een zeker moment vertelde ze aan haar dat ze op reis wilde gaan. ´Nederland wordt voor mij te klein´ moeder had ze tegen haar gezegd. Het loslaten van haar jongste vond ze nu wel heftig. In eerste instantie wilde ze graag dat haar beide dochters hun eigen leven wilde gaan leiden met een partner. Nu had Annet te kennen gegeven dat ze op eigen benen wilde staan zonder enige levenspartner. Toch brak onverwachts de dag aan dat ze afscheid van haar moest nemen. Annet ging op reis naar een aantal landen en wilde zich later gaan vestigen in Noorwegen. Het afscheid viel haar zwaar. ´Vroeg of laat zie ik u wel weer moeder´ had ze tegen haar gezegd.
Nadat Annet was vertrokken realiseerde zij zich hoe tegenstrijdig haar gevoelens in al die jaren waren geweest. Eerst wilde ze haar dochters loslaten zodat ze een nieuw leven konden opbouwen met een man en tegelijkertijd had ze moeite met het vertrek van Annet. Haar oudste dochter en schoonzoon woonden niet ver bij haar vandaan. Voor Annet was het anders. Haar jongste was nu ver weg. Of ze nog een tweede schoonzoon zou krijgen wist ze niet. De toekomst lag nog in het verschiet.

Weemoed en liefde in Géneve, deel 11

Ik was blijkbaar in diepe slaap gevallen en had bij het opstaan een barstende hoofdpijn. Nog duf van de slaap kwam de herinnering weer naar boven. Caroline in innige omhelzing met een voor mij onbekende man. Wie was hij? Ik had hem nog nooit ontmoet. Over een paar uur had ik met haar afgesproken om haar te gaan halen om te gaan dineren. De moed was mij in mijn schoenen gezonken en ik had besloten om het etentje maar uit te stellen. Ik voelde mij gekrenkt en kon het niet opbrengen om haar alsnog te bellen of een sms te sturen.
Zoals afgesproken arriveerde Hans Heeren een paar dagen later in Genève. Op het vliegveld had hij Caroline een berichtje gestuurd dat hij regelrecht naar haar villa toe zou komen.
‘Het enige wat ik voor je kan doen is om contact te leggen met Remo zei hij bij binnenkomst in de hal tegen mij. Misschien wil hij wel met mij praten? Hij heeft mij nu een paar keer ontmoet en weet nu inmiddels wel wie ik ben. Ik ga nu meteen naar zijn jacht. Heb je zijn adres voor mij?’
Uit een lade van de haltafel pakte ik pen en papier en schreef het adres op.
‘Laat mij alsjeblieft weten wat het resultaat van het gesprek is Hans?’
‘Dat doe ik, jij moet nu maar gaan rusten Caroline, zo te zien heeft de vermoeidheid bij jou toegeslagen.’
‘Succes Hans en ik sloot de voordeur.’

Het was nog vroeg in de ochtend. Terug naar bed gaan wilde ik niet. Vanuit mijn slaapkamer pakte ik een plaid en ging weer terug naar de salon waar ik mij nestelde tussen een paar sierkussens op mijn sofa. Rocks, die op het hoogpolig tapijt lag stond op en ging voor mij zitten. Hij legde zijn kop in mijn schoot, alsof hij zeggen wilde: ‘Waar is Misty?’
Ik had tegen Hans gezegd dat Remo zijn jacht aan het meer van Genève lag. Het kon niet missen al was het alleen al om het formaat van zijn jacht. Het lag er verlaten bij toen hij over de loopplank richting het dek liep. De luiken van de kajuit zaten potdicht. Het leek erg stil. Er was geen mens te zien. Toch had hij op de kade voor zijn jacht zojuist een Mercedes zien staan. Hij moest dus thuis zijn.
Hij tikte op het luik dat naast de deur van de kajuit zat. Het bleef angstvallig stil. Weer deed hij een poging. Weer geen reactie. Er hing een koperen scheepsbel naast de deur. Zou hij bellen vroeg hij zich af? De bel zal wat een hoop lawaai met zich meebrengen. Wat kon het hem ook schelen, hij moest en zou Remo spreken, eerder ging hij niet naar huis. Hij zwaaide de klepel heen en weer zodat er een schel geluid ontstond, dat zich een paar keer herhaalde. Ergens hoorde hij gestommel. Een deur ging open en werd op een kier gezet. Een stem riep: ‘Wie is daar?’
‘Ik ben het Hans Heeren, wij hebben elkaar ontmoet op de verjaardag van je aanstaande vrouw Caroline. Ik moet u iets vertellen, het is nogal dringend!’
Had hij het goed gehoord, Hans Heeren, dat was toch die bankier en vertrouwensman van Caroline. Wat moest hij hier?’
‘Als het over Caroline gaat, die wil ik hier niet meer zien, ze heeft mij bedrogen met een ander Hans. Ik sluit nu mijn deur.
Hans stak onverwachts zijn schoen tussen de deur. ‘Luister eens Remo er is iets dramatisch gebeurd en dat kan ik alleen vertellen, als je mij binnen laat.’
De deur ging langzaam open. Hij zag het gezicht van Remo en schrok. Was dat die charmante man die hij had ontmoet? Hij zag een ongeschoren gezicht, ongekamd haar en hij was amper aangekleed.
‘Dramatisch, hoe bedoel je Hans? Het spijt mij ik zie er momenteel onverzorgd uit, alle lust is mij ontnomen. Kom binnen en let niet op de rommel.’

Ik schoof een partij kranten opzij die nog op mijn bank lagen en deed een rolgordijn open voor wat daglicht.
‘Ga zitten Hans en vertel mij wat er aan de hand is? Als het over Caroline gaat dan wil ik er niets over horen.’
‘Helaas voor jou Remo heeft het drama deels met Caroline te maken. Eerst wil ik weten wat de reden is dat je sinds 3 dagen niets meer van je hebt laat horen. Caroline is erg overbezorgd en verdrietig.’
‘Ik kan mij niet voorstellen dat ze bezorgd is om mij Hans, sinds ik haar een paar dagen geleden met een jonge man zag lopen die haar omhelsde en haar een kus gaf. Ik was die middag gaan winkelen in het centrum. Ik had zojuist een trouwpak gekocht en reed opgewekt met de auto op weg naar huis. ’s Avonds had ik met Caroline afgesproken om met haar uit eten te gaan en ik zou haar op gaan halen. Ik reed langs het Parc Moynier de eerstvolgende straat in en zag tot mijn grote verbazing Caroline lopen in omhelzing met een man. Eerst dacht ik dat ik mij vergiste, maar toen ik beter keek zag ik dat ze het toch was. Ik was boos en teleurgesteld tegelijk en dacht meteen: ‘Mijn aanstaande vrouw gaat vreemd.’ Zonder te stoppen reed ik in volle vaart naar huis en wilde haar voorlopig niet meer zien.’
‘Wat ik je nu ga vertellen zal je gedachten meteen doen veranderen, luister dus goed wat ik je te vertellen heb en vertelde uitgebreid mijn verhaal.’
Ik had verbijsterd geluisterd. Jouw zoon Jeroen, de aanrijding met Misty en het bezoek aan de Bistro. Is dat waar Hans?’
‘Ja, Remo het is waar, mijn zoon had zich over Caroline ontfermd na de aanrijding van Misty, ze was zo overstuur dat hij besloot om Caroline te ondersteunen en even tot bezinning te laten komen in een dichtstbijzijnde Bistro.’
‘Het was niet wat het leek Remo!’
‘Juist op dat moment had ze jouw steun hard nodig. Ze besloot jou later op te bellen, omdat ze naar de dierenarts werd gebracht door mijn zoon. Misty was daar door de Dierenambulance heengebracht. Daarna bracht Jeroen haar samen met Rocks naar haar huis. De volgende dag moest haar Jeep nog worden opgehaald die geparkeerd stond bij het politiebureau.’
‘Wat een sufferd en egoïst ben ik geweest. Had ik toen maar gestopt bij het zien van haar en jouw zoon. Ik moet meteen naar haar toe Hans, wat een idioot ben ik geweest. Ze heeft mijn hulp hard nodig. Eerst moet ik mij opknappen, zo kan ik niet bij haar aankomen. Neem wat te drinken Hans, ik kom er zo aan!’
‘Vind je het goed dat ik alvast Caroline opbel dat wij er samen aan komen Remo?’
‘Doe dat Hans, meteen?’

Weemoed en liefde in Géneve, deel 10

‘Ga hier maar zitten Caroline en hij bood mij een plaats aan in het restaurant van de Bistro. Een ober die zag dat er iets mis was kwam meteen naar ons toe en vroeg wat er was gebeurd?
‘Een dramatische aanrijding met een hond mijnheer, heeft u misschien wat water voor ons en ik vertelde het verhaal van de aanrijding aan de ober. Ik zat stil voor mij uit te staren.
Opeens zei ik: ‘Dat uitgerekend jij Jeroen onze hond moest aanrijden.’
‘Waar is Rocks eigenlijk of was je alleen met Misty aan de wandel?’
‘Ach, Jeroen, in alle consternatie ben ik Rocks helemaal vergeten, die zit nog steeds om de hoek van de straat langs het park in mijn jeep opgesloten.’
‘Ik ga hem meteen halen en bel ik onderweg meteen de politie om een proces verbaal op te laten maken.’

Ik gaf hem de autosleutels en hij verdween. Onderweg naar haar Jeep belde ik de politie en vertelde dat zijn auto een lichte schade had opgelopen door een aanrijding met een hond die onverwachts de rijbaan was overgestoken. ‘In een Bistro om de hoek van Parc Moynier zit ik samen met de bazin van de overleden hond.’ Hij was nu bijna bij de Jeep van Caroline en hoorde bij aankomst Rocks al blaffen. Het arme dier wist niet wat hem was overkomen. Nadat hij Rocks uit de auto had bevrijd, sloot hij het portier en liep samen met het dier naar de Bistro. Intussen was de politie gearriveerd en werd er een proces verbaal opgemaakt.

Jeroen had met mij afgesproken om samen met mij naar Dierenkliniek des Pontes te rijden in Grand Lancy, waar Misty naar toe was gebracht en mij daarna naar mijn villa te brengen. Remo wilde ik nog niet bellen, dat deed ik later wel. Even later besprak ze met de dierenarts, dat ze in overleg met Remo, Misty zou laten begraven. Maar eerst moest ze Remo opbellen, alvorens hij haar vanavond zou ophalen om met haar te gaan dineren. Ze pakte haar Gsm- en belde hem op. Na verschillende pogingen te hebben gedaan hing ze op.
‘Ik begrijp er niets van Jeroen, ik krijg geen gehoor. Hij had allang thuis moeten zijn!’
Er ging een signaal af op mijn Gsm. Een berichtje van Remo kwam binnen. Ze las: ‘Het diner wordt uitgesteld, ik heb voorlopig geen tijd.’ Hij had niet geschreven waarom hij geen tijd had. Ze kreeg een onbehagelijk gevoel over zich. Zo’n bot berichtje had ze nog nooit van hem gehad.
‘Zal ik je brengen bij Remo, al kent hij mij nog niet?’
‘Laat maar Jeroen, hij zal wel een reden hebben, denk ik zo’.
Diep in mijn hart voelde ik dat er iets niet klopte. Ze namen afscheid van de dierenarts en ze aaide voor de laatste keer over Misty haar kop. Binnenkort kom ik je ophalen, mompelde ze tegen haar hond. Meteen liepen de tranen weer over haar wangen.
‘Kom Caroline, ik breng je nu naar huis?’
Onderweg naar haar villa voelde ik mij eenzaam. Wat was er toch met Remo aan de hand en waarom kreeg ze zo’n vreemd bericht van hem? Eindelijk was ik thuis, gaf Jeroen een hand en bedankte hem voor alle goede zorgen. Morgen zal ik de autoverzekering bellen Jeroen.’
‘Het komt wel goed Caroline, je hebt nu andere zaken aan je hoofd. Ik houd de vinger aan de pols.’

Ik opende de voordeur en nam Rocks mee naar binnen. Het dier was ook van slag zag ik. De rest van de dag keek hij om zich heen op zoek naar Misty. Ik gaf Rocks een knuffel en vulde zijn etensbak met voer. Onderwijl keek ik naar de lege bak van Misty. Ik voelde mij akelig worden en begon opnieuw te huilen. Snel liep ik de trap op naar boven richting mijn slaapkamer en liet mij met bebloede kleding en al op mijn bed vallen. Waarom deed Remo zo vreemd, nu ze hem zo nodig had?
Thuis gekomen vertelde Jeroen Cinthia het dramatische verhaal. Dat ik uitgerekend haar hond moest aanrijden in deze wereldstad.’
‘Als ik jou was zou ik ook jouw vader Hans hierover inlichten Jeroen. Hij is haar steun en toeverlaat.’
Vóór het diner belde hij zijn vader op en vertelde wat er deze dag was gebeurd.
‘Ik zal haar meteen opbellen Jeroen. Is alles trouwens goed met jou?’
‘De vooruit van de Bentley is versplinterd pa. Gelukkig ben ikzelf ongedeerd.’
‘Je hoort nog van mij Jeroen en doe de groeten aan Cinthia.’
Ik had het fijn gevonden dat Hans Heeren telefonisch contact met mij contact had opgenomen. Ze had het hele verhaal aan hem verteld. Hij vond het frappant dat uitgerekend zijn zoon één van zijn eigen honden had aangereden.
‘De twee honden kreeg ik van Jeroen toen wij net verkering hadden, ik weet het nog goed Hans.’
‘Heb je Remo nog over het ongeluk gesproken? Caroline.’
‘Ik heb hem verschillende keren gebeld, hij neemt de telefoon niet op. Ik maak mij vreselijk ongerust. Ook reageert hij niet op mijn berichten. Het lijkt wel of hij van de aardbodem is verdwenen.’
‘Zal ik eens met hem gaan praten Caroline. Misschien is hij onverwachts voor zaken vertrokken naar Europa. Momenteel ben ik in Amsterdam, maar over 2 dagen kom ik weer naar Zwitserland. Ik neem contact met je op wanneer ik weer thuis ben.’
Nadat ik Hans had gesproken belde ik mijn goede vriendin Madame Dubois op die diezelfde avond meteen naar mij toe kwam om mij te ondersteunen.

Weemoed en liefde in Géneve, deel 9

Het was nu drie weken later. De gasten hadden enthousiast gereageerd op het feest en hadden ons diverse huwelijksgeschenken gestuurd. Ik zou in december mevrouw Rigutto-Swift worden. Mijn leven was in korte tijd in een stroomversnelling geraakt. Ik ging nu regelmatig met hem uit. Tot aan hun huwelijk zou hij voorlopig nog op zijn jacht blijven wonen had hij tegen haar gezegd. Ik had het druk met alle voorbereidingen voor ons huwelijk. In het chateau van Remo zou de huwelijksvoltrekking plaatsvinden en wij gingen daar ook wonen. Het jacht werd niet verkocht. Wel zou ik mijn villa gaan verkopen. Maar zover was het nog niet er moest een gastenlijst worden opgesteld en het belangrijkste van alles was de aanschaf van mijn trouwjurk. Daarvoor wilde ik naar Parijs gaan. Ik had aan Madame Dubois gevraagd of zij mij wilde vergezellen en ze had ‘ja’ gezegd. Mijn honden bleven tijdelijk bij Remo. Ik vond het pijnlijk dat mijn ouders mijn huwelijk niet meer konden meemaken. Ze waren reeds jaren overleden. Het was niet anders. Vanmorgen had ik een afspraak met een paar klanten in mijn galerie samen met Madame Dubois. Met twee van de drie was ik tot een akkoord gekomen met de aankoop van een paar kunstwerken. Ik had Remo opgebeld dat ik deze middag het eens wat rustiger aan wilde doen.
‘Dat komt dan mooi uit schat, dan kan ik gaan winkelen in de Rue de Rive of Rue du Rhône. In de laatste winkelstraat heb ik een chique herenkledingzaak gezien en ga op zoek naar een trouwpak. Zullen wij vanavond samen gaan dineren? Ik kom je ophalen rond 18.30 uur.’

Bij thuiskomst in mijn villa bedacht ik mij opeens om te gaan wandelen met mijn honden in Parc Moynier. Dit park had een schitterende tuin en lag praktisch om de hoek van ons favoriete hotel aan de Rue de Lausanne. Ik had geen zin om mij te verkleden en had nog steeds een rode jurk aan met een donkerblauwe blazer die ik vanochtend had gedragen in mijn galerie. Ik koos wel voor een paar gemakkelijke zwarte instappers. Nadat ik mijn honden eten en drinken had gegeven, nam ik ze mee naar buiten en sloot mijn voordeur. Bij het openen van mijn Jeep sprongen ze beiden op de achterbank. Wat moest ik toch zonder mijn lieve dieren, vroeg ik mij af. Remo hield ook van mijn honden, dat wist ik. Even later liep ik samen met hun in het park. Het was erg druk. Ik zag een jonge vrouw joggen met een vriendin, Een stel mensen waren aan het picknicken. Een ouder echtpaar zat op een bankje en kinderen waren aan het spelen met een bal. Uit mijn schoudertas haalde ik een flesje water en dronk eruit. Ik voelde mij relaxed.

Na verloop van 2 uurtjes liep ik weer richting mijn Jeep en opende even later het portier. Als eerste sprong Rocks op de achterbank. Opeens voelde ik een ruk aan de riem van Misty. In een oogwenk zag ik dat Misty een rode kat in het vizier had die onverwachts de rijbaan overstak. Misty rukte zich los en rende achter de kat aan de rijbaan op. Verstijfd zag ik wat er ging gebeuren. Ik hoorde een snerpend geluid van piepende autobanden. Er volgde een harde klap en daarna glasgerinkel. Ik zag dat de kat de overzijde had gehaald. Vol afschuw zag ik dat Misty werd geschept door een Bentley en boven op de motorkap belandde. Van schrik sloeg ik het autoportier dicht waarachter Rocks zat en schreeuwde luidkeels om hulp. Een paar mensen die het zagen gebeuren snelde naar mij toe. Ik was meteen naar de intussen stilstaande auto toegerend en gilde: ‘Nee Misty, niet mijn arme dier!’
Iemand hoorde ik roepen: ‘Bel de dierenambulance?’
In alle hilariteit had ik de bestuurder van de Bentley niet gezien die intussen was uitgestapt en zijn auto half over de stoep had neergezet. Samen met een paar toeschouwers legde ik Misty op de stoep neer in de buurt van een Bistro. Ik zag dat haar kop scheef hing en bloed uit haar bek was gelopen. ‘Oh nee, Misty niet doodgaan alsjeblieft’ jammerde ik en barste in tranen uit. Opeens voelde ik een hand op mijn schouder. Met betraande ogen keek ik op. Tot mijn verbazing zag ik een bekende staan. ‘Jeroen, jij, wat doe je hier?’
‘Oh Caroline wat vreselijk!’ Ik heb zojuist één van onze honden aangereden, die ik voor jou als pub heb gekocht.’ Ik kon niet meer remmen omdat er een hond onverwachts de rijbaan overstak, niet wetende dat het Misty was, zei hij met hese stem. Wat een noodlottige ontmoeting.’

In de verte hoorde ik de sirene van de ambulance. Eén van de ambulancebroeders sprong, bij het stilstaan de dierenambulance er uit en ontfermde zich samen met zijn collega over mijn hond. Samen met Jeroen nam ik plaats bij Misty. Ik pakte haar kop en legde die op mijn schoot. ‘Oh, lief dier, dat ik je nu moet missen’ jammerde ik. Mijn kleding zat onder het bloed, het kon mij niet deren. Was Remo nu maar hier?
‘Uw hond is helaas overleden. Zijn nek is gebroken mevrouw, vertelde één van de dierenambulancebroeders tegen mij. Wij nemen de hond direct mee naar een dierenarts, ik geef u het adres.’
‘Wij gaan zo dadelijk naar de dierenarts’ hoorde ik Jeroen zeggen. Ik ken deze mevrouw ze is helemaal overstuur, mijnheer. Ik breng haar binnen bij die Bistro, daar aan de overzijde van de weg, antwoordde hij weer.’
De dierenambulance vertrok. De toeschouwers verlieten langzaam de plek des onheils. Jeroen had het briefje met het adres van de dierenarts in zijn blazer gestopt, hielp mij overeind en sloeg zijn arm op mij heen. Ik legde mijn hoofd op zijn schouder. Rustig maar meisje en gaf mij spontaan een kus op haar wang. Binnen in de Bistro geef ik je wat water Caroline. Je moet even op adem komen. Ook moet ik de politie bellen en dan gaan wij naar Misty toe. Ik gaf geen antwoord. Blijkbaar verkeerde ik in een shock en liep ik samen met hem mee.

Ik had een prachtig aubergine trouwpak gekocht met bijbehorend lila overhemd en had gekozen voor een strik en pochet in de kleur van het overhemd.
‘Fantastisch mijnheer, het staat u goed’ had de verkoper gezegd.
Keurig verpakt lag het pak op de achterbank van mijn auto en was ik onderweg naar mijn jacht. Onderweg hoorde ik een geluid van een ambulance, dat was niet zo vreemd was in zo’n grote stad. Zoals afgesproken zou ik vanavond met Caroline dineren. Ik reed langs een park en zag tot mijn grote verbazing een vrouw en man innig naast elkaar lopen die richting een restaurant liepen. Die vrouw leek verdacht veel op Caroline. Ik kon har gezicht moeilijk zien, want ik zag de vrouw alleen van de achterkant. Ze had dezelfde haarkleur als zijn aanstaande vrouw.
‘Dat kon toch niet, mompelde ik.
Ik ging langzamer rijden en zag zijdelinks dat het toch Caroline was. De schrik sloeg meteen om mijn hart. Wat moest zij met die wildvreemde man? Ik kon de man zijn gezicht niet zien. Hij had zijn arm om haar heengeslagen en gaf haar een kus. Zou ik stoppen vroeg ik mijzelf af? Opeens overkwam mij een jaloers gevoel. Nee, ik zou haar vanavond tijdens het diner met deze voor mij onbekende man confronteren. Een paar weken geleden had ik haar ten huwelijk gevraagd. Ze zou mijn vrouw worden. Ik was woedend en gaf een paar klappen op mijn stuur van mijn auto en reed door. Bij aankomst smeet ik het autoportier dicht en stapte op mijn dek. Binnen plofte ik neer op mijn bank en schreeuwde luidkeels: ‘Verdoemde Caroline, waarom heb je mij bedrogen? Ben ik niet goed genoeg voor jou!’ De tranen prikten in mijn ogen en ging languit op mijn bank liggen.

Weemoed en liefde n Géneve, deel 8

Ik wandelde terug naar mijn favoriete restaurant en zat even later aan het diner.
Onderweg naar mijn kunstgalerie voelde ik mij erg opgewonden. Remo, wat heb je toch met mijn gevoelens gedaan, mompelde ik? Ik wilde het van de daken schreeuwen, zo goed voelde ik mij bij hem. Het leek wel alsof ik hem al jaren kende. Nog een paar straten en dan was ik bijna bij de woning van Madame Dubois. Hoe zou het met mijn twee lieve honden zijn? Ik parkeerde de auto voor de deur van mijn galerie en stapte uit. Vrij snel, nadat ik op de deurbel had gedrukt, deed Madame Dubois open met naast haar Misty en Rocks.
‘Hallo Irene, hoe is het gegaan in de galerie en hoe is het met mijn twee lieve honden?’
‘Fantastisch Caroline, ik heb de afgelopen dagen aardig wat belangstelling gehad in de galerie. Een klant is zelfs twee keer teruggekomen om naar een beeldhouwwerk te kijken en besloot om het één dag later alsnog te kopen. Met je honden is het uitstekend, kijk maar!, zei ze met een glimlach.
‘Fijn zo, de zaken gaan dus nog steeds voorspoedig.’
Rocks en Misty begonnen te blaffen bij het aanzien van mij en sprongen tegen mij op.
‘Ik heb jullie gemist hoor!’ en ik gaf ze beiden een aai over hun kop.
‘Sorry, dat ik wat later ben dan normaal, ik heb zelf nog niet eens gedineerd!’
‘Ik had al op je gerekend met het diner, Caroline. Ik heb een groente taart gemaakt en wat uiensoep.’
‘Heerlijk Irene, ik heb een drukke dag achter de rug en ben onverwachts een goede vriend tegengekomen, waarmee ik vanmiddag onverwachts ben gaan varen.’
‘Je maakt mij wel nieuwsgierig hoor, vertel het maar tijdens het diner?’

Ik had haar gezelschap gemist tijdens het diner. Ik wist niet beter dan dat ik vaak alleen zat te eten. Hier in dit restaurant of elders in het buitenland. De hoteleigenaar en het personeel kenden mij nu al een paar jaar. Ik was hun dagelijkse vaste klant. Het leven als zakenman had zo zijn voor- en nadelen. Er was geld in overvloed. Ik had een jacht, een chateau en ging regelmatig op reis. Het nadeel was dat ik altijd alleen thuis kwam. Ik was er aan gewend, maar toch begon de eenzaamheid aan mij te knagen sinds ik Caroline had ontmoet. Er veranderde iets met mijn gevoel. Caroline was een vrouw naar mijn hart en was beslist geen oppervlakkig type. De vrouwen die ik had ontmoet wilden met mij pronken en een enkeling was niet bijster intelligent. Hun kracht was hun uiterlijk, meer niet. Ik wilde iemand waarmee ik ook een persoonlijk gesprek kon voeren, dat niet altijd over zaken ging. Door het jachtige zakenleven zou ik bijna vergeten dat er ook een leven zou kunnen bestaan met een vrouw aan mijn zijde om gezamenlijk iets te ondernemen. In haar had ik de ware gevonden, dat wist ik zeker.

Ik was nu een paar keer met hem op zakenreis geweest. Hij had mij een aantal van zijn winkels laten zien en stelde mij voor als zijn verloofde aan enkele van zijn personeelsleden, al was het dan nog niet officieel. Ik had een prachtige witte nertsmantel van hem gekregen. Het stond mij prachtig had hij tegen mij gezegd, vooral met je prachtige koperkleurige haar. Onze verliefdheid was overgegaan in liefde. Wij hadden, na de zakenreis, ook Italië aangedaan en zijn ouders ontmoet in Turijn alsook zijn jongste broer Luiz. Zijn ouders hadden mij in hun armen gesloten.

Bij thuiskomst in Zwitserland had ik samen met hem ook een bezoek gebracht aan Hans Heeren, die hij nu voor de tweede keer zou ontmoeten. Ik had gehoopt om zijn zoon Jeroen en diens vrouw Cinthia te zien. Ik wilde Remo aan hun voorstellen, maar Hans vertelde dat ze voor een korte vakantie waren vertrokken naar Lesbos, een Grieks eiland. Ook werd er een kennismakingsbezoek gebracht aan Madame Dubois die het leuk had gevonden dat ik eindelijk de ware man had gevonden in Remo.
Halverwege september zou ze 30 jaar worden had ze tegen mij gezegd. Ik had, zonder dat zij het wist een aantal gasten uitgenodigd, zoals zakenrelaties, naaste wederzijdse vrienden en familie. Het zou een groot feest worden in haar villa. Ik wilde wat speciaals gaan doen op die dag, daar had ik een goede reden voor en had contact gezocht met de hoteleigenaar van Four Seasons des Berques Geneva. Zij zouden een complete catering verzorgen. In de tussentijd had ik bij Cartier in Parijs een gouden halssieraad gekocht met een groene Jade edelsteen. De kleur van deze edelsteen paste goed bij haar groene ogen en haar koperkleurige haar. Ook kocht ik een dito gouden ring. Het moest een speciale dag worden.

Mijn verjaardag was aangebroken en de gasten waren zojuist gearriveerd. Op de oprijlaan van mijn villa stonden diverse typen auto’s. Remo had zich als gastheer over de gasten ontfermd. De hal en de grote salon waren prachtig versierd had ik gezien. Er was een overdaad aan bloemstukken gebracht, die her en der waren opgesteld. Ik had aan hem gevraagd, waarom er zoveel gasten waren uitgenodigd op mijn verjaardag en waarom al die bloemstukken waren bezorgd? Ik had het gevoel dat er iets zou gaan gebeuren, maar wat? Ik had gezien dat er links en rechts lange, gedekte tafels met zilveren kandelaars en prachtig opgemaakte schalen met de lekkerste gerechten stonden. Genoeg voor zo’n 50 gasten. Obers liepen langs met zilveren dienbladen met champagne. Remo had voor de grap Misty een rosé strik om haar nek gedaan en bij Rocks een blauw exemplaar. Ik had er om moeten lachen. Remo had zich in een zwart jacquet gestoken. Het diner zou zo dadelijk plaatsvinden. Ik was zojuist naar mijn slaapkamer gegaan om mij te verkleden in een avondjurk. Na afloop van het diner zou er worden gedanst. De muziekinstrumenten stonden reeds klaar samen met de orkestleden. Madame Dubois was met mij mee naar boven gegaan om mij te helpen met het opsteken van mijn lange haar.

‘Jouw 30e verjaardag wordt vandaag wel erg groots gevierd Caroline en wat heb je een prachtige lichtgroene japon hangen? Die zilveren lovertjes maken het helemaal af, zei madame Dubois.’
‘Ik begrijp zelf ook niets van al deze uitbundigheid Irene. Er zijn wel erg veel mensen uitgenodigd voor mijn verjaardag. Remo heeft mij werkelijk niets verteld.’
‘Ik zal je helpen met jouw jurk Caroline. Remo zal zijn ogen uitkijken alsook alle gasten, denk ik zo.’
Ik stapte in mijn nieuwe bijpassende naaldhakken en bekeek mijzelf in de spiegel van de slaapkamerkast.’
‘Kom Caroline, wij moeten nu gaan? Remo en de gasten wachten op je.’
Even later stond ik boven aan mijn witte marmeren trap. Het geroezemoes verstomde. Het leek wel of iedereen de adem had ingehouden. Gracieus liep ik de trap af naar beneden. Remo, de liefde van haar leven stond daar beneden. Hij volgde haar met zijn ogen en pakte mijn hand vast toen ik de laatste tree betrad.
‘Lieveling, wat zie je er beeldig uit in die groene avondjurk en je haar is zo mooi opgestoken.’
‘Dank je schat, ik word er verlegen van. Jijzelf ziet er ook mooi uit in je Jacquet.’
De gasten begonnen allemaal te klappen.
‘Ik zal je begeleiden naar onze tafel.’
Ik zag dat mijn gasten ons volgden en iedereen nam plaats aan de prachtig gedekte tafels.

Net voordat ik wilde gaan zitten, pakte Remo een champagneglas en gaf het aan mij. Ik wilde aan hem vragen waarom mijn verjaardag zo groots werd gevierd, maar hij nam onverwachts het woord.
‘Lieve Caroline, familie, naaste vrienden en bekenden. U zult wel hebben gemerkt dat dit niet zomaar een verjaardag is voor mijn lieve Caroline. Voor haar is dit ook een complete verrassing. Ik wilde deze bijzondere dag ook benutten om Caroline om haar hand te vragen.’
Mijn mond viel open van verbazing. Ik voelde een warmte naar mijn hoofd stijgen.
Ik schoof mijn stoel naar achteren, knielde voor haar en vroeg: ‘Lieverd zou jij met mij willen trouwen?’
Even viel er een stilte.
‘Ja, lieve schat, ik wil graag met je trouwen, antwoordde ik.’ Wat een origineel idee om dat op mijn 30e verjaardag kenbaar te maken. Nu begrijp ik dat je zoveel gasten hebt uitgenodigd.’
Ik hoorde wat mensen lachen en gniffelen.
Uit mijn jacquet haalde ik een langwerpige fluwelen doos tevoorschijn als ook een klein doosje. Als eerste maakte ik het kleine doosje open en liet haar een prachtige rosé diamanten ring zien.
‘Wat een schitterende ring Remo!’
Ik nam de ring uit het doosje en schoof hem aan haar linker ringvinger. Ik bekeek de ring aandachtig, pakte zijn kin en gaf hem een kus op zijn wang.
‘Dit is nog niet alles Caroline’ en ik opende de langwerpige doos. Mijn ogen vielen open van verbazing, wat ik daar zag liggen.
Ik nam voorzichtig het gouden collier met groene jade edelstenen eruit en hing het sieraad om haar hals. Iedereen begon te juichen en te klappen. Ik was er ondersteboven van. Het leek wel of ik in een roes te recht was gekomen.
‘Wat een prachtige ring en collier Remo’ dank je wel.
Ik hief mijn champagneglas omhoog en zei: ‘Proost Caroline op je 30e verjaardag en op ons voorgenomen huwelijk.’
‘Proost!’ riepen alle gasten in koor.

Het diner kon gaan beginnen. Er volgden wat geroezemoes.
Na het voortreffelijke diner liep iedereen naar de grote hal om te gaan dansen. Het orkest begon te spelen. Wij stonden als eerste op de dansvloer. Ik nam haar in mijn armen en zo dansten wij samen met alle gasten tot in de late uurtjes.

Weemoed en liefde in Géneve, deel 7

Het kabbelen van het water tegen de boeg maakte mij rustig. Eigenlijk had ik, ondanks ik alleen was, een druk leven. Twee personen waren belangrijk voor mij: Hans Heeren en Madame Dubois. De laatste was al jong weduwe, had geen kinderen en woonde boven mijn kunstgalerie. Toni behoorde tot één van mijn zakenrelaties. In de zakenwereld ging heel veel geld om. Ik had alles wat mijn hartje begeerde door vooral hard te werken. Vrouwen waren schaars in de kunstwereld, het was vooral een mannenwereld. Soms ging ik met een zakenrelatie uit eten, maar daar bleef het ook bij. De gesprekken gingen bijna altijd over zaken en geld. Er was meer in het leven had ik gemerkt. Sinds kort had ik de Italiaan Remo ontmoet, niet via het zakencircuit maar tijdens een privéaangelegenheid. Ik had hem nu een paar keer ontmoet. Hij was knap en charmant en wij konden goed met elkaar communiceren. Dat vond ik belangrijk. Het lot wilde blijkbaar dat ik hem weer zou ontmoeten. Zijn karaktereigenschappen stonden bij mij op de eerste plaats. Ik had de indruk gekregen dat hij mij graag mocht. Ook was het mij opgevallen dat wij ons beiden op ons gemak voelden bij elkaar. Ik wilde graag bij hem zijn.

‘Caroline! Ik heb een glas jus-Orange voor ons gehaald’ onderbrak hij mijn gedachte.
‘Wat lief van je Remo!’
‘Weet je dat wij inmiddels richting Montreux varen. Ik heb zojuist mijn anker uitgegooid en vaar nu niet verder, anders ben je vanavond te laat thuis. Waarover zat je trouwens te mijmeren?’
‘Over het recente verleden Remo en dat ik jou sinds kort heb ontmoet. Iemand die zo belangrijk voor mij is, dat ik graag in zijn nabijheid wil zijn.’
Ik kreeg een brok in mijn keel door haar antwoord en kon even geen antwoord geven. Ik liet mij door mijn knieën zakken en ging naast haar zitten tegen de boeg.
‘Wat lief dat je dat zegt Caroline. Eerlijk gezegd ben ik ook blij dat ik jou hebt ontmoet. Onze ontmoeting was niet gearrangeerd maar ontstond spontaan.’
‘Nu zit ik hier samen met jou op jouw jacht. Het is een groot jacht voor ons tweeën.’
Ik strekte een van mijn benen en keek even niet uit. Ik schopte pardoes mijn glas jus-Orange omver. Het kostelijke vocht droop over een gedeelte van het achterdek. Ik stond verschrikt op en zag dat mijn short besmeurd was.
Meteen pakte ik haar bijna lege glas op en zag dat dat het glas niet kapot was.
‘Naast deze kleding heb ik gelukkig ook nog een bikini bij mij. Zou jij mij de weg willen wijzen naar de badkamer Remo?’
Ik stond op en nam beide glazen mee naar binnen en wees haar de badkamer. Uit een keukenkast pakte ik een emmer, vulde deze met warm water en wat schoonmaakmiddel en maakte de plek op het dek weer schoon met een zwabber.

Bij binnenkomst zwaaide plotseling de deur open van de badkamer en stapte ze met een lichtblauw badlaken om haar middel het woongedeelte in. Haar lange haar had ze voor het gemak in een wrong gedraaid. Het kon mij niet ontgaan dat haar volle borsten in een gebloemd bovenstukje van haar bikini zaten.
‘Na zo’n warme douche koelt mijn lijf wel erg snel af. Vind je het goed dat ik in jouw jacuzzi plaats neem Remo. Het lijkt mij heerlijk dat warme water met al die bubbels.’
‘Vind je het goed dat ik daarbij kom zitten? Caroline, Het bad is groot genoeg voor vijf personen.’
‘Ik knikte bevestigend en even voelde ik mij ondeugend.
‘Ik moet mij alleen nog even omkleden Caroline’ gaf ik als antwoord en weg was ik.
Ik liep nu heel voorzichtig naar het achtersteven van het jacht en deed de knop aan van de jacuzzi. Via een klein opstapje klom ik over de rand heen en ging voorzichtig zitten in een van de hoeken van het bad. Een spier van mijn rug was wat gevoelig. Dat kwam natuurlijk door de val van zojuist. De waterbubbels masseerden mijn lijf.
Het liefste zou ik nu naast haar willen gaan zitten, bedacht ik mij opeens. Toch besloot ik om daar nog even mee te wachten en nam tegenover haar plaats in een andere hoek van de jacuzzi.

Tussen haar donkere wimpers observeerde zij mij. Plagend ging ik onverwachts kopje onder en pakte ik haar rosé gelakte tenen vast toen ik weer boven water kwam. Spontaan gaf ik er een kusje op. Het kriebelde en onverwachts sloeg ik met een van mijn benen plotseling hard op het wateroppervlak, waardoor Remo zijn gezicht en haren kletsnat werden.
‘Ha, ha, die Remo, nu heb ik jou te pakken’ schaterde ik.
Het prikkelde mij dat ze zo ondeugend was. Onverwachts steeg het bloed naar mijn hoofd. Opeens trok ik haar naar mij toe. Onze gezichten kwamen dichtbij elkaar. Haar groene ogen keken mij vragend aan. Op het moment dat ik haar wilde gaan kussen duwde ze mijn hoofd met haar beide handen speels onder water. Proestend kwam ik boven en schaterde van het lachen.
‘Dekselse Caroline, ik zal je pakken!’ zei ik hardop.
Ze liet zich door het water glijden naar één van de andere hoeken van het bad. Al spartelend ging ik haar achterna. Het water om ons heen gutste over de rand.
‘Kijk eens wat je hebt gedaan tijgerin, het dek is kletsnat.’
Ik schoof langzaam haar kant uit, trok haar opeens naar mij toe en likte zachtjes aan haar rechter oorlel. Daarna ging mijn mond op haar lippen. Ik wilde nu het heft in eigen hand nemen. Gretig kuste ze mij, haar tong drong zich bij mij naar binnen. Speels maakte ze het bovenstukje van haar bikini los, waardoor haar borsten onder water hingen. Ze kreunde zachtjes toen ik haar beiden tepels streelden en ze spontaan stevig aanvoelden.
‘Caroline, Mi Amore! Ik fluisterde zachtjes in zijn oor: ‘Ma Chérie.’

De tijd verstreek. Ik draaide de hendel van de kraan dicht zodat het water niet meer ging borrelen. Ik keek op mijn rolex horloge en zag dat het rond 16.30 uur was. Tijd om weer richting Genève te varen.
‘Wij moeten gaan Caroline? Ik vaar weer terug naar mijn ligplaats. Zoals afgesproken ga jij je honden ophalen bij Madame Dubois. Ik stapte voorzichtig over de rand van de Jacuzzi. Het dek was glibberig. Ik tilde haar uit het water, sloeg een badlaken om haar heen en legde haar neer op een hoekbank op het dek. Liefkozend trok ze mij weer naar haar toe. Ik gaf haar een kus op haar voorhoofd.
‘Ik moet nu echt gaan varen schat, anders zijn wij niet op tijd terug?’
In een roes nam ik plaats achter mijn stuurrad, trok het anker naar binnen en vertrok. Bij aankomst liepen wij samen hand in hand naar haar Maserati die nog steeds voor het hotel geparkeerd stond. Bij het openen van haar portier plaatste ik haar reistas op de autostoel naast haar.
‘Helaas is er geen tijd voor ons om samen te gaan dineren, daar is het te laat voor Caroline.’
‘Dag Remo, tot ziens! Ik heb genoten van jou en van het mooie weer.’
Ik wierp haar een kushandje toe en zei: ‘My love, spoedig zie ik je weer.’
Ik startte mijn Maserati en verdween de hoek om van de Rue du Lausanne.

Weemoed en liefde in Géneve, deel 6

De Internationale kunstbeurs TEFAF was een succes geweest. Van over de hele wereld waren er belangstellenden en kopers geweest, zo’n 7.500. Ik had het, tijdens het ontbijt in een hotel, alsnog in een dagblad gelezen. Twee kunstwerken had ik gekocht voor een goede klant. Eén schilderij van Kandinsky en één van Andy Warhol. De klant had er veel geld voor over gehad. Ik had er flink aan verdiend, dat kwam mijn kunstgalerie ten goede. De kunstwerken zouden over ongeveer 3 dagen per vliegtuig aankomen. Alle verzekeringspapieren waren in orde. Nu was ik weer op Zwitserse bodem. Mijn maag voelde leeg. Het was tijd om te gaan lunchen. De wijzers van mijn horloge stonden op 12.00 uur. Op een groot parkeerterrein stapte ik in mijn Maserati die een paar dagen geparkeerd had gestaan bij het vliegveld. Ik had Misty en Rocks gemist en was van plan om vóór het diner mijn honden op te halen bij een medewerkster van haar galerie die ik vanochtend had opgebeld. Madame Dubois was vanaf het prille begin mijn rechterhand in mijn galerie aan de Rue de l’Hôtel de Ville, als ik weer eens op zakenreis was. De honden logeerden dan bij haar thuis boven de kunstgalerie. In al die jaren was ze mijn hartsvriendin geworden.

Onderweg vroeg ik mijzelf af waar ik nu eens zou gaan lunchen? Om naar mijn haar villa te gaan vond ik nog te vroeg. Het moest een restaurant zijn in de nabijheid van het centrum. Het restaurant in Hotel Four Seasons des Berques Geneva stond goed aangeschreven, dat had ik ooit van een klant gehoord. Daar zou ik naar toe gaan. Het hotel stond op een van de mooiste plekken van de stad aan het meer. Ik startte mijn auto en reed weg. Na verloop van tijd reed ik de Quai des Berques in en parkeerde mijn auto. Het prachtige chique hotel was in klassieke Franse stijl ingericht, zag ik bij binnenkomst. Ik nam plaats aan één van, de met damast, gedekte tafels. De stoelen waren bekleed met lichtblauwe, fluwelen stof. Ook de muren met goudkleurig lijstwerk waren lichtblauw geschilderd. In het lijstwerk waren klassieke muurschilderingen geschilderd. Pompeuze zwarte vazen stonden op een hoge schouw.
‘Serveur!’ riep ik en de ober kwam meteen naar mij toe gelopen.
‘Wat kan ik voor u betekenen? madame’
‘Ik zou graag een Zwitserse aardappel zalmquiche en een droge witte wijn van u willen hebben?’
Nadat hij het een en ander had genoteerd liep hij bij mij weg. Op een paar hotelgasten na, die de lunch gebruikten, was ik de enige in het restaurant. Ik keek door één van de hoge ramen naar buiten. Het was heerlijk weer, de zon scheen. Opeens werd ik opgeschrikt doordat iemand onverwachts op mijn schouder tikte. Ik keek omhoog en zag een man naast haar staan in een sportieve outfit. Tot mijn verbazing zag ik Remo staan.
‘Wat een verrassing Caroline? Je was rond deze tijd toch nog in Nederland?’
‘Remo, wat leuk om jou hier te ontmoette en ik rees uit mijn stoel. Hij bracht mijn hand naar zijn lippen en gaf daarop een handkus.
Ik zag dat ze bloosde.
‘Wat een toeval dat ik jou hier moet treffen Remo?’
‘Jazeker! glimlachte ik. Weet je Caroline, in dit hotel/restaurant kom ik elke dag eten. Heb ik dat jou toen niet verteld?’
‘Jawel, maar niet in welk hotel.’
‘Mijn jacht ligt hier niet ver vandaag. Het is lunchtijd. Bij binnenkomst herkende ik jou aan jouw mooie haar. Ik was in de veronderstelling dat je nog in Nederland was.
‘Ga zitten Remo? De ober heeft zojuist mijn bestelling opgenomen en kan deze elke moment brengen. Een half uur geleden ben ik hier aangekomen vanaf het vliegveld en was nog niet van plan om naar huis te gaan. Mijn reistas staat trouwens nog in de achterbak van mijn Maserati, die hier voor de deur staat.’
Ik nam tegenover haar plaats.

Na de lunch was ik van plan om te gaan varen op het meer waar mijn jacht ligt. Hoe zou je het vinden om met mij mee te gaan?’
‘Het zou eventueel kunnen. Ik was van plan om vanavond mijn honden op te halen bij mijn galeriehoudster. Zojuist heb ik haar opgebeld. Wel moet ik mijn reistas uit de auto halen. Daar zit wat vrijetijdskleding in.’
‘Na de lunch loop ik met je mee Caroline’ antwoordde ik.
Ik knikte bevestigend.
De ober kwam intussen aangelopen en zetten het gerecht voor mij neer.
‘Wilt u misschien ook iets bestellen? mijnheer Rigutto.
‘Doet u maar hetzelfde als mevrouw’ en de ober liep weg.
Tijdens de lunch vroeg ik aan haar over de Internationale kunstbeurs. Ze vertelde mij dat ze een goede deal had gemaakt met de aankoop van twee topstukken voor een klant. Zelf was ik onverwachts ook een paar dagen het land uit geweest, vertelde ik haar. Ik had een aantal van mijn winkels bezocht, onder andere in Duitsland en Zweden. Natuurlijk had ik overal mijn personeel. Toch ging ik zo af en toe polshoogte nemen hoe alles reilde en zeilde.

Na de lunch vertrokken wij uit het hotel en haalde wij haar reistas uit de kofferbak. Samen liepen wij over de boulevard langs de 140 meter hoge spuitende fontein. Daarachter lag mijn jacht. Bij binnenkomst kleedde zij zich om en ik zorgde er voor dat het anker en de trossen waren binnengehaald. Ik nam plaats achter mijn stuurrad en langzaam verdween de kade uit zicht. Ze stapte uit de kajuit en liep naar het voorsteven. Ze droeg een kort denim short zag ik met daaronder een paar mooi gevormde benen. Haar lila bloes hing nonchalant langs haar lichaam. Ik had geboft dat ik zo’n mooie vrouw op korte termijn had ontmoet. Haar lange haar lag als een deken om haar heen. Naast haar mooie uiterlijk had ze een goed karakter, dat vond ik nog belangrijker. De vrouwen die ik had ontmoet waren meestal op mijn geld uit, waren verwend en wilde graag met mij gezien worden. Zij was financieel onafhankelijk. Ik had haar meteen kunnen veroveren als ik dat had gewild, maar iets in mij zei om af te wachten. Ze dwong respect bij mij af. Ook had ze nog niet zo lang geleden een relatie met Jeroen achter de rug. Ik moest zorgvuldig met haar om gaan en liet het initiatief aan haar over. Door de kortstondige ontmoeting met Hélène had ik geleerd om niet te impulsief te handelen. Deze vrouw wilde ik pertinent niet verliezen, al kende ik haar nog maar kort.

Weemoed en liefde in Géneve, deel 5

Ik zag dat hij terug liep naar de hal waar de houten plaat stond.
Ik tilde het paneel op en ze wees mij de weg naar de salon. Bij binnenkomst voelde ik een koude windvlaag langs mijn benen gaan en ik rilde. Ik zag het grote gapende gat van de ruit. De vitrage hing aan flarden langs de openslaande deur. Ik verwijderde de kapotte vitrage en pakte uit mijn broekzak een doosje kleine spijkers.
‘Eerst gaat het restant glas er uit Caroline. Heb jij een hamer voor mij? Als ik klaar ben kun je gaan stofzuigen. Het ligt hier bezaaid met glas.’
Als een braaf meisje liep ik naar een kast in de hal, pakte de stofzuiger en uit een gereedschapskist een hamer. In een glimp zag ik nog een paar leren werkhandschoenen liggen. Daarmee kon Remo het glas uit de sponningen halen, zonder zijn handen te bezeren. Ik bracht de spullen naar hem toe.
Op gepaste afstand sloeg ik de laatste glasresten uit de sponningen van de deur. De glassplinters lagen voor de openslaande deuren en een gedeelte lag op het terras. Het tapijt was vochtig van de regen. Hij timmerde zorgvuldig het houten paneel tegen de deur aan, zag ik. Daarna stofzuigde ik en zorgde ervoor dat alle glasresten weg waren.
‘Daar komt geen regen en wind meer doorheen Caroline, vertelde ik haar nadat de klus was geklaard.’
‘Wat fijn Remo, dank je wel.’
Door het raam van de andere deur keek ik naar buiten. De regen was zojuist gestopt. Het waaide nog wel. De takken van de lindenbomen in mijn tuin zwiepten heen en weer.
‘Ik verdien nu wel een maaltijd Caroline? grapte hij met een glimlach om zijn lippen.’

‘Dat is het minste wat ik voor je kan doen Remo’ en samen liepen wij naar de woonkeuken, waar Misty en Rocks al op ons zaten te wachten.
‘Neem maar plaats aan de ovale eetkamertafel. Ik zal wat extra aardappelen en groente klaarmaken. Salade heb ik genoeg.’
Ik zag dat ze de ovenschaal in de magnetron plaatste. Door alle hectiek had ik haar niet goed bekeken. Ze zag er sportief uit in haar denimbroek met trui. Hoe anders zag ze er uit toen ik haar voor de eerste keer had ontmoet in haar rode jurk. Ze was nog steeds een schoonheid om te zien, zelfs in deze sportieve kleding?
De bel van de magnetron bracht mij bij mijn positieven. Ik plaatste de witte borden, het bestek en twee wijnglazen samen met de rode wijn op tafel en nam tegenover hem plaats op één van de zes gestoffeerde stoelen.
‘Weet je dat ik graag kook Remo, begon ik het gesprek. Zo af en toe nodig ik wat gasten uit.’
‘Het eten ziet er heerlijk uit Caroline!’
‘Zou je binnenkort met mij willen dineren Caroline? Ik zou het erg op prijs stellen. Ik moet bekennen dat ik zelf niet kan koken daarom dineer elke dag in een restaurant.’
‘Dat is een leuke uitnodiging. Ik ben alleen over twee weken in Nederland in de stad Maastricht en bezoek daar een Internationale kunstbeurs, de TEFAF. Op de beurs zijn een aantal topstukken te zien en eventueel te koop. In twee kunstwerken heb ik interesse. Misschien kunnen wij over een maand iets afspreken?’
‘Afgesproken dame, het diner was voortreffelijk. Het is intussen al laat geworden, Ik ga terug naar mijn jacht.’
Ik stond op en liep naar de hal. Mijn jack voelde nog klammig aan. Ze deed de voordeur voor mij open en zwaaide mij gedag.
‘Dag Caroline, tot gauw!’
‘Tot ziens Remo en nogmaals dank! en ik sloot de voordeur.

De wind was intussen gaan liggen. Ik reed snel naar huis. Bij mijn vertrek naar de bouwmarkt stond er een hevige wind die deining in het water veroorzaakte. Mijn jacht schommelde heen en weer. Ik was er niet gerust op. Hoe zou mijn jacht er nu bij liggen, vroeg ik mij af? Bij aankomst zag alles er gelukkig vertrouwd uit. Binnen in de kajuit trok ik mijn vochtige jack uit. Mijn kleding voelde klam aan. Het was een onverwachte en enerverende avond geweest. Mijn ogen prikten in mijn oogkassen. Het was tijd om naar bed te gaan. Nadat ik mij had gedoucht stapte ik in mijn hemelbed en viel weldra in slaap.

Nadat Remo was vertrokken had ik mijn honden uitgelaten en stapte ik met een voldaan gevoel mijn huis binnen. Misty en Rocks bracht ik naar hun hondenmanden in de woon-eetkeuken en nam plaats op mijn sofa in de salon. Uit een kristallen kan schonk ik water in een glas en nam een slok. Ondanks het slechte weer van vanochtend had deze dag toch nog een positieve wending gekregen. Ik had nooit gedacht, dat ik Remo op korte termijn zou terug zien. Eigenlijk had ze helemaal geen verwachtingen gehad. Door haar reizen als kunsthandelaar ontmoette ik meer mensen, die ik zelden of nooit terug zag. Misschien een enkeling tijdens een bezoek aan een tentoonstelling of bij een beurs. Vandaag had ik oog in oog gestaan met een allervriendelijkste man die ik recent had ontmoet tijdens een schilderijententoonstelling van een gezamenlijke vriend. Hij was mij behulpzaam geweest toen ik hem om hulp vroeg. Dankbaar was ik voor wat hij voor haar en haar dieren had gedaan. Ik had hem gevraagd om te blijven dineren. Tijdens het diner hadden wij samen met elkaar gepraat. Onze interesses bleken dichtbij elkaar te liggen. Net als hij hield ik van watersport, lezen en reizen. Hij had mij verteld dat hij in het verleden weleens ontmoetingen had gehad met mooie vrouwen, die nooit uitmondde in een vaste relatie. Recent had hij een vrouw ontmoet waarmee hij zaken deed. Er ontstond een kort contact tussen hen dat uiteindelijk op niets uitliep.
Ik had Remo verteld dat ik bijna één jaar geleden kort had samengewoond met Jeroen Heeren, de zoon van Hans Heeren, bankier en directeur van de Nederlandse Bank. ‘Je hebt hem die middag op de tentoonstelling ontmoet, had ik tegen hem gezegd.’ Door hem had ik zijn zoon bij hem thuis ontmoet. Hans had een grachtenpand aan de Herengracht in Amsterdam en een penthouse in Genève. Jeroen en ik konden het goed met elkaar vinden. Na een korte periode van zes maanden gingen wij samenwonen in zijn huis in Genève. Wij dachten er zelfs over na om over twee jaar te gaan trouwen. Jeroen was net als zijn vader bankier. Op een zekere dag kwam Jeroen wat later thuis dan normaal. Ik vond hem die bewuste avond erg stil. Toen ik hem had gevraagd waarom hij zo laat thuis was gekomen, vertelde hij mij de reden. Sinds kort had hij de studente Cinthia van Dijcke weer ontmoet, waar hij tijdens zijn studietijd verliefd op was geworden. Na de studietijd was hij haar uit het oog verloren. Tot een paar weken geleden. Hij had het moeilijk gevonden om mij te vertellen dat hij nog steeds verliefd was op Cinthia. Oude gevoelens kwamen bij hem weer boven. Hoe moest ze nu verder, vroeg ik mij af? Ik kon niet meer in zijn huis blijven wonen en was radeloos. De plannen met Jeroen waren in duigen gevallen. Mijn toekomstige schoonvader Hans bracht uiteindelijk redding en bood mij via een bevriende relatie een appartement aan in een chique gedeelte van de stad. Mijn klantenkring vorderde gestaag in mijn kunstgalerie. Na verloop van tijd kon ik een villa kopen. Ondanks alles bleef Hans mij steunen. Jeroen en Cinthia trouwden en bleven wonen in zijn huis. Remo had aandachtig geluisterd naar haar verhaal. Dat vond ik erg belangrijk. Hij onderbrak mij geen moment. Na afloop vertelde hij mij dat hij zich goed kon voorstellen hoe ik mij had gevoeld. Ik had een relaxte avond met hem gehad. Het waterglas was leeg en ik plaatste het op de salontafel. Na zo’n lange dag was het tijd om naar bed te gaan.